Boom des levens
1978-03-17
In de weken, waarin we ons meer dan anders met het lijden van onze Heiland bezig houden, vraagt een lied onze aandacht. Talloze liederen zijn aan "de lijdenstijd" gewijd. Hierin is liefde tot de Heiland uitgedrukt, ook eerbied, medelijden of dankbaarheid. Vaak ook is getracht aan het lijden van Christus deel te krijgen, door het lijden in te voelen. En heel vaak was de dichter meer met zichzelf dan met de Heiland bezig.- Jaargang 22
- nummer 11
Maar het lied waarvoor we nu uw aandacht vragen is een modern kerklied, dat het hedendaagse christelijk geloof onder woorden tracht te brengen. Het moderne kerklied kan zeer dicht bij de Schrift staan. In plaats van het lijden van onze Heiland te bewonderen, of te herbeleven, of te imiteren - wil dit lied de Heiland zelf bezingen, wiens arbeid goede vruchten heeft voortgebracht.
De dichter is ds W. Barnard, van Rozendaal, alias Guillaume van der Graft. Hij isgeboren in 1920, schreef diverse dichtbundels, essays, boeken (De Tale Kanaäns), gaf de eerste stoot tot een vernieuwing van het Nederlandse kerklied door zijn Nocturnes in de Amsterdamse Maranathakerk vijf en twintig jaar geleden, kreeg in Utrecht een eredoctoraat en is secretaris van de prof.
G. v. d. Leeuw-Stichting, die zich bezint op de liturgie. Aan het liedboek voor de Kerken leverde hij niet minder dan 76 gezangen, terwijl hij bij 38 psalmberijmingen betrokken was. Dat is een aandeel, zoals buiten Jan Wit niemand heeft bijgedragen.
De componist van het lied is Ignace de Sutter, leraar schoolmuziek te St Niklaas, hoogleraar aan het Lemmeris-instituut te leuven, bekend componist van kerkliederen. De melodie is in de eolische toonreeks gecomponeerd; een mineur-toonsoort met slechts zeven toontrappen, geen verhogingen, twee notenwaarden, simpel en zangerig als een psalmwijs.
Lied 184 is een refreinvers. Elk couplet loopt uit op een bede, een kyrie. U kent immers het woord kyrie? Al is het maar van het kerstlied Nu sijt wellecome, dat eindigt met Kyrieleis, Heer erbarm U onzer. En denk nu niet, dat het kyrie een monopolie van de katholieke mis betekent - al komt het ook daar als een onderdeel in voor. Wist u dat Calvijn, wanneer hij op zondagmorgen de woorden des verbonds in de kerk van Genève voorlas, na ieder gebod het Kyrie liet zingen? Welnu, zo geeft ook dit lied na elk couplet ons gebed: Kyrie eleison, wees met ons begaan / doe ons weer herrijzen uit de dood vandaan.
Met de boom des levens
wegend op zijn rug
droeg de Here Jezus
Gode goede vrucht.
Laten wij dan bidden
in dit aardse dal,
dat de lieve vrede
ons bewaren zal
Daar hébt u de boom des levens. Maar als u aan het paradijs hebt gedacht, of aan Salomo, of aan de Apocalyps - hier wordt met de boom des levens het kruishout bedoeld! Schijnbaar in strijd met de realiteit. De Heiland sprak eens van dood hout en van levend hout - en Hij bedoelde me het levende hout waarlijk het kruishout niet. Maar als u even doordenkt verstaat u: dat juist het kruishout ons leven heeft gebracht; dat door het kruis aan ons vergeving van zonden en opstanding tot een nieuw leven is geschonken.
Toen de Heiland zijn kruis op de rug droeg heeft het Hem zwaar gewogen. Hij heeft er aan getild. Hij moet er onder bezweken zijn - Hij was ook waarlijk mens, nietwaar? Johannes zegt, dat Jezus zelf zijn kruis droeg maar de andere evangelisten vertellen, dat een Simon van Cyrene het kruis (verder) gedragen heeft. Niet "voor Hem", maar "achter Hem", zegt Lucas.
En kijk, het kruis werd tot een boom des levens, die rijke vruchten heeft geleverd. Vrede op aarde, voor alle mensen van Gods welbehagen. Bidt dat die vrede blijve. Niet wij bewaren de vrede, maar de vrede bewaart ons. Bidt daarom voor de vrede van Jeruzalem. Er is nergens zo veel onvrede als onder de inwoners van Jeruzalem. Maar zalig zijn de vredestichters.
Want de aarde vraagt ons
om het zaad des doods,
maar de hemel draagt ons
op de adem Gods.
Laten wij God loven,
leven van het licht,
onze val te boven
in een evenwicht.
De boom des levens, op de rug van de Heiland drukkend, werd voor hem een dodelijk werktuig. Hij ging er aan onder. Zoals zaad in de aarde valt om te sterven. Want zal het zaad vruchten geven, dan moet het sterven. Zo moest de Heiland sterven. Maar toen zijn lichaam tot een schuldoffer was geofferd, heeft Hij vruchten gezien, zoals Jesaja had geprofeteerd. En de Prediker had al gewezen op de breuk bij onze dood: het stof keert tot de aarde weer, waaruit het genomen is - de Geest keert tot God weer, die hem gegeven heeft. De adem Gods, in Adam's neus geblazen, is de van God geschonken geest. Ze sterven niet als beesten, dank zij onze Heiland.
Loven is een variant van leven. Et bestaat een minimum aan leven, dat vergeteren heet. Maar uit de overvloed van ons leven gaan wij lóven, onze liefde aan God uitzingen. Want leven uit de Levensbron... nu, dat is wat anders dan vegeteren. Wie zou niet zingen van geluk, als hij beseft: uit een doodsmak het leven te hebben teruggekregen? In de eerste Adam zijn wij in een afgrond gevallen. In de tweede Adam zijn we opgetrokken, gered, hersteld, overeind gezet; wij steken het hoofd omhoog in herstelde verhoudingen.
Want de aarde jaagt ons
naar de diepte toe,
maar de hemel draagt ons,
liefde wordt niet moe
Het is als een herhaling van vers 3. Maar het is meer. Wat van de aarde en uit de aarde is, gaat onder in de aarde. Paulus zegt, dat Christus' vijanden aardse dingen bedenken en dat is niet best. Jacobus zegt dat zij, die onvrede stichten, aards, natuurlijk, ja duivels zijn. - Maar wat uit de hemel is geboren gaat nooit verloren. Gods barmhartigheid draagt ons, als een adelaar die zijn Jongen leert vliegen. Leert ons onze vleugels uit te slaan.
Met de boom des levens
doodzwaar op zijn rug
droeg de Here Jezus
Gode goede vrucht.
Het schijnt weer een herhaling, nu van vers 1. Dat hiermee een kring gesloten is, is een dichtersgeheim. Ook een dichtersteken is de kleine variant. In het eerste vers stond "wegend" op zijn rug; de Heiland heeft er aan getild. Hij is er aan bezweken. De boom was niet slechts loodzwaar - hij was doodzwaar. Voelt u het gewicht mee? Draag dan vrolijk uw kruis. Achter Hem aan, als Simon van Cyrene.
Nog even een opmerking over die boom des levens.
De levensboom, dat is eigenlijk de thya occidentalis, de altijd groene boom in parken en op begraafplaatsen. Maar de levensboom is veel meer dan dat. Sedert onheugelijke tijden gebruikte de mens de altijd groene levensboom als symbool van het leven, het huwelijk, de geboorten, de vruchten, het blijven bestaan in de geslachten. AI deze dingen werden symbolisch in één schema weergegeven, dat vaak boven de voordeur werd aangebracht. Vroeger gebeeldhouwd in eikenhout, later in gietijzer. Het was een huwelijksgeschenk. Als u goed kijkt ziet u de stam, opreizend uit een machtig wortelgestel, op volwassen hoogte de moederschoot doorgaande, uitlopen tot drie generaties van takken, bloesems en vruchten. Het is een heidens teken van mensen, die zeggen: mijn huis zal eeuwig staan, van kind tot kind gedurig overgaan.
Maar ook de Bijbel kent de boom des levens. De vruchten ervan zouden de paradijsbewoners in eeuwigheid hebben doen leven. En Salomo sprak van de wijsheid van God: een levensboom; wie er zich aan vasthoudt zal gelukzalig zijn. Hij sprak ook van zachte antwoorden, van verstandige taal, van genezende woorden: ook dát is een boom des levens, zei hij.
Geen wonder dat in de Openbaringen opnieuw de levensboom ter sprake komt: wie gewassen is in het bloed van het Lam zal recht hebben op die levensboom. Wie overwint op de Boze zal eten van de boom des levens - dezelfde, die ook in het paradijs stond. Van Genesis 2 tot Openbaringen 22 is de Bijbel vol over de boom des levens.
Wat heidenen van verre hebben geroken wordt aan christenen uitgereikt. Gratis, Dat alles zit in Lied 184 van het Liedboek voor de Kerken. Dat is het kruis.