Zending en opwekkingsbeweging (6)

1978-03-17
  • Jaargang 22
  • nummer 11
Voorzichtigheid geboden
We zagen hoe de grens tussen emotionaliteit en bezetenheid nauwkeurig getrokken moet worden in de zending in Afrika. Wie het emotionele levensgevoel van de Bantoevolken uitsnijdt, houdt een kerk over die als deftig en uitheems en vreemd zal worden aangevoeld.
Maar wie in zijn poging dat gevoel in te sluiten, niet op zijn hoede is die kan wilde taferelen verwachten in zijn gemeente. Prof. G. C. Oosthuizen schreef het vorig jaar in het “Zeitschrift für Mission" dat de zwart-Afrikaanse versie van de Pinksterbewegingen zich zeer snel ontwikkelt tot de typische vorm van Christelijke levensuitdrukking in Afrika. Een eerste kenmerk hiervan is dat de opvatting van levenskracht en levensgevoel die het animistische denken van Afrika stempelt, aan de Heilige Geest wordt gekoppeld. De op magische wijze manipuleerbare levenskrachten worden als een gave van de Geest gezien of worden geïdentificeerd met de Geest. De Heilige Geest wordt in dit proces ontpersoonlijkt; Hij wordt een het. Het gevolg is dat een oude ketterij opduikt, die van het uitspelen tegenover elkaar van Geest en Woord, maar nu in een nieuw Afrikaans gewaad.
Ik heb. het meegemaa:kt dat in een zwarte sekte op instigatie van de Geest iedereen plotseling als bezeten in het rond ging hollen totdat sommigen van uitputting in elkaar zakten.
Wie dan vraag of het Woord zoiets aanraadt als opbouwend voor de gemeente, wordt verweten een man van het verstand te zijn. De Bijbel wordt nauwelijks gelezen en dan alleen bepaalde verzen die het specifieke van de gemeenschap tot uitdrukking brengen, b.v. de doop van Johannes door onderdompeling in de Jordaan. De dikwijls ongeletterde sekteleider maakt hier van de nood een deugd. Tegenover het Schriftberoep waar hij onmogelijk tegenop kan, stelt hij het onderwijs door de Geest. Het zal duidelijk zijn dat wie ongenuanceerd en zonder voldoende achtergrondkennis van het denken van de Bantoevolken steeds het leven door de Geest benadrukt, niet het volle Evangelie overdraagt en makkelijk ravage in de gemeenten kan aanrichten.
Als de uitkomst van het verkondigen is een sterke Geestbewustheid, heeft er iets aan die verkondiging geschort. Want de Heilige Geest maakt Christus-bewust.

Moeite In eigen gemeenten
Wat hierboven is aangeraakt, is geen theorie. Het komt voor in ons eigen zendingswerk - dat van de gemeente van Kampen met de kring van de haar steunbiedende kerken -. In onze zendingsgemeenten van Nornpofane, Enkurnane en Esiquandulweni is een aantal gelovige meisjes dat bij elke gelegenheid dat dit mogelijk is, vervuld wordt met de Geest of bezeten raakt, en daarvoor ook uitdrukkelijk ruimte vraagt in de kerk. Wanneer dat plaatsvindt en zij naar buiten geleid worden, wordt ons verweten de Heilige Geest buiten te sluiten. Nu wil ik uitdrukkelijk opmerken dat wij dat tranceverschijnsel in de kerk, dat een psychisch verschijnsel is, gebonden aan zekere leeftijden, niet per sé willen buitensluiten maar wel zoals het fanatiek en exclusief voor een teken van de Geest wordt aangeprezen. We hebben in die meisjes te maken met een erfenis van o.a. een zwarte evangelist die de zending intussen heeft verlaten, en die door zijn ongenuanceerde onderwijs ten aanzien van de Heilige Geest - gelukkig 'Op beperkte schaal - een beweging op gang heeft gebracht, die hij vandaag zoals die zich vertoont waarschijnlijk wel zou verwerpen. Het is een oude les van de kerkgeschiedenis dat wie zich in zijn onderwijs niet voldoende moeite geeft om Geest en Woord bij elkaar te houden of wie ruimte vraagt voorde Heilige Geest zonder voldoende binding aan het Woord, een beweging ontketent die niet meer in de hand te houden is.

