Brieven aan God

2006-02-17
  • Jaargang 50
  • nummer 4
Wat is het verschil tussen bidden en een brief schrijven aan God? Opvallend is dat een brief niet alleen voor alle mensen gewoon en herkenbaar is, maar ook tastbaar. Er zijn mensen die daardoor eerder een brief aan God schrijven, dan dat zij tot Hem bidden. Daarbij biedt zo’n brief ook mogelijkheden tot verder gesprek. De EO heeft op die manier een kans gezien om een aantal bekende Nederlanders iets te laten zeggen over hun beleving van God. In het radioprogramma ‘De Ochtenden’ werd hun brief in een interview uitgewerkt.

Voorwerk voor gesprek
Voor de tweede keer is een serie van zulke gesprekken in boekvorm uitgegeven. Al lezend denk ik: ‘Het kan toch niet anders dan dat iemand die dit toen op de radio heeft gehoord – achter het stuur van zijn auto of met een stofdoek in de hand – door het horen van deze brieven en interviews werd geprikkeld om zelf zo’n brief te schrijven en zo over de gestelde vragen en gegeven antwoorden na te denken. Of ook: wat zouden deze brievenschrijvers elkaar te melden hebben in een tafelgesprek, en hoe zou ik zelf in zo’n gesprek meedoen? Zijn er mogelijkheden om bruggen te slaan naar iemand die net weer even anders denkt dan ik of zelfs totaal anders?’ Zo wordt het boek echt het voorwerk tot een gesprek met een ongelovige collega of een antroposofische buurman.

Aanhef
Boeiend is allereerst de aanhef van de brieven. Wat zet je er boven? Voor sommigen is een brief aan God te gewoon en te gemeenzaam en heeft die benadering teveel iets van een spelletje. Anderen maken keuzes: lieve of beste, God of Heer, alomtegenwoordige of Hemelse Vader - al dan niet met het woordje ‘mijn’ ervoor -. Thijs Wöltgens typeert dit laatste dilemma treffend met de woorden: ‘over Hem spreken, dat is geen probleem, maar met Hem spreken vind ik wel lastig’.

Reactie
Spannend is ook of de schrijver rekent met een mogelijke reactie van God. Is het een monoloog, waarin voor God en Zijn antwoord geen ruimte is of veronderstelt de schrijver werkelijk een geadresseerde. Mensen die hun brief als niet meer dan zelfreflectie of projectie typeren rekenen zeker niet op een antwoord van Gods kant. Bij anderen klinkt daarin veel meer zoeken en aftasten door. Al zoekend kan iemand dichterbij God komen, maar ook zijn eigen godheid maken. Paul van Vliet heeft dit laatste als te oeverloos en te vrijblijvend ervaren. Hij wil ontvankelijk zijn voor wat hem door God zelf wordt aangereikt.

‘Moeten’
In de ervaringen van de schrijvers klinkt veel kerkelijk verleden door. Zij ‘moesten’ vaak veel en dat stemt tot nadenken. Opvallend zijn de woorden van Thé Lau: ‘Ge moet niet bidden, maar ge moogt bidden. Een mens mag zijn leven lang een geloofsbelijdenis zijn. Pas in zijn laatste adem klinkt het amen.’ Er klinkt een enthousiasme voor het leven in door, wat hij vaak mist in de kerk en dat terwijl geloof zo nodig is om te kunnen leven, aldus Thé.

60+-mannen
In deze brieven zijn een opvallend groot aantal mannen aan het woord met een gemiddelde leeftijd van ruim zestig jaar. Het kan dan ook niet anders dan dat de EO met een vervolg komt, waarin een jongere generatie en ook vrouwen aan het woord komen. De dochter van Jan Terlouw geeft al een klein voorzetje. In een gesprek met haar vader over schepping of evolutie zei ze op ongeveer negenjarige leeftijd: ‘Ik wou dat het eerste waar was, maar ik denk het tweede.’ Het is zo’n klein zinnetje van een jong meisje dat blijft haken in je denken. Kortom, het boekje is meer dan het lezen waard!

Peter Siebe (redactie), Brieven aan God van bekende Nederlanders (159 p.); uitgegeven bij Ten Have, Baarn; € 12,90

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief