Beoordeling van literatuur (5)

1979-06-01
  • Jaargang 23
  • nummer 22
In dit nummer vindt u een compleet verhaal van Marga Kool: Houtworm en luiers. Het is verschenen in een boekje dat ik erg kan aanbevelen: Over en weer, Schrijverskontakt-boek, uitg. J. H. Kok, Kampen en Boekencentrum, Den Haag. Dit is het derde jaarboek van de vereniging van christelijke auteurs: Schrijverskontakt: er staan verhalen in, gedichten, een essay en een hoorspel.
De schrijfster was zo vriendelijk toe te staan dat dit verhaal in Opbouw wordt afgedrukt; ik hoop dat de lezers het net zo zullen waarderen als ik.
In een volgende aflevering hoop ik er een korte bespreking van te geven.

Marga Kool: HOUTWORM EN LUIERS

Ze zag hem komen door het raam. Hij liep met korte, onzekere 'pasjes, en stijf rechtop. Dankzij de wandelstok zelfs rechter dan vroeger.
Ze pakte haar spiegel, en haalde de kam door haar dunne haar.
"J e ziet er goed uit", zei hij, toen hij naast haar zat. Ze knikte en glimlachte gewoontegetrouw. Het waren iedere dag zijn eerste woorden. Het was een begin, meer had het niet te betekenen. De vrouwen in de andere bedden, mevrouw Vogel vooral, lagen ongegeneerd te kijken en te luisteren naar ieder woord, dat opklonk in de stille witte kamer.
"Was het niet te fris, zo", zei ze. "De zomer loopt op een eind. Had je niet een jas aan moeten doen?"
Hij hoorde haar niet, leek het wel. "Die rozen daarbuiten zijn erg mooi", zei hij. "Het is een bijzonder soort, geloof ik."
"Ja", zei ze. "Als het straks maar niet te fris voor je is, als je bij de bus staat te wachten."
"Als er maar geen luis op komt", zei hij. "Die bos bij het hek, weet je wel, daar kwam altijd luis op."
"Ja", zei ze. "Bij het hek ... " Even kwam de geur van de oude rozenstruik zweven rond haar bed. Ze moest er diep van ademhalen. De man naast haar werd ver en wazig. Toen kwam hij scherper dan voorheen terug. Ze zag ieder rimpeltje in zijn hoofd; ze zag het beven van zijn handen.
Hij was zo oud; ze had hem zo lief ...

Toen zag ze achter hem, tegen de witte kast, langzaam haar vader vorm en gestalte krijgen. Hij werkte in de mist, zo leek het, maar werd scherper en duidelijker. Steeds vaker gebeurde dat, dat haar vaders gezicht door de dingen heenkwam; een jong en wilskrachtig gezicht. En vooral steeds datzelfde beeld, van toen ze heel klein was. Hij werkte met langzame slagen van de zeis, gebogen: een vertraagde film. Ze zag hoe hij zijn rug strekte, en naar haar zwaaide, ten teken, dat hij haar roep begrepen had.
En hij kwam naar haar toe, met verende stappen, vertraagd, vertraagd. En zij liep naar hem toe, ze zweefde vertraagd, vertraagd. Tot ze bij hem was, en hij haar optilde, hoog, hoog boven zijn hoofd. Ergens tegen de wolken aan zweefde ze eindeloos. En steeds was zijn gezicht daar beneden haar.
Ze sloot weer haar ogen, en voelde zich beschaamd opeens. De vader was zo jong en gaaf, en de oude man naast haar, zat zo gehavend en verouderd te staren naar zijn handen. Het was of hij de vader was, die ze vertederd moest troosten, en of die ander, die ander ... Ze schudde haar hoofd .

Ze schudde haar hoofd, en zag er moe uit, intens. "Heb je pijn", zei hij "Nee", zei ze, "helemaal niet."
"Oefen je veel?" Ze haalde langzaam haar schouders op. "Je merkt zo weinig dat het vooruit gaat. Het gaat zo langzaam allemaal."
Over haar voorhoofd viel een grijze piek. Hij zag hoe haar gezicht vertrok.
"Ik moet plassen", zei ze zacht. "Ik kan het niet langer ophouden." Ze drukte op het belletje.
Hij stond schutterig op.
"Nee", zei ze. "Ik heb al gebeld."
Het duurde lang voordat er iemand kwam. Ze schoof wat heen en weer in bed, intussen. Haar hals werd vlekkerig.
"Zal ik je dan helpen?"
Een zuster kwam haastig aanlopen, en schoof met een ruk het gordijn om het bed, zodat ze met zijn drieën ineens in een klein grijs kamertje waren .
Hij aarzelde, of hij eruit Zou gaan, maar wist niet wat hij dan tegen de andere vrouwen moest zeggen. Daarom frunnikte hij maar wat aan de stoelleuning, en probeerde niet naar het bed te kijken. Zijn blik was toch niet in bedwang te houden. Hij zag haar gezicht, en knikte haar bemoedigend toe. Haar gezicht was nu heel rood. Hij hoorde de plas kletteren in de ondersteek. Haar ogen werden groot en vochtig.
"Ik moet wat zeggen", dacht hij. "Ik moet iets heel gewoons zeggen", maar hij kon niets bedenken. De zuster schoof het deksel op de pot, en praatte over iets dat hij niet begreep. Intussen schikten haar handen het goed. Hij moest er wel naar kijken. Bij de heupen was de blote huid heel wit en heel doorzichtig. Hij zag de blauwe sporen van de aderen daaronder.
Hij zag, dat ze luiers droeg.

Toen de zuster weg was, en het gordijn weer open, lag ze vermoeid adem te halen, achterover in haar kussens. Hij bekeek kwasi geïnteresseerd een kaart die ze had gekregen, maar zag in plaats daarvan nog steeds, wat hij in die ene seconde had gezien: de grote veiligheidsspeld tegen het heldere katoen, en de paarsige, plooierige huid van haar buik daarboven.

Ze stond voor de keukentafel. Een streep licht viel over haar heen. Het blonde haar bedekte haar voorovergebogen gezicht. Ze streelde het weg met de zijkant van haar hand, met de andere hield ze de spartelende beentjes van kleine Jan in bedwang. Een glinsterende speld hield ze tussen haar lippen geklemd, terwijl ze kracht zette om de andere speld door de dikke luiers te steken. Toen pakte ze dat laatste uit haar mond. "Pas op, spartelhondje", zei ze, en kietelde kleine Jan met de ronde kant van de speld tussen zijn ribbetjes. "Pas op, hoor, of ik prik je."

"Er zijn er te weinig", zei ze. Hij zag, hoe haar vingers nerveus plukten aan de dekens. "Ik ... " Ze haalde diep adem, fluisterde toen, terwijl ze naar de dekens keek. "Ik moest vanmorgen te lang wachten. Ik had drie keer gebeld, en toen kwamen ze nog niet. Ik kon het niet ophouden."
De vrouw tegenover hen haalde een breiwerk onder haar kussen vandaan.
Terwijl de pennen tikten keek ze onafgebroken in hun richting.
"Ik kon er niets aan doen", fuisterde ze. "Ze hadden direkt moeten komen!
En toen ... toen hebben ze me een luier voorgedaan." Haar stem was nauwelijks nog te horen. "Ze hadden gewoon vlugger moeten komen."
"Wat geeft het nou", zei hij, en legde zijn hand op de hare.
"Wat geeft het nou? Dat ziet toch niemand!"
"Jij hebt het gezien", huilde ze zachtjes. "Het is zo'n vernedering. Het is allemaal zo'n vernedering."
Hij raakte haar wang aan, keek toen schichtig opzij. De vrouw met het breiwerk lachte luidruchtig. "Stoor je niet aan mij, hoor", zei ze, zich vooroverbuigend. Hij trok zijn hand terug.

Hij trok zijn hand terug. "Het kreng", dacht ze. "Eigenlijk zou je de gordijnen dicht moeten trekken."
"Ik heb vanmorgen een brief gekregen" zei hij. Ze schrok.
Hij durfde haar niet aan te kijken.
"En? ... "
"Het gaat door. Volgende maand al."
"Volgende maand al? 0 God", zei ze. "En het was zo'n keurig huisje."
"Ik heb de tekeningen gezien, van die bungalows die ze er gaan bouwen.
Het worden kastelen."
,,'t Is zonde", zei ze toonloos. ,,'t Is zo zonde. En volgende maand al.
Dan ... dan kom ik niet eens meer in ons huisje. Een maand is te kort.
Dat red ik niet."
"Nee", zei hij. Zijn ogen hadden iets heel bekends. Ze waren hulpeloos.
Dit had niets te maken met ouderdom. Zo keek hij als en hond dood ging, als de bloesem van de kerseboom bevroor, als er iemand huilde.
Ze zag de kamer: de zware pluchen stoelen, met de hagelwitte kanten kleedjes over de rugleuningen. De pendule, met zijn rustige tik, op de schoorsteenmantel. Ze zag het raam openstaan; het koperen knopje glom.
De geur van kamperfoelie kwam de kamer binnen. Ze zag het theelichtje branden, hoorde het getinkel van de kopjes. Het oude, chinese koektrommeltje gaf een blikken gerinkel bij het opengaan: geur van Brusselse Kermis. _ "Nou ja", zei ze. "De spulletjes, dat is het belangrijkste. Zijn de kamertjes groot genoeg om alles mee te nemen? En heb je gezegd, tegen die directeur, dat ik over een paar maandjes bij je kom?"
Ze hoorde mevrouw Vogel spottend snuiven.
Hij antwoordde niet.
"Kun je alles meenemen?" zei ze, ongeruster nu.
"Niks", zei hij schor. "Niks mag je meenemen, daar. Ze zijn wezen kijken.
Houtworm, zeiden ze. In de stoelen en de kasten, en in de pendule ook.
Alles houtworm. En het is een nieuw gebouw. Dat willen ze niet."
Ze wachtte verbijsterd.
"En er hangen gordijnen. Iedereen hetzelfde, anders staat het niet vanaf de buitenkant, zeggen ze."
"Znlke nette spulletjes", fluisterde ze. "Mijn leven lang gewreven. Geen krasje op de kast, zeg nou zelf." Hij knikte.
"Je moet het tegen Jan zeggen, die zal wel met ze praten."
"Jan zegt ook, dat het niet kan, met die houtworm. Je moet je d'r bij neerleggen, zegt Jan."
Ze zakte terug in de kussens. Haar blik dwaalde door de kamer heen. Wit, nikkel, alles zo koel. Niets van haar zelf, alleen de foto van de kleintjes van Jan. Net een ziekenhuis, eigenlijk. Eigenlijk gewoon een ziekenhuis.
"En als je nu eens een ander huisje zocht", aarzelde ze. "Een klein huisje voor ons samen? Wij zijn toch mensen voor op ons eigen ... "
"Jan zegt, dat ik me niet redden kan, alleen. En dat het nog wel even duren kan, voordat jij ... zegt Jan." Hij zweeg.
Ze deed, alsof ze het niet gehoord had.

De zuster kwam binnen met een theewagentje. "Afscheid nemen, meneer Van Oosten." Hij stond schutterig op. "Je moet zo denken", zei hij. "Ik zit straks veel dichterbij. Ik kan straks twee keer op een dag bij je komen."
"Ja", zei ze. "Dat zou fijn zijn."
Onhandig gaf hij haar een kus, ergens tussen haar wang en haar mond.
Hij rook naar oude zeep, en naar manchester.
"Tot morgen", zei hij.
"Ja", zei ze. "Tot morgen maar weer. En doe dan een jas aan. De zomer loopt ten eind."

Ze zag hem gaan over het pad, rechtop. "Zo liep hij vroeger niet", dacht ze. "Vroeger liep hij iets voorover, en altijd haastig, alsof er iemand op hem zat te wachten."
Ze deed haar ogen dicht, probeerde weer het kind te zijn, dat naar haar vader rende, dat haar armen uitstak, dat hoog werd opgetild. Maar het beeld wilde niet komen. Er was geen vlucht, geen fantasie en geen herinnering.
Er was geen troost. Ze deed haar ogen weer open, en zag hem verder stappen: langzaam, verloren. De late zomerlucht was achter hem, strak en helder als een scherm.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief