In de nood leer je je vrienden kennen (1)

1979-06-08
  • Jaargang 23
  • nummer 23
... we roemen ook in de verdrukkingen.
daar wij weten dat de verdrukking volharding uitwerkt en beproefdheid en hoop; en de hoop maakt niet beschaamd omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is ...

Rom. 5: 3·5

Als hier de theoloog aan het woord was die het eens haarfijn uit de doekjes zou doen hoe dat allemaal in elkaar zit met de verdrukking en de volharding en de beproefdheid en de hoop, - dan zouden we gauw klaar zijn met deze uitspraak: het zal allemaal wel waar zijn, maar als je het zelf benauwd hebt, praat je wel anders.

Maar hier is niet - tenminste niet in de eerste plaats - de theoloog aan het woord, maar de man die het zelf allemaal heeft doorgemaakt.
Paulus verkondigt geen theorie over hoe het zou moeten. Maar hij zegt: mensen, zo is het met mij gebeurd.

Zo kennen we Paulus toch uit zijn brieven: als iemand die er zelf door heen gekropen is, door de hoogte en door de diepte, door de verschrikkingen van het leven en door de zekerheid: nu is het afgelopen met me.

En hij heeft dat alles niet onverstoorbaar ondergaan. Maar hij heeft er onder geleden en is er door verscheurd. Hij heeft onder geselingen net zo gegild als wij het zouden doen. Hij heeft nachten gekend, waarin hij maar bleef rondtobben met z'n gedachten, zonder klaar te komen met die vraag: waarom?
Hij is meer dan eens bedolven geweest door zijn schuld: ik, ellendig mens.

Zo moet je je Paulus voorstellen.
Niet de geweldenaar, die voor geen kleintje vervaard is. Maar de man die zwak is, die er niet tegenop kan en die ook gezegd heeft: ik ben zo moe, ik kan niet meer.

En die man moet je dan horen zeggen: wat ben ik blij dat dat alles me overkomen is. Want ik heb het ondervonden dat de verdrukking volharding uitwerkt. Ik heb het ervaren, dat je geloof dan niet verdwijnt.
Maar dat je juist door alles wat tegen je is blijft geloven.

Paulus geeft daar verder geen verklaring voor. Hij vertelt alleen maar wat hij ondervonden heeft. Maar misschien was die "verklaring" voor hem ook zo vanzelfsprekend, dat hij er niet aan dácht, daarover nog iets te zeggen. Nog iets meer dan hij al gezegd had.
Want natuurlijk komt dit woord maar niet zo uit de lucht vallen.

Paulus heeft immers eerst gezegd (vs. 1): wij dan, gerechtvaardigd door het geloof hebben vrede met God. En dat is dan, heel kort samengevat, wat hij in het eerste gedeelte van zijn brief zo indringend heeft laten zien en wat hij straks (hoofdst. 9-11) nog scherper zal formuleren: dat God goddelozen rechtvaardigt; dat God juist hen die zich zo fel tegen hem verzetten vrijspreekt. Dat hij juist die mensen overstroomt met zijn barmhartigheid.

Je zou zo zeggen: die mensen moeten zeker op God stuk lopen; voor hen die zich zo radicaal tegen God opstellen is er geen hoop meer.
Maar dan komt dat wonderlijke woord uit hoofdstuk 11: God heeft hen allemaal onder de ongehoorzaamheid besloten, hen zo zeer aan de ongehoorzaamheid prijsgegeven, om zich over hen allen te ontfermen.

Waarom het Paulus gaat is dit: we hebben in Jezus Christus die God ontmoet, die redt als het niet meer kan, die verlost als het onmogelijk is, die zich ontfermt als er eigenlijk geen enkele hoop op ontferming meer mogelijk is. En je zou er ook nooit op durven hopen. Want je hebt er geen enkele reden voor om daarop te hopen. Behalve die ene reden: dat God juist zo is. Een God die zich ontfermt en verlosten redt tegen alles in.

Geloven in God, - daarvoor heb je eigenlijk helemaal geen motief.
Je kunt niet meer zeggen: ja, maar hierom of daarom zal God toch wel, moet God toch wel ... Behalve dan dat ene: ja maar, zo is Hij. Je hebt geen enkele reden om te geloven. Behalve als je naar Hem kijkt. Dan heb je er alle reden voor.

Dáárom kan Paulus nu ook zeggen: ik ben niet alleen blij omdat ik tegen alles in bij God mag horen, - maar ook: ik ben b1ijdat ik het zo verschrikkelijk moeilijk heb gehad. Want juist zo ben ik blijven geloven., Als je zelf nog wei iets kunt, nog wel een uitweg weet, nog wel een kans ziet, - nou ja, waarom zou je dan eigenlijk geloven in God.
Dan heb je God toch zeker niet nodig?
Werkelijk nódig, - als de enige bij wie zelfs het onmogelijke mogelijk is. Als je niet onder de druk zit, waarom zou je dan nog naar God kijken, alleen naar God?

Maar als je zelf niet meer verder kunt, - ja, dan gebeurt het.
Dan heb je niets meer dan dit ene, dat God er is, deze God.
Dan kun je niet ophouden in deze God te geloven. Deze God, die nooit schaakmat staat, die zelfs voor goddelozen nog een weg vooruit weet, de weg van zijn ontferming.

En die dan ook voor jou in jouw uitzichtloze impasse een weg vooruit weet. Hoe dan ook.
Maar echt: een weg vooruit. Een weg waarop ook jouw voet kan gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief