Kerknieuws
1979-06-15
PERSVERSLAG van de 10e en laatste zitting van de Landelijke Vergadering van afgevaardigden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband), gehouden op 19 mei 1979 in het vergadergebouw achter de Gereformeerde kerk te Wezep.- Jaargang 23
- nummer 24
De praeses, ds Goris, opent de vergadering.
Hij laat zingen Ps. 46: 4 en leest Ps. 48. Hij spreekt een kort herdenkingswoord naar aanleiding van het overlijden van ds W. Vis, praeses van de Landelijke Vergadering van Kampen 1976, van br. A. J. Buitenhuis, die enkele zittingen van de Landelijke Vergadering van Wezep als afgevaardigde bijwoonde, en van mevr.
M. M. Veenhof-Bakker, Dit herdenkingswoord wordt door de vergadering staande aangehoord. Daarna gaat de praeses voor in gebed. Hij heet hierna de afgevaardigden welkom en spreekt de hoop uit dat deze vergadering waarop de kerken rechtstreeks vertegenwoordigd zijn ter afhandeling van twee zaken waarin de Landelijke vergadering in getrapte samenstelling eerder een voorlopig oordeel gafde laatste zitting zal zijn van de Landelijke Vergadering van Wezep, Van de 94 kerken blijken er 88 vertegenwoordigd te zijn; 2 kerken zonden bericht van verhindering.
De vergadering neemt enkele brieven van kerken en kerkleden die handelen over de naam van de kerken voor kennisgeving aan. Tevens neemt de vergadering kennis van een brief van de kerk van Wormser, waarin deze kerk verantwoording aflegt van zijn beslissing om geen afgevaardigden naar deze Landelijke Vergadering te sturen en van zijn bezwaren tegen de vorrrung van een georganiseerd kerkverband.
De vergadering gaat akkoord met een voorstel van het moderamen tot het instellen van een spreektijdbeperking van 4 minuten in een eerste besprekingsronde en 2 minuten in een tweede ronde.
Vervolgens vindt een bespreking plaats over het karakter van deze voortgezette Landeljjke Vergadering. Ter tafel is een voorstel van de kerk van Doorn om uit te spreken: "De voortgezette Landelijke Vergadering neme in principe elk voorstel in behandeling, dat met betrekking tot de beide aan haar voorgelegde zaken door de kerken ter tafel wordt gebracht."
Doorn maakt bezwaar tegen de eisen die de Landelijke Vergadering van Wezep in getrapte samenstelling formuleerde voor voorstellen vanuit de kerken voor de voortgezette Landelijke Vergadering; deze eisen worden ervaren als een inperking van de bevoegdheid van deze vergadering die zich niet verdraagt met art. 38 van het Akkoord van kerkelijk samenleven.
Volgens Doorn moet deze vergadering zich over de aanhangige zaken een zelfstandig oordeel. vormen, dat sterk kan afwijken van het voorlopig oordeel van de Landelijke Vergadering in getrapte samenstelling.
Tevens is aan de orde een voorstel van het moderamen om alle wijzigingsvoorstellen betreffende het Akkoord van kerkelijk samenleven die door de kerken zijn ingediend in behandeling te nemen met uitzondering van het voorstel van Utrecht ten aanzien van art. 38 en dat van Nunspeet ten aanzien van art. 34.
De 2e scriba licht het standpunt van het moderamen toe. Een voortgezette Landelijke Vergadering heeft slechts tot taak enkele onderwerpen van het agendum van de Landelijke Vergadering in getrapte samenstelling af te handelen. Zij mag geen nieuwe zaken aan het agendum toevoegen; daarom kan het voorstel van Utrecht tot wijziging van art. 38 niet in behandeling komen: dit artikel stond nl. niet op het agendum van de Landelijke Vergadering van Wezep. Wat de wel aan de orde zijnde artikelen betreft: de Landelijke Vergadering van Wezep stelde aan wijzigingsvoorstellen de eis dat ze het karakter zouden moeten hebben van een amendement, d.w.z. van een voorstel om een woord, een zin of een passage van de tekst die voorlopig werd vastgesteld te wijzigen.
Deze eis beperkt de bevoegdheid van de voortgezette Landelijke Vergadering in geen enkel opzicht, aldus de 2e scriba: deze amendementen kunnen nl. materieel de voorliggende tekst van de artikelen ingrijpend wijzigen.
Maar terwille van de overzichtelijkheid en de vergelijkbaarheid moeten ze de vorm van een amendement hebben. Alle voorstellen uit de kerken voldoen aan die voorwaarden met uitzondering van het voorstel van Nunspeet ten aanzien van art. 34.
Overigens waarschuwt het moderamen bij monde van de 2e scriba tegen de kennelijk aanwezige neiging bij een aantal kerken om de voortgezette Landelijke Vergadering te gebruiken als een soort “inhaaloefening", om allerlei ingrijpende wijzigingsvoorstellen in te dienen die al veel eerder, nl. ruim vóór het begin van de Landelijke Vergadering van Wezep begin 1978 hadden kunnen worden ingediend.
De kerken moeten allereerst dié gelegenheid aangrijpen om met voorstellen te komen en niet wachten tot een voortgezette Landelijke Vergadering.
Aan de bespreking van deze zaak wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Doorn, Nijmegen en Utrecht. Zij benadrukken het bijzondere karakter van de voortgezette Landelijke Vergadering, waarin bij uitstek de stemmen van de plaatselijke kerken kunnen doorkomen die in een getrapte Landelijke Vergadering wellicht onvoldoende aan bod zijn gekomen.
Die stemmen mogen niet door allerlei beperkende regelingen gesmoord worden. Deze afgevaardigden beklemtonen dat een voortgezette Landelijke Vergadering een bepaalde zaak wel degelijk kan terugdraaien, en als zodanig dus wel degelijk een "inhaaloefening" kan zijn. Utrecht vindt dat art. 38 niet moet worden gehanteerd alsof het al volledig van kracht is en wenst dat een voortgezette Landelijke Vergadering beslist over alle gewichtige zaken, en niet over enkele daarvan; zolang het gehele Akkoord van kerkelijk samenleven nog niet aanvaard is dragen de al wel totstandgekomen artikelen een . voorlopig karakter. Wanneer deze artikelen niet juridisch, maar als richtlijnen worden gehanteerd, neemt Utrecht zijn voorstel terug.
De 2e scriba. erkent in zijn beantwoording, dat een voortgezette Landelijke Vergadering de aan de orde zijnde zaken inderdaad ingrijpend kan wijzigen. Art. 38 laat daar alle ruimte voor. Maar de Landelijke Vergadering in getrapte samenstelling heeft niets anders gevraagd dan: giet die wijzigingsvoorstellen s.v.p. in de vorm van een amendement. Bovendien moet
bedacht worden, aldus de 2e scriba, dat de voortgezette Landelijke Vergadering niet het begin is van een geheel nieuw besluitvormingsproces, maar het sluitstuk van een proces van besluitvorming dat allang geleden begon, en waarin de kerken al diverse gelegenheden hebben gehad om voorstellen te doen.
Na deze bespreking wordt het voorstel van Doorn bij stemming door de vergadering verworpen en wordt het voorstel van het moderamen om Nunspeet-art. 34 niet in behandeling te nemen aanvaard.
Vervolgens komt de naam van de kerken aan de orde.
Het moderamen stelt voor, om - gezien de daarover binnengekomen brieven uit de kerken - niet alleen het tweetal door de getrapte Landelijke Vergadering geselekteerde namen Nederlands( e) Gereformeerde en Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken in bespreking te nemen, maar ook de namen Vrije Gereformeerde Kerken, Evangelisch Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt buiten verband).' Tevens stelt het moderamen voor om de bespreking over deze zaak tot één ronde te beperken, om in een aantal stemmingen steeds de naam met het minste aantal stemmen te laten afvallen, en om alleen een beslissing te nemen wanneer bij de slotstemming de overgebleven naam tenminste 2/3 van de uitgebrachte stemmen verwerft.
De 2e praeses licht deze moderamenvoorstellen toe. Aan de bespreking daarover wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Amsterdam, Zwolle en Emmeloord. Aangedrongen wordt o.m. op uitstel van een beslissing in deze zaak, wanneer een groot verschil van mening zou blijken.
De moderamenvoorstellen worden bij stemming aanvaard.
Aan de bespreking van de voorgestelde namen wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Zaandam, Amsterdam-Centrum, Baarn en Dalfsen, die argumenten pro en contra bepaalde namen naar voren brengen of voor uitstel van een beslissing pleiten.
In de eerste twee stemmingen vallen vervolgens de namen Evangelisch Gereformeerde Kerken, Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt buiten verband) af. De uitslag van de derde stemming is: Nederlands(e) Gereformeerde Kerken 52 stemmen, Vrije Gereformeerde Kerken 33 stemmen, bij 3 onthoudingen. In de hierop volgende konformatiestemming - waarbij 2/3 van het aantal stemmen, nl. 59 stemmen vereist zijn - worden 61 stemmen voor en 25 stemmen tegen de naam Nederlands(e) Gereformeerde Kerken uitgebracht, bij 2 onthoudingen.
Hierna vindt een bespreking plaats van de vraag, of onze kerken Nederlandse of Nederlands Gereformeerde Kerken zullen heten. Aan deze bespreking wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Zoetermeer, Dronten, Maastricht, Apeldoorn, Voorthuizen, Wageningen, Eindhoven, Nijverdal en Bunschoten-Spakenburg.
Enkele afgevaardigden pleiten voor de naam Nederlands Gereformeerde Kerken o.m. omdat volgens hen de "e" in het praktisch spraakgebruik toch zal worden weggelaten en bovendien de aanduiding "Nederlandse" te pretentieus zou zijn. Andere afgevaardigden pleiten voor Nederlandse Gereformeerde Kerken, o.m. met verwijzing naar het opschrift boven de Catechismus.
Bij stemming spreken 19 kerken zich uit voor Nederlandse, 51 voor Nederlands Gereformeerde Kerken, bij 14 onthoudingen. Bij konformatiestemming over de naam Nederlands Gereformeerde Kerken stemmen 72 kerken voor, 11 tegen, bij 5 onthoudingen.
Daarmee is met ruime meerderheid van stemmen een nieuwe naam voor de kerken aangenomen. De afgevaardigde van Amsterdam spreekt de hoop uit dat ook de kerken die tegen deze naam waren zich aan deze beslissing zullen konformeren.
Na de middagpauze wordt de vergadering heropend. Gezongen wordt Ps. 84 : 3. De praeses deelt mee, dat ds Van Atten die de kerk van Almkerk-Werkendam zou vertegenwoordigen als gevolg van een auto-ongeluk in het ziekenhuis is opgenomen. Hij verkeert niet in levensgevaar. Enkele leden van het moderamen zullen de kerken vertegenwoordigen bij de begrafenis van mevr. Veenhof.
Vervolgens stelt de praeses de artikelen van het Akkoord van kerkelijk samenleven aan de orde. Het moderamen heeft de brs. Huizinga (Heerenveen) en Boonstra (Haren), alsmede de niet aanwezige ds Van Atten, verzocht om de vergadering bij de bespreking van deze artikelen te willen dienen door, indien nodig, bepaalde zaken toe te lichten en wat overzicht in het geheel van voorstellen aan te brengen. De vergadering stemt met dit moderamenbeleid in.
De praeses geeft allereerst het woord aan ds Van den Brink, voorzitter van de Kommissie voor kontakt en samenspreking met andere kerken. Deze kommissie heeft verzocht de vergadering op de hoogte te mogen brengen van de bezwaren die bij de deputaten van de Christelijke Gereformeerde Kerken leven tegen onderdelen van de nu aanhangige artikelen van het Akkoord van kerkelijk samenleven.
Deze bezwaren betreffen de passage over het "heil van de gemeente" in art. 34 en de zinsnede "tenzij dit niet recht zou zijn voor God" in art. 35: de Christelijke Gereformeerde deputaten zijn van oordeel, dat deze uitdrukkingen zeer subjektief te interpreteren zijn en daarom licht tot independentisme leiden.
Bovendien hebben deputaten bezwaar tegen het woord "bekrachtigen" in art. 34 en de gedachte daarachter: volgens hen hebben de besluiten van meerdere vergaderingen onmiddellijk rechtskracht en behoeven ze niet eerst door de plaatselijke kerken bekrachtigd te worden. Zij vrezen dat dit alles een belemmering zal vormen voor de vereniging van onze en hun kerken, aldus ds Van den. Brink. Hij deelt mee, dat de Kommissie voor kontakt en samenspreking in de gesprekken met de Christelijke Gereformeerde deputaten heeft beklemtoond, dat er in de praktijk nauwelijks verschil is tussen ratifikatie vooraf en de belofte tot ratifikatie achteraf en dat onze positiekeus in dezen zo oud is als de Vrijmaking. Omdat eenheid van beide kerken niet binnen handbereik is, kan van onze kerken niet verwacht worden in deze zaken voortdurend pas op de plaats te maken.
Aan de orde komt nu allereerst art. 34 van het Akkoord van kerkelijk samenleven.
In het voorlopig oordeel van de getrapte Landelijke Vergadering luidt dit aldus: "Hetgeen in regionale en landelijke vergaderingen besloten is, wordt door de plaatselijke kerken bekrachtigd en in onderlinge liefde nagekomen, tenzij het strijdig bevonden wordt met de Heilige Schrift of met het Akkoord van kerkelijk samenleven, of ook dat aanvaarding niet zou dienen tot heil van de gemeente; de kerk die een besluit niet bekrachtigt zal hiervan aan de zusterkerken rekenschap geven."
Aan de bespreking over dit artikel wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Doorn, Eindhoven, Amsterdam-Centrum, Zwolle, Zeist, Bunschoten-Spakenburg en Apeldoorn, terwijl br. Huizinga namens de kommissie- ad hoc enkele opmerkingen beantwoordt.
Met name de passage dat plaatselijke kerken besluiten van meerdere vergaderingen niet bekrachtigen wanneer "aanvaarding niet zou dienen tot heil van de gemeente" is onderwerp van bespreking, dit in verband met het feit dat een aantal kerken heeft voorgesteld deze passage te schrappen. Ten gunste van deze passage wordt aangevoerd, dat het nodig is hiërarchie, uniformiteit en verstarring te weren, en dat we elkaar vertrouwen moeten schenken en niet ervan uit moeten gaan dat deze passage verkeerd gehanteerd zal worden. Een besluit dat in strijd is met de Heilige Schrift, schaadt inderdaad tegelijk het heil van de gemeente. zo wordt betoogd.
Maar een besluit dat niet tegen de Schrift ingaat behoeft daarom nog niet tot heil van de gemeente te zijn.
Tussen "niet in strijd met" en "geboden door de Schrift" ligt het terrein van de christelijke vrijheid.
Andere afgevaardigden bepleiten het schrappen van de bewuste passage.
Volgens hen staat door de mogelijkheid van een subjektivistische interpretatie ervan de deur open voor willekeur.
Zij roepen de vergadering op in dezen de eenheid met andere gereformeerde kerken zwaar te laten wegen. Herinnerd wordt aan de oorspronkelijke toevoeging "in praktische zaken" bij deze passage. Dat is in alle voorstellen van de Kommissie Funktionering Kerkverband I en 11 steeds de bedoeling geweest van deze zinsnede: bevoogding en betutteling in praktische zaken te voorkomen. Gesuggereerd wordt om deze bedoeling in een apart artikel te verwoorden of de woorden "in praktische zaken" in art. 34 toe te voegen. Eén der afgevaardigden roept op tot een open broederlijke gezindheid, tot een naar elkaar luisteren en van elkaar willen leren. Want, zo stelt hij, hoe art. 34 ook geformuleerd wordt, de praktijk zal tenslotte moeten uitwijzen hoe we met elkaar omgaan.
Het amendement om de passage over "het heil van de gemeente" te schrappen wordt vervolgens verworpen met 34 stemmen voor, 45 tegen, bij 8 onthoudingea, Ook alle overige amendementen worden verworpen, met uitzondering van het amendement-Apeldoorn dat een aantal stilistische wijzigingen aanbrengt en dat wordt aangenomen met 52 tegen 26 stemmen bij 8 onthoudingen, en een amendement-Utrecht met een soortgelijk karakter dat na aanvaarding van het amendement-Apeldoorn buiten stemming blijft. De afgevaardigde van Bunschoten-Spakenburg vraagt aantekening in de notulen van zijn tegenstem tegen het amendement-Apeldoorn.
Het op deze wijze aanvaarde art. 34 luidt nu als volgt: "Een besluit van de regionale of landelijke vergadering zal door de plaatselijke kerken bekrachtigd worden en in onderlinge liefde nagekomen, tenzij dit besluit strijdig bevonden wordt met de Heilige Schrift of met het Akkoord van kerkelijk samenleven of niet strekt tot heil van de gemeente. De kerk, die een besluit niet bekrachtigt, zal hiervan aan de zusterkerken rekenschap geven."
Hierna stelt de praeses art. 35 van het Akkoord van kerkelijk samenleven aan de orde. Het voorlopig oordeel van de Landelijke Vergadering in getrapte samenstelling luidde ten aanzien van dit artikel: "Het is geoorloofd zich van een besluit van de kerkeraad op de regionale vergadering, of ook van een besluit van de regionale vergadering op .de landelijke vergadering te beroepen; naar de verkregen uitspraak zal men zich voegen, tenzij dit niet recht zou zijn voor God. In elk geding is slechts één beroep mogelijk; tegen een besluit dat de leer der kerk of tucht over een dinaar des Woords betreft, staat echter beroep open tot. op de landelijke vergadering."
Aan de bespreking wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Utrecht, Aalten-Winterswijk, Amsterdam-Centrum, Apeldoorn, Ermelo en Doorn. De brs. Huizinga en Boonstra beantwoorden enkele sprekers. Gesproken wordt o.m. over de vraag, waarom voor predikanten een langere beroepsweg openligt dan voor nietpredikanten, over de vraag hoe voorkomen kan worden dat via een beroepsprocedure plaatselijke konflikten zich als een olievlek over het kerkverband uitbreiden, en over de vraag, of de woorden "zich beroepen op" niet ten onrechte suggereren dat meerdere vergaderingen hogere rechtsinstanties zijn.
Bij stemming worden alle door de kerken ingediende amendementen op art. 35 verworpen, waarna dit artikel in bovenstaande redaktie wordt aanvaard.
Opnieuw komt hierna de passage over "het heil van de gemeente" in art. 34 aan de orde. De afgevaardigde van Heerenveen signaleert dat niet is gestemd over de in de bespreking gedane suggesties om deze materie in een apart artikel te regelen dan wel de woorden "in praktische zaken" eraan toe te voegen. Hij stelt voor dat laatste alsog te doen, gezien de bij een aantal kerken levende vrees voor subjektivisme en independentisme bij ongewijzigde handhaving van de betreffende passage.
Aan de bespreking hierover wordt deelgenomen door de afgevaardigden van Nijmegen, Doorn, Breda, Dronten, Rijswijk, Enschede-Zuid, Wapenveld, Langerak, Amsterdam-Centrum, Bunschoten-Spakenburg, Voorthuizen, Breukelen, Zoetermeer, Oostzaan en Leerdam.
Tegen het voorstel van Heerenveen wordt ingebracht, dat deze formulering niet tijdig bij amendement vanuit de kerken is voorgesteld en dat deze zaak daarom moet blijven rusten tot de Landelijke Vergadering van 1980.
Bovendien, zo stellen sommigen, rijst de vraag, wat praktisch en wat principieel is, en wat daartussenin ligt.
Andere afgevaardigden ondersteunen het ingediende voorstel: het zou volgens hen veel bezwaren wegnemen bij die kerken die met de huidige formulering erg grote moeite hebben; het zou een brug kunnen slaan en zo de eenheid bevorderen.
De afgevaardigde van Heerenveen verklaart teleurgesteld te zijn door de reaktie op zijn voorstel. Uiteindelijk besluit de vergadering bij meerderheid van stemmen niet op het voorstel van Heerenveen in te gaan.
Aan de orde komt vervolgens art. 37 van het Akkoord van kerkelijk samenleven, dat in het voorlopig oordeel als volgt luidt: "In de regionale vergaderingen zal worden gevraagd, of er iets is waarin een kerk een oor deel en de hulp van de zusterkerken nodig heeft. De regionale vergaderingen dragen er zorg voor, dat de in haar samenkomende kerken elkaar op de hoogte stellen van de arbeid der ambtsdragers, opdat deze kerken elkaar kunnen bijstaan, op elkaar acht kunnen geven, en elkaar in tijds christelijk mogen vermanen, wanneer iemand nalatig bevonden wordt. Het staat een regionale vergadering vrij hiertoe enigen uit haar midden aan te wijzen, die de kerkeraden bezoeken en over hun bevindingen rapporteren."
In de bespreking wordt het woord gevoerd door de afgevaardigde van' Zwolle, die pleit voor het opnemen van de verplichting voor iedere regio om kerkvisitatie te doen plaatsvinden.
Alle amendementen op art. 37 worden hierna verworpen. Het artikel wordt ongewijzigd aanvaard.
Tenslotte stelt de praeses art. 40 aan de orde, dat in het voorlopig oordeel van de getrapte Landelijke Vergade-.
ring luidt: "De kerken beloven elkaar dit gemeenschappelijk aangenomen Akkoord naar verrilogen te onderhouden, met inachtneming van wat Gods Woord gebiedt. De artikelen behoren gewijzigd, vermeerderd of verminderd te worden, wanneer de kerken daarmee gediend zijn en het niet strijdig is met de Heilige Schrift slechts een landelijke vergadering is bevoegd hiertoe te besluiten en wel nadat zij haar voorlopig oordeel aan de kerken heeft kenbaar gemaakt."
Zonder bespreking worden de amendementen op dit artikel verworpen en wordt het artikel zelf ongewijzigd aanvaard.
De praeses konstateert dat de Landelijke Vergadering van Wezep daarmee haar agendum heeft afgewerkt.
Hij dankt de koster met zijn gezin voor de altijd voortreffelijke verzorging van de afgevaardigden.
Nadat gezongen is Ps. 85: 1 gaat de 1e scriba voor in dankgebed en sluit de praeses de Landelijke Vergadering van Wezep.