Wat merken wij van de opgestane Heer?
2012-04-28
We hebben ongetwijfeld weer prachtige dingen gezegd en bezongen met Pasen. Maar wat doe je daarmee in het leven van alledag? Waaraan kun je merken dat Jezus leeft? - Jaargang 56
- nummer 9
Het valt niet mee om een link te leggen tussen dit hemelhoge heilsfeit en ons gewone leven. Johannes komt ons hierin met zijn laatste hoofdstuk te hulp. Een toegift om ons te helpen de opgestane Heer te ontdekken in het leven van alledag.
Een open einde
Met hoofdstuk 20 lijkt Johannes zijn evangelie te besluiten.
Zijn selectie van alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan vindt hij voldoende om tot geloof in Jezus als Zoon van God te leiden. Toch voegt hij nog een geschiedenis toe: de derde keer dat Jezus zich aan zijn leerlingen als de Opgestane heeft geopenbaard (vs. 14). Drie, in de beslissende betekenis van het woord. Alsof de evangelist zo zijn lezers attent wil maken op het vervolg: het verhaal van de opgestane Heer is met het evangelie niet afgesloten, het gaat door! Misschien dat Johannes deze toegift wel heeft bedoeld als een verduidelijking bij dat woord aan Tomas: gelukkig zij die niet zien en toch geloven. Deze laatste openbaring mag een eyeopener zijn voor al die gelovigen die leven na de hemelvaart en Jezus niet meer in levenden lijve ontmoeten.
Gewoon leven
Deze definitieve openbaring vindt niet plaats wanneer de leerlingen ‘ambtshalve’ samen zijn. Ook niet op de eerste dag van de week of bij een specifiek godsdienstige gelegenheid.
Nee, midden in het gewone leven. Aan de oever van het meer waar zij op initiatief van Petrus een nacht lang hebben gevist. Het gewone leven gaat door en er moet ook weer brood op de plank komen. Dit initiatief van Petrus is wel getypeerd als een blijk van verlegenheid of zelfs van ongehoorzaamheid. Ze hadden moeten getuigen, maar ze gingen vissen. Of is dit gewoon levensecht? Zoals wij met alle heilsfeiten in onze geestelijke portefeuille toch ook weer gewoon aan het werk moeten en aandacht moeten geven aan de alledaagse beslommeringen. Laten we ervoor oppassen het ‘getuigende’ leven van de apostelen te romantiseren.
Zo romantisch was dat niet. Daarom is deze derde openbaring midden in het gewone leven zo veelzeggend, ook voor ons.
Ik ben met jullie
Bemoedigend vind ik dat Johannes de openbaring van de Heer niet pas noemt op het moment dat Hij zich sprekend tot hen richt, maar dat het hele gebeuren behoort tot deze openbaring (vs.1). Zonder dat zij het wisten was Hij bij hen betrokken toen ze de nacht doorploeterden.
Ook als wij niet aan het Hem denken, druk met alles en nog wat, denkt Hij wel aan ons! Pasen daagt ons uit om groot te denken en visies te ontvouwen, maar hoezeer kan de praktijk juist ook als het gaat om het werk in Gods Koninkrijk bitter teleurstellen. Het kan ons geloof in de opstanding aanvreten. Wat een rust te weten: Hij is bij ons en weet ervan, zoals Hij beloofd heeft (Matteüs 28: 20).
Verrassend eenvoudig
Hij was, zonder dat zij zich dat bewust waren, de nacht door zijn vrienden op het meer nabij geweest. Trouwens, ook hier blijkt dat het zien van Jezus niet doorslaggevend was. Zelfs aan de maaltijd later durfde niemand Hem te vragen wie Hij was, want ze hadden Hem al herkend. Niet door het zien, maar door wat Hij deed en zei. Zijn stem en zijn daden waren onmiskenbaar gebleken. En het was begonnen met een verrassend eenvoudige raad: werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Eenvoudig op het randje van irritant. Toch gaven ze gehoor en het resultaat was verbluffend. Een overvloedige vangst die ze zonder problemen konden binnenhalen. Wat een zegen. Toen ontdekte de leerling die het meeste met Jezus had als eerste – dit is zijn stijl, dit voelt zo herkenbaar en vertrouwd – het is de Heer!
Opmerkzaam en welwillend
Vermoedelijk heeft deze visvangst een diepere betekenis.
Zoals ze nu de vissen mogen tellen, zo zullen zij eenmaal mensen mogen tellen uit alle talen en volken. Nooit kan het geloof in de opgestane Heer te veel verwachten. Maar de les die ik uit deze geschiedenis zou willen meenemen, is deze: laten we opmerkzaam zijn op het kleine dat de Heer van ons vraagt. Gewoon in ons dagelijks leven, thuis, het werk en ook in de kerk. Die kleine aanwijzingen en goede raadgevingen die aansluiten bij ons dagelijks doen en laten en waar het evangelie eigenlijk vol van staat. Soms zo eenvoudig, bij het irritante af. Maar door in het kleine opmerkzaam en welwillend te zijn, mogen we de zegen van Pasen vinden. Zodat we met kippenvel van huiver en blijdschap tegen elkaar mogen zeggen: het is de Heer!
Ds. Ton Vos is predikant van de NGK Assen en lid van de redactie van Opbouw.
| Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen, aan de zee van Tiberias. En Hij openbaarde Zich als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus en Thomas, ook Didymus genoemd, en Nathanaël, die uit Kana in Galilea afkomstig was, en de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van Zijn discipelen. Simon Petrus zei tegen hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tegen hem: Wij gaan met u mee. Zij gingen naar buiten, en gingen meteen aan boord van het schip; en in die nacht vingen zij niets. En toen het al ochtend geworden was, stond Jezus aan de oever, maar de discipelen wisten niet dat het Jezus was. Jezus dan zei tegen hen: Lieve kinderen, hebt u niet iets voor bij het eten? Zij antwoordden Hem: Nee. En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen. De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! (Johannes 21: 1-7 Herziene Statenvertaling) |