"Hoe zouden wij dan leven?" (2)

1979-06-08
  • Jaargang 23
  • nummer 23
"Twee wegen"

Bij de beantwoording van de vraag die de titel werd van de film volgt Schaeffer de kerkvader Augustinus.
Deze schreef - als eerste in onze Westerse beschaving - een geschiedenisboek dat hij "Over de stad Gods" noemde (De civitate dei).
Hierin onderscheidde hij als het erop aankomt slechts twee krachten in de geschiedenis van de menselijke cultuur: het rijk van de in zichzelf sterke mens, of het rijk van de mens die God zoekt. Deze zijn in een voortdurende tweestrijd gewikkeld.
Ook Schaeffer brengt in de veelkleurige wereld van de cultuur van het Westen twee lijnen aan: de lijn van de mens die in zich-zelf sterk is, die de normen voor zijn handelen uit zichzelf put en die zichzelf in het centrum van het universum stelt... of de lijn van de mens die door Jezus Christus leeft uit een verzoende relatie met God en die het Koninkrijk van God zoekt.
Bij de omschrijving van de eerste lijn spreekt Schaeffer steeds over autonomie en de autonome mens, de mens die zichzelf (autos) tot wet (nornos) maakt.
Deze stroming in zijn geheel noemt Schaeffer "humanisme". Hij denkt bij het woord "humanisme" dus niet in de eerste plaats aan het Humanistisch Verbond, maar aan een geesteshouding. Deze houding van het hart heeft zich veel breder in onze cultuur uitgebreid dan alleen in de een of andere vereniging.
De tweede lijn noemt Schaeffer: "christianity", een term die zich het best laat vertalen met: het christelijk geloof. Ook hier denkt Schaeffer niet allereerst aan die of die kerk, en zelfs niet aan het christendom in het algemeen, dat bepaald niet altijd trots kan zijn op haar geschiedenis. Opnieuwdenkt hij hier aan een geesteshouding, een houding van het hart, die een bewegende kracht werd in onze cultus.
Schaeffer ziet de eerste lijn al aanwezig in de Romeinse cultuur, ze zet zich door in onze cultuur vanaf de Renaissance en vindt haar hoogtepunt in het denken van de Verlichting dat onze cultuur is gaan beheersen in de 20e eeuw. Daartegenover begint de tweede lijn met de vroeg-christelijke kerk en vindt haar cultureel hoogtepunt in de opbloei van kunst en wetenschap tijdens en na de Reformatie.
De vraag waar Schaeffer ons naar terugdringt is: welke levensbeschouwing is in staat een cultuur echt te dragen?
Daarvoor moet zij in staat zijn:

a. een zin te verlenen aan het geheel;

b. een basis te geven voor de ethiek (dat zijn de normen van het menselijk handelen (deze laatsten noemt Schaeffer "absolutes'”));

c. een fundering te geven voor het verwerven van kennis (how do we know, we know).

Hoe kan iets eindigs ooit in staat zijn het eindige mensenleven zin te geven? Waar vinden wij een basis voor ons handelen als wij niet weten wie wij zijn?
Ja, wie zal niet zeggen of heel deze werkelijkheid straks zal blijken een droom geweest te zijn?
Dit zijn de vragen die oprijzen als het Evangelie wordt afgewezen. Anderzijds geldt dat alleen Gods openbaring ons dat oneindige houvast geeft (wat Schaeffer “infinite reference-point" noemt) dat ons op deze vragen een antwoord geeft.

Schaeffer's beschrijving van de Westerse cultuur heeft dus ook altijd iets wervends, iets appellerend, iets apologetisch.
Het gaat hem erom dat de kijkers zich gaan afvragen: op welke van de twee wegen sta ik? En: sta ik hier wel goed?
Het is op dit punt van de "twee wegen" dat Schaeffer verschilt van H. Berkhof en C. Rijnsdorp. Zij zouden de volle werkelijkheid van een westerse cultuur niet graag zó scherp onder de· noemer van de antithese willen brengen. Zij gaan meer in op de vragen die rijzen als ik eenmaal de waarheid van de twee wegen heb ingezien, maar realiseren zich misschien te weinig dat zij daarmee deze waarheid zelf afzwakken.
Twee wegen beheersen sinds Kaïn en Abel de geschiedenis, de twee "kringen" van Ps. 1. De vragen die het juiste toepassen van deze waarheid op ónze cultuur oproepen staan bij Berkhof en Rijnsdorp centraal, bij Schaeffer is het de proklamatie van deze twee wegen zèlf die zijn film en zijn boeken beheerst.
Want ook al zijn er moeilijke vragen rondom de uitwerking van dit schema, zij mogen ons er niet van weerhouden om de waarheid zelf te blijven verkondigen in al zijn scherpte en dat is, dat er ook voor de twintigste eeuwse mens maar twee wegen openstaan: de smalle weg naar het rijk van God, of de brede weg naar het rijk van Satan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief