Beoordeling van literatuur (slot)
1979-06-08
Houtworm en luiers- Jaargang 23
- nummer 23
De vorige keer hebt u een compleet verhaal kunnen lezen van Marga Kool: Houtworm en luiers. Ik ben de schrijfster erkentelijk voor haar toestemming dit af te drukken en ik hoop dat u het ook gewaardeerd hebt.
Het is een fijnzinnig, ontroerend verhaal waarin de liefde van twee oude mensen centraal staat. Daarmee is verbonden de tragiek: het onbegrip van anderen, de wrede nieuwsgierigheid, de hardheid van de (noodzakelijke?) beslissingen en ook de niet uitgesproken maar wel duidelijke nadering van de dood. Mijns inziens is één van de verdiensten van de schrijfster dat zij het wezenlijke, het diepste, weet aan te duiden zonder het uit te spreken. Het woord liefde komt niet één keer in het verhaal voor maar het is de ondertoon van wat de man en de vrouw zeggen, denken en doen; zij hebben zorgen over elkaar. Zij ziet hoe hij oud is geworden en dat hij zijn doel in het leven kwijt is. En hij zègt wel dat zij er goed uitziet (hebt u opgemerkt dat zij haar uiterlijk verzorgt, als zij hem zien komen?) maar hij draagt duidelijk de last, de zorg en hij probeert haar zo veel mogelijk te troosten. Hij wéét dat er geen uitkomst is en hij kán haar niet alles besparen. Schril contrasteert daarmee het gedrag van de andere patiënten die geen enkel medelijden of begrip tonen. Bijzonder goed is de passage over het plassen: hoe diep zij de vernedering ervaart en hoe onbeholpen kies hij zijn houding zoekt.
De opbouw is goed doordacht; we zouden van een gesloten constructie kunnen spreken. Aan het begin ziet zij hem komen, aan het einde ziet zij hem gaan. In de loop van het verhaal wordt het steeds duidelijker dat er geen uitweg meer is: ze komt niet meer in haar huisje, de meubelen moeten weg, en yan een ander, eigen huis kan ook geen sprake zijn. De onderdelen wisselen elkaar goed af en vertonen duidelijk verband. Misschien is het beeld van de kleine Jan in zijn luiers iets té opgelegd, maar dat is dan ook de enige kritische opmerking die ik zou willen maken. Mijn conclusie is dat het verhaal alleszins de moeite waard is gelezen te worden, zowel om het onderwerp als de vorm: een héél goed stukje literatuur.
Het leven gaat door!
Vanuit de titel, Houtworm en luiers, ben ik geneigd een lijn te trekken naar het gedicht van Guillaume v. d. Graft uit mijn eerste artikel: de timmerman Vasse maakt zowel doodskisten als tweepersoons ledikanten.
Het leven gaat door! Ook bij Marga Kool is die gedachte aanwezig: Houtworm staat voor vergankelijkheid. Maar de luiers duiden niet alleen op .het nieu,we, jonge leven, zij symboliseren óók de vergankelijkheid. De kleine Jan is nu volwassen. "Jan zegt dat ik me niet redden kan, alleen.
En dat het nog wel even duren kan, voordat jij ... zegt Jan."
De volwassen zoon geeft de doorslag, in feite neemt hij de beslissing. Ja, het leven gaat door! Maar dat kun je op heel verschillende manieren zeggen.
Het kan betekenen dat er hoop is, toekomst, maar ook dat het oude afgedaan heeft en plaats moet maken "voor de bungalows die ze er gaan bouwen". Het hangt er maar van af hoe je de klemtoon legt: Het leven gaat door! Marga Kool laat ons nog eens zien dat het een moeilijke zaak voor de mens is, als "het zilveren koord losgemaakt en de gouden lamp gebroken wordt" (Prediker 12 : 6). Petrus is niet de enige geweest voor wie de woorden van de Here Jezus golden: "Als gij oud geworden zijt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u gorden en brengen waar gij niet wilt" (Joh. 21 : 18).
Literatuur, wat doen we ermee?
Ik kom terug op de vraag die ik aan het begin van deze reeks heb gesteld en die ook op twee manieren bedoeld kan worden: Hóe gaan wij met literatuur om, en: wat hèb je er eigenlijk aan?
Die eerste vraag heb ik geprobeerd te beantwoorden; bij drie verhalen heb ik willen laten zien: wát staat er en hóe staat het er? En al heb ik dan geen preek willen maken, hoewel ik drie punten had, toch kom ik nu tot de "toepassing": wat dóen wij er eigenlijk mee? Hebben we er iets aan? Of is het allemaal overbodige ballast? Ik mag niet al te veel van uw aandacht vragen en daarom zal ik proberen zo kort mogelijk daarover nog iets te zeggen.
Dulce et utile
U herinnert zich misschien dat al in de klassieke oudheid die eis aan de kunst gesteld werd, maar ook dat het moeilijk is een omschrijving van die beide begrippen te geven. Ik beperk mij nu tot het laatste: "utile", dat ik nu maar vertaal als: nuttig, zinvol.
In het verhaal van Siebelink gaat het in feite om een beschrijving van psychische "afwijkingen". En wat hebben we dáár nou aan? Ik weet eigenlijk niet of ik die vraag wel voor u beantwoorden moet, maar laat ik ermee volstaan dat het "nuttig" en "zinvol" kan zijn als wij iets meer kijk hebben gekregen op de oorzaken die tot bepaalde gedragingen kunnen leiden. Hetzelfde kan gezegd worden van "Houtworm en luiers": het is zinvol te worden geconfronteerd met het thema en de motieven die daarin te vinden zijn.
Het zou overigens geen kwaad kunnen als eens méér gevraagd werd, b.v. bij het lezen van doktersromannetjes waarvan er dertien in een dozijn gaan: Wat hèb je daar nou aan, wat dóe je dáár nou mee?
Christelijk perspectief
Het effect van literatuur en de waardering ervoor hangen nauw samen met iemands persoonlijkheid, leeftijd, omstandigheden en ervaringen. Een twaalfjarige zal op "Houtworm en luiers" anders reageren dan iemand die zelf op het punt staat naar een bejaardenhuis "af te reizen". Maar er is nóg iets dat met ons hele bestaan verweven moet zijn: onze persoonlijke band met God. Ik weet ook wel dat velen van ons moeten erkennen dat zij vaak wèl los van de Heere leven, maar dat is niet iets waarin wij mogen berusten.
Eigenlijk houd ik niet van die stoere cliché-uitdrukkingen als "Geen duimbreed gronds, of Christus zegt: "MIJN!", maar als ik ernst wil maken met mijn geloof, en als ik wèrkelijk de Here wil dienen, zal ik ook de literatuur zó moeten benaderen. Dat is dan even goed een persoonlijke benadering, maar die wordt dan niet alleen maar bepaald door factoren als mijn leeftijd en karakter.
Daarom gaat mijn voorkeur uit naar het verhaal van Marga Kool. De naam van God wordt er niet één keer in genoemd, maar ik voel in "Houtworm en luiers" een sfeer, ik hoor er een toon, die ik mis bij 't Harten Siebelink die toch óók weten van het "Grote Gebod". En dat brengt mij op een vraag die niet meer met de literatuur te maken heeft, maar die ook wel eens in "Opbouw" gesteld mag worden: Hoe zou het komen dat mensen als Siebelink en 't Hart de kerk de rug hebben toegekeerd? Zou dan tóch in het verhaal "Ouderlingenbezoek" een kern van waarheid steken?
Hebben wij, hebt u, heb ik, daar óók schuld aan? Dat is dan wel een héél onverwachte toepassing in de vorm van een vraag: Wat doen wij dáár nu mee?
Ter afsluiting
Wie zich bezig wil houden met literatuur vanuit christelijk perspectief, ik denk ook aan scholieren, wijs ik op de boeken: Uitgelezen, deel 1 en 2, uitgegeven door het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (N.B.L.C.) te Den Haag. Aanbevolen! Heel wat beter dan b.v. het veelgebruikte Literama.
Andere boeken zal ik nu maar niet meer noemen. Misschien is er na de zomervakantie gelegenheid nóg eens iets over literatuur te schrijven; ik houd mij nog steeds voor uw reacties aanbevolen.
Spoolderbergweg 18, Zwolle