Pinksterhymne
1979-06-01
Melodie: Die in de dood gebonden lag, Wittenberg 1524 (Liedboek voor de Kerken - 203) - Jaargang 23
- nummer 22
1. Gods Geest, Hij voert mij in de geest
terug naar oude tijden:
toen is Gods Zoon op aard geweest
om mensen te bevrijden.
Diep begaan met onze nood,
werd Hij der mensen lotgenoot
en heeft hun vloek gedragen
in de diepte.
2. Gods Geest brengt me in herinnering
hoe ik daar op die heuvel
met mijn Meester de dood inging
en vrij werd van de duivel.
‘k Ben met Hem in ’t graf gegaan.
Met Christus ben ik opgestaan!
Met Christus mag ik leven!
Halleluja!
3. Gods Geest verwekt in mij de wens
de Vader te behagen:
zo mag ik als volledig mens
nu volop vruchten dragen!
Daarin leef ik niet alleen:
De Geest des Heren smeedt aaneen
wie Christus heeft gewonnen:
zijn gemeente.
4. Gods Geest, Hij deelt met gulle hand
van Christus’ schatten mede:
goedheid, vertrouwen en verstand
en liefde en vreugde en vrede.
Als zijn volk, heilig en rein,
zo mogen wij de ranken zijn,
die aan de Wijnstok groeien.
Halleluja!
5. Heer, nu de vijand wank’len doet
de goede fundamenten,
schenk ons uw Geest in overvloed:
tot inzicht en tot sterkte.
Dat U ons niet slapend vind’ –
maar grijp ons aan met vuur en wind,
opdat wij overwinnen
tot het einde!