Pilaar en Kandelaar
1978-03-17
Pilaar en Kandelaar- Jaargang 22
- nummer 11
Aspecten van het kerkelijk leven.
Onder redactie van Ir. J. v. d. Graaf.
Uitg. Ton Bolland, A'dam 1977.
Alweer een boek over verschillende aspecten van het kerk-zijn. Toen ik het inkeek, dacht ik: krijgen we nier teveel van het goede? Maar na lezing verdween die vraag. In de eerste plaats schrijft in Reformatorisch Nederland ieder in hoofdzaak voor eigen publiek, in dit geval de Gereformeerde Bond. En verder wijst de redacteur in het Ten Geleide terecht op de dynamiek van de tijd."Mag er ten principale met betrekking tot onderwerpen als Kerk en Woond Gods, Kerk en Belijdenis weinig of niets gewijzigd zijn, zodra het gaat om de actualisering blijken de stukken op het schaakbord verschoven".
In een verzamelbundel hoor je verschillende stemmen, die soms sterk verschillende accenten leggen, om niet te zeggen: elkaar bepaald tegenspreken. Maar dit spoort wel aan tot nadenken. In dit verband noem ik het sterk polemische artikel van ds C. den Boer onder de titel "Belijdende Kerk met een belijdenis" en daartegenover het belangrijke stuk van ds L. v. Nieuwpoort over "De toekomstverwachting van de Christelijke Gemeente".
Terwijl de eerstgenoemd auteur de gereformeerde belijdenisgeschriften overmatig prijst en. zelfs stelt, dat onze belijdenisgeschriften niet rijdgebonden zijn (blz. 24), ziet ds Nieuwpoort het als betreurenswaardig, dat de gereformeerde theologie geen uitgewerkte eschatologie ("leer aangaande de laatste dingen") kent. Hij citeert o.m. Da Costa, die meende dat de opstellers van de belijdenisgeschriften weinig of geen gewicht aan de eschatologie hebben toegekend. (blz. 194).
Het zou te veel ruimte vergen iedere -bijdrage breed te bespreken. Daarom volsta ik met enkele aanduidingen van aspecten in deze bundel, die mijn aandacht boeiden.
Dat de waardering van de zogenaamde Nadere Reformatie ook bij onze broeders van de Gereformeerde Bond niet onverdeeld positief is blijkt uit de interessante bijdrage van drs Exalto. Hij erkent, dat er aan de beweging heel wat kwalijke kanten geweest zijn (blz. 37).
Toch wil hij het positieve ervan naar voren brengen. Dat doet sympathiek aan. Toch kan ik niet inzien hoe de viering van de zondag, die van de morgen COt de avond doorgebracht moest worden in gebeden en heilige overdenkingen, alleen onderbroken door een kerkgang v66r de middag en een kerkgang . na de middag en een paar maaltijden, waarbij uit de Schrift gelezen en gezongen werd, door de schrijver in verband gebracht kan worden met het zachte juk en de lichte last, waar de Here Jezus van sprak (blz. 39). Goede opmerkingen over Kerk en Ambt maakt ds Geluk. De door hem aangesneden zaken zijn ook voor ons actueel. Als hij spreekt over de vrouw in het ambt wijst de auteur op de Schriftbeschouwing.
Dat wie moderne, vrijzinnige visies op de Schrift afwijst, ook de vrouw in het ambt niet zal kunnen aanvaarden (blz. 60), schijnt mij iets te generaliserend gesteld. Waarmee ik ook het tegendeel niet bepleit; de zaak vraagt zorgvuldige studie. , Met grote kennis van zaken schrijft ds Romein over Kerk en diaconale roeping.
Aanbevolen voor diakenen, maar niet alleen voor hen! Een evenwichtig en doordacht artikel van Prof. Graafland over de plaats van Israël in de Bijbel is een juweel in dit boek. De hoogleