"Hoe zouden wij dan leven?” (1)
1979-06-01
Deze week is er opnieuw een begin gemaakt met de uitzending van de tien-delige filmserie van F. A. Schaeffer. (E.O. dinsdagavond 8.55 uur.) Hij lijkt mij goed om bij deze aktualiteit aanknopend iets te zeggen over de plaats van Schaeffer en wat hij wil zeggen.- Jaargang 23
- nummer 22
Met de plaats van Schaeffer bedoel ik: waar staat hij temidden van die schrijvers in kerkelijk Nederland, die zich ook met het analyseren van onze kultuur hebben beziggehouden: bijvoorbeeld C. van Peursen, H. M. Fortmann, C. Rijnsdorp en H. Berkhof?
Als ik daarover iets zeg, begin ik het liefste bij de titel van de film.
De vraag, die de titel werd van deze film is een vraag, die ons allen terugwerpt op onszelf. Hoe leven wij? Hoe zouden wij moeten leven?
Wij doen talloos veel dingen geheel vanzelfsprekend: kleden ons met een spijkerbroek, begroeten elkaar met een handdruk, maken gebruik van auto, of bromfiets, draaien het licht aan als het donker wordt, lezen de krant of kijken naar de televisie, studeren of werken, enz.
Het is dit totaal van menselijke handelingen waaruit ons leven bestaat, die Schaeffer in de film aanduidt als "cultuur".
"Een persoon is niet maar het produkt van de krachten om hem heen", zegt Schaeffer op blz. 11.
Dit in tegenstelling tot het dier.
"Hij verricht daden in de buitenwereld en beïnvloedt deze daardoor" (blz. 11).
Dat doet hij op grond van waarden en op grond van een visie. Steeds kiest hij uit de vele mogelijkheden die hem ten dienste staan en legt daarbij een maatstaf aan van wat naar zijn oordeel goed is en wat kwaad. Deze maatstaf ontleent hij aan zijn levensbeschouwing. Deze levensbeschouwing wordt door Schaeffer aangeduid met "presuppositions" "vooronderstellingen".
Hier raken wij iets wat Schaeffer's film actueel maakt. Er is vandaag een groeiend zicht in het feit dat wat voor de mens het meest bepalend is, zijn cultuur, tegelijkertijd dat is waarvan hij zich het minst bewust is. Er ligt een waas van vanzelfsprekendheid over de meeste van onze dagelijkse handelingen en het levensgevoel wat daarin meespeelt.
Wij zijn er ons nauwelijks van bewust dat wij anders kunnen handelen dan wij doen.
Zo schrijft H. Fortmann: "Indien een vis ontdekkingen zou kunnen doen, zo heeft men wel gezegd, dan zou zijn laatste ontdekking zijn het bestaan van water. Pas op de kar van de visboer zou hij weten, wat het betekent een waterdier te zijn.
Zo moet men zich ook niet verwonderen dat de mens eerst in het aI1erjongste verleden heeft ontdekt, hoezeer hij gevormd is door de hem omringende cultuur". (Wat is er met de mens gebeurd? blz. 7.) C. A. van Peursen schrijft in "Cultuur in stroomversnelling": "Vroeger werd de cultuur gezien als iets dat eigenlijk maar voor een klein groepje bestemd was en werd zij door de grote massa mensen ervaren als een soort noodlot: men onderging cultuur als een regenbui of als zonneschijn. Nu echter gaat iedereen eerder proberen om de krachten die in de cultuur in het geding zijn, zelf in handen te krijgen". (blz. 11, 12). Hij pleit voor een groeiend cultuurbewustzijn.
De film van Schaeffer is erop gericht om dit waas van onbewustheid dat er over onze Europees-Amerikaanse cultuur hangt weg te nemen.
Als' christenen gaan wij hierbij een eigen weg. Hert is ons niet begonnen om het proces van bewustwording als doel in zioh-zelf. De mens die zich zijn toestand het meest bewust is is daarom nog niet een beter mens. Daarom is het niet goed alleen maar te observeren.
De fenomenologische methode is die wetenschappelijke methode die zich beperkt tot observeren en bewustmaken.
De boeken van Fortmann en Van Peursen zijn sterk door deze methode beïnvloed.
Schaeffer geeft steeds meer een beoordeling dan een beschrijving.
Hierin onderscheidt zich Schaeffer's benadering van die van Van Peursen en ook Rijnsdorp. Zijn beschrijvingen zijn soms minder scherp, maar zijn beoordeling is dieper, profetischer.
In het Evangelie hebben wij een tijd en cultuur te boven gaande norm waarnaar wij de verschijningsvorm van iedere cultuur afwegen.
Hierbij gaat het ten diepste om slechts twee wegen. Wie denkt dat er een God is die leeft, handelt anders dan wie denkt dat de mens niets is dan het produkt van tijd en toeval. (Hierover de volgende keer meer.) De diepere levensvisie waaruit ons doen en laten voorkomt moet ons in de eerste plaats bewust worden.
Daarbij kan een christen zich niet buiten schot houden.
Hij kan zijn diepste levensovertuiging niet "tussen haken" zetten!, zoals dat bij de bovengenoemde fenomenologische methode wel wordt nagestreefd.
Daarom: het gaat in deze film om het ontdekken van die éne weg, die Christus geopend heeft.
Een weg die alleen dan ècht een weg is als het leidt tot een cultuur waarin de mens niet als een machine wordt behandeld, waarin manipulatie en consumptie verdacht zijn en liefde en gerechtigheid en waarheid de pijlers worden die alles dragen.
Volgens Genesis (2: 15) is het de hoofdopdracht van de mens de wereld te bebouwen en te verzorgen.
Wij noemen dit de cuItuuropdracht.
Want cultuur betekent volgens de Latijnse herkomst van het woord (colere): dat wat het resultaat is van "bebouwen en verzorgen". Dat de mensen zich een cultuur zouden scheppen is iets wat door God is gewild. Hoe hij dat zou gaan doen, daarin Het God hem vrij.
Vandaar Schaeffers vraag: hoe zouden wij dan leven?