Doop door onderdompeling
Het tragische van de groep meisjes is dat zij onwetend heidens gedachtegoed terugbrengen in de kerk onder een nieuwe christelijke naam. Behalve de genoemde bezetenheid is er nog de zaak van de doop in de rivier. We hebben hier weer te maken met een specialité van vele opwekkingsbewegingen waar doop door onderdompeling heilsnoodzakelijk wordt. In 'de zwart-Afrikaanse versie komt er het magisch element bij. Het water geneest.
Ziekte kan in het water achterblijven tezamen met de zonde, en wat je uit het water meeneemt is de Heilige Geest. Een sectieleider van de overzijde van de rivier met wie we tot dusver geen contact hadden gehad, wist zich vaste voet onder ons te verwerven doordat de genoemde zwarte evangelist onze mensen met hem in contact bracht. Deze magische wassing ligt elke zwartman van Afrika makkelijk in het gevoel. Hier zijn parallellen met heidense wassingen, Deze wassingen komen dikwijls voor. Wanneer iemand gestorven is en de familie besmet met de dreiging van de dood, moet na een paar weken de dood worden afgewassen. Heidense motieven vinden nu hun weg naar de gemeente want doopte ook Johannes niet in de Jordaan?
Deze doop wordt een verkeersbrug met eenrichtingsverkeer en een aambeeld waarop door de zwarte sectieleiders onvermoeid geslagen wordt. Zeker de helft van de preken gaat over Johannes.
Het komt me voor dat het veelbetekenend is dat het Avondmaal waarvoor geen heidense parallel aanwezig is, in deze kringen van geen belang wordt geacht. De zwarte Christelijke kerken hebben toch al de neiging om het Avondmaal heel wat lager te waarderen dan de Doop maar er begint toch - althans in onze kerkjes - het besef door te breken dat Christenen niet onverzoend samen de dood des Heren mogen gedenken, en dat wezenlijke ontheiliging van de tafel van de Here Jezus een gevaar is dat niet ver af is. De papieren van de doop van Johannes staan dus hoog aangeschreven, zo hoog dat het groepje meisjes dat al door besprenkeling was gedoopt, zich stiekem door de Sionistenleider in de Urnkomaas-rivier heeft laten dopen. Zij zijn nu rein en hebben de Geest.
Wij staan er wat naast! Hier hebben we in eigen huis een stuk heidensmagische doopspraktijk dat exclusief de alleenrechten voor zich opeist. Hier is een zwarte variant van de geest van opwekkingsbewegingen waarmee we allemaal af en toe wel te maken hebben. In een vorig artikel heb ik er bij stilgestaan hoe het, Bijbelgebruik in de kringen van deze broeders verschilt van de wijze waarop wij de Bijbel lezen. Wij denken in verbonden en bedelingen, ginds is een haast machinaal en tijdloos Bijbelgebruik. In nog sterker mate treft men dit Bijbelgebruik aan in de zwarte variant. Gesprekken over de heilshistorische plaats van de doop van Johannes leiden tot niets. Zodra een bepaalde tekst in het focus van de groep of gemeenschap komt, ontvangt hij het gezag van de Geest onverschillig of het nu gaat om het eten van varkensvlees of het houden van de Sabbat, onverschillig wáár het vers in de Bijbel voorkomt. Niemand bij ons heeft bezwaar tegen doop door onderdompeling. Ik heb zelf wel door onderdompeling gedoopt.
Maar wanneer doop door onderdompeling als onwrikbare eis wordt gesteld met minachting van de doop door besprenging, en dan magisch-heidens verstaan, weigeren wij hieraan mede te werken. Ik dacht dat het niet van pas was hier aan Paulus te denken die weigerde Titus te besnijden.

En nu?
Uit het als illustratie bedoelde verhaal over dat groepje meisjes kunnen we in de eerste plaats afleiden hoe geen zendingsveld ter wereld door moeilijke taal of andere cultuur gevrijwaard zou zijn van bedenkelijke tendensen die door de Christenwereld trekken. We hebben genoemd de menselijke onttakeling als kenmerk van de Geest, een zekere hantering van de Bijbel en de altijd weer actuele verhouding van Woord en Geest. Behalve dat in de zwart-Afrikaanse versie van opwekkingsbewegingen de bedenkelijk tendensen feller oplichten en in verveelvoudigde scherpte naar voren komen, treffen we hier ook duidelijk heidens-magische motieven aan die gemakkelijk een brug kunnen worden waarover de gemeente van de Here Jezus weer terugvaltin het heidendom. Vandaar dat na heel veel overleg en gepraat met de betreffende meisjes hun gevraagd is zich te bekeren in een allerlaatste appèl. Zo niet, dan worden ze gerekend als niet meer tot de gemeente van de Here Christus te behoren. Verder kan het verhaal over die meisjes ons leren dat een zendeling zich altijd er van bewust moet zijn tot wie zijn prediking uitgaat. Het Woord is geen tijdloze of p1aatsloze boodschap.
Het wordt aangehoord en verstaan door mensen die er eeuwenoude religieuze opvattingen op na houden, en niet bereid zijn deze zomaar prijs te geven. De boodschap van de zendeling wordt verstaan en opgevangen in aloude denkbeelden die de hoorder heeft over God en leven en dood.
Ook de heiden die zich bekeert tot de levende God en Zijn zoon Jezus Christus uit de hemel verwacht, is niet één, twee, drie bevrijd van zijn heidens gedachtepatroon. De Heilige Geest ontmenselijkt ons namelijk niet. Als predikers in een animistische wereld dienen we goed door te hebben hoe een heiden denkt ten aanzien van magie en levenskracht. De jonge gelovige heeft de doop zomaar verstaan en geplaatst in zijn heidense analogie van magische wassing, en de onpersoonlijke levenskracht wordt de Heilige Geest. De notitie van G. C. Oosthuizen al eerder weergegeven, dat de zwart-Afrikaanse versie van de Pinksterbewegingen de typische vorm van Christelijke levensuitdrukking in Afrika dreigt te worden, make de prediker dubbel voorzichtig. Wie hier niet op zijn Bijbelse qui vive is, kan licht een beweging ontketenen die in korte tijd onherkenbaar verandert en als gruwelijke ketterij eindigt of in het heidendom terugzakt. Het heidendom staat klaar om het Christelijk geloof te vernietigen samen met oude ketterijen.
En de Christelijke gemeente worde onophoudelijk opgewekt om te leven door de Geest die in de gemeente van de Here Jezus Christus is uitgestort, nu al lang geleden, en te vertonen de vrucht van de Geest naar Galaten 5.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief