Verbondenheid – contactrijk en contrastrijk

2012-04-28
  • Jaargang 56
  • nummer 9
In zijn inleiding op de op 14 april gehouden NGK-themadag in Houten stond ds. Jan Mudde stil bij het geschenk ‘verbondenheid’. Een scheppingsgegeven waarvan Christus gebruikmaakt als Hij ons herschept en ons toerust om God en de ander te dienen. In de gemeente, de buurt, de stad en wereldwijd.

Verbondenheid is een natuurlijk gegeven – met die vaststelling wil ik graag beginnen. Alles wat leeft is op de een of andere manier met elkaar verbonden, vormt en beïnvloedt elkaar. Ook mensen vormen en beïnvloeden elkaar in hoge mate. Huilt de één, dan emotioneert dat de ander. Ook lachen en agressie werken vaak aanstekelijk. Wat anderen zeggen en doen kan ons verontwaardigd, boos, bang of blij maken.
Te midden van een groep opgefokte supporters kun je je zo door de sfeer laten meeslepen dat je dingen doet die je later betreurt. Verbondenheid blijkt een natuurlijk gegeven, zelfs als er geen sprake is van verbondenheid van hart tot hart.

Bijbel
In de Bijbel vind je dit ook terug. De vrouw krijgt de man zover dat ook hij eet van de boom van kennis van goed en kwaad. David maakt muziek voor Saul en temt zo diens boze geesten.
Zelfs een hele gemeenschap kan worden beheerst door een bepaalde ‘geest’.
In Hosea lezen we dat ‘een geest van ontucht’ het volk doet dwalen. In de richterentijd is het volksgeheel in de greep van de angst voor de Midjanieten en Filistijnen. Maar een groepsgeest kan ook positief uitwerken.
Eensgezind worden na de ballingschap de stadsmuren van Jeruzalem herbouwd.
En in het Nieuwe Testament werkt de bereidheid van de christenen te Achaje om geld bijeen te brengen voor de moedergemeente te Jeruzalem aanstekelijk op de christenen te Macedonië.

Meer dan een kuddedier
Toch is de mens geen kuddedier dat onontkoombaar met de massa meegaat. De Bijbel verhaalt ook van enkelingen die van een andere geest vervuld zijn (of worden). Ik denk aan Noach en aan Gideon, Jonathan en David, die in de richterentijd met Gods hulp de situatie deden kantelen en anderen op sleeptouw namen.
Verbondenheid is een natuurlijk gegeven.
En daardoorheen werkt Gods Geest, die deze verbondenheid in de schepping heeft gelegd en die door Christus vervolgens ook gebruikt wordt in de herschepping.

Christus’ doel
In Efeziërs 4:7-16 lezen we over het belang van de band met elkaar voor de gemeenschap in Christus en voor geloofsopbouw.
Paulus benoemt in vers 10 als het grote doel van Christus’ hemelvaart, hemelregering, dat Hij alles met zijn aanwezigheid, zijn heerlijkheid, zijn liefde, zijn goedheid wil vullen, zoals een heerlijke geur een ruimte vult. Christus’ doel met ons, met de gemeente, is dus dat zijn heerlijkheid ons vervult en van ons afstraalt. En dat gebeurt ook via de verbondenheid met medemensen. ‘Oók’, want de Bijbel gebruikt meerdere beelden. Het beeld van het lichaam dat de gemeenteleden samen vormen (Efeziërs 4:12; 15-16), maar ook het beeld van de wijnstok (= Christus) waaraan iedere rank rechtstreeks verbonden is (Johannes 15). In het kader van deze themadag focussen wij op het eerste beeld.

Christus’ geschenken
Jezus Christus ging naar de hemel om geschenken uit te delen (Efeziërs 4:8).
Hij geeft ‘apostelen en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren’.
Petrus en Paulus (apostelen), Agabus (de profeet) en Timoteüs en Titus (evangelisten) – ze zijn de ‘cadeautjes’ die Christus aan de mensheid geeft.
Zo ook de herders en leraren, de voorgangers en onderwijzers, die in elke gemeente zijn aangesteld. Christus’ realiseert zijn plan op aarde via vernieuwde mensen die er door hun bediening aan bijdragen dat ook andere mensen vernieuwd worden.
In alle gevallen doen zij dit door het Woord te bedienen, elk op eigen wijze en vanuit een eigen positie: apostel en profeet, evangelist, herder en leraar … Door middel van het Woord rusten zij de gemeente toe en zo zijn zij het gereedschap van de Geest van Christus.
Maar niet minder gebruikt Christus de gemeente om zijn doel te bereiken. Efeziërs 4:7: Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. Efeziërs 4:16: Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. De gemeente als geheel heeft dus een plekje in het grote plan om werkelijk alles met Christus te vervullen.

Bewustwording
Door wie jij bent, hoe jij bent en hoe Christus in jou werkt kun jij een rol spelen in het geestelijke groeiproces van de gemeente. Omgekeerd: wat van Christus zichtbaar wordt in de gemeente en in medechristenen, kan jou helpen om dicht bij Christus te blijven en steeds voller te worden van Hem. Het is dan ook dringend gewenst dat we ons steeds weer bewust worden van de zowel opbouwende als afbrekende kracht die er in de onderlinge gemeenschap ligt. Wordt een gemeente beheerst door ruzie, kliekjesvorming en onderlinge vervreemding, dan kan dat destructieve gevolgen hebben voor het geloof, de hoop en de liefde. Wordt een gemeente beheerst door toewijding, liefde, dienstbaarheid aan Christus en elkaar, dan kan dat een enorme kracht zijn, waardoor geloof, hoop en liefde binnen de gemeente gedragen en versterkt worden.

Urgentie
In het grootste deel van Nederland vormt de gemeente van Christus een minderheid, een heel kleine minderheid zelfs. Deze situatie onderstreept de noodzaak van een hechte gemeenschap en verbondenheid van hart tot hart. Altijd zijn die nodig, ook waar de kerk nog het middelpunt van de samenleving is, maar waar je als christen een eenling bent op school, in de buurt, op het werk, moet je die verbondenheid echt zoeken. Doe je dat niet, dan raakt dat op den duur niet alleen je verbondenheid met de gemeenschap, maar ook je verbondenheid met Christus.
Ook voor mijn eigen geloof word ik me steeds meer bewust van de betekenis van deze verbondenheid. Juist vanuit de gemeente straalt Christus’ liefde mij rijk geschakeerd tegemoet en word ik bemoedigd en aangespoord. En word ik aangevochten in mijn geloof, dan is het deze verbondenheid die me kracht geeft, en vind ik echt steun bij medemensen die toegewijd en trouw blijven, die iets van Christus’ liefde laten zien, die verhalen van de manier waarop Hij zich in hun leven heeft laten kennen. Steunberen zijn zij voor mijn geloof, hoop en liefde.

Consequenties
Mede door de verbondenheid van hart tot hart wordt de gemeente van Christus gebouwd. Dit is van betekenis voor de manier waarop je als christen je leven inricht. Schep je ruimte voor verbondenheid met medechristenen?
Dit heeft ook consequenties voor bijvoorbeeld kerkenraden. Zetten die gericht in op verbondenheid? Je kunt verbondenheid weliswaar niet organiseren, maar wel faciliteren. Na de dienst koffiedrinken met elkaar, ontmoetingsgelegenheden creëren voor jong en oud. Concreet denk ik ook aan de twee speerpunten van het beleid dat wij de laatste jaren in Haarlem voeren.

Kerk op twee niveaus
Als eerste: de ontmoetingen op twee niveaus, het zondagse en het doordeweekse.
Op dat zondagse niveau zetten we altijd al in. Maar het doordeweekse lieten we aan de gemeente zelf over.
Of er Bijbelstudiekringen waren en of iemand daaraan deelnam, dat was persoonlijk. Maar in een volstrekt ontkerkelijkte omgeving zijn er naast de zondag andere impulsen nodig, die persoonlijker zijn, waarin de onderlinge verbondenheid een kans krijgt.
Kleine groepen bijvoorbeeld, die doordeweeks samenkomen en waarin niet alleen aan Bijbelstudie gedaan wordt, maar waarin je ook samen eet, het leven deelt, de tijd neemt om te bidden.
Pastoraal, diaconaal van functie, maar ook missionair, omdat ze kleinschaliger en voor sommige mensen laagdrempeliger zijn dan kerkdiensten.
Zoekende buren of kennissen kunnen gemakkelijk(er) meegenomen worden. Zulke groepen zijn niet maar een extraatje naast de kerkdienst, maar vervullen een eigen, daaraan gelijkwaardige rol.

Gemeentelijke projecten
Als tweede: het projectmatig werken.
In Haarlem werkten we al met jaarthema’s en themadiensten, met nagesprek en dergelijke, maar dat zijn we gaan intensiveren. Je kunt daarbij denken aan gemeenteprojecten voor de 40- en 50-dagentijd, maar ook aan het project ‘Schitterend leven’ (over missionair gemeente-zijn). Voor elk project wordt een dagboekje gemaakt, dat ieder gemeentelid thuis gebruiken kan. Doordeweeks kan er bij iemand thuis over het thema worden doorgepraat en zondags staat het centraal in de diensten. Bij het project dat wij dit jaar deden, hielden we het nagesprek zelfs in de diensten. Het bleek een manier om de verbondenheid van hart tot hart te faciliteren.

Lokaal verbonden
In de workshops op deze themadag komen allerlei manieren om verbondenheid te bevorderen aan bod. Eén wil ik er nog aan toevoegen: de vormgeving van verbondenheid op lokaal en interkerkelijk niveau. In sterk ontkerkelijkte plaatsen en streken is dit in ontwikkeling: christenen die elkaar enkele jaren geleden nog nauwelijks zagen staan raken met elkaar verbonden, beseffen dat ze elkaar nodig hebben en op elkaars steun en gebed en liefde zijn aangewezen. Deze ontwikkeling overstijgt de kleine oecumene en is even onvermijdelijk als noodzakelijk: in een tijd waarin de kerk steeds meer uit de Nederlandse samenleving verdwijnt, overleef je als christelijke gemeenschap alleen als je de verbondenheid met alle heiligen beleeft. Zo was het overigens altijd al bedoeld.

Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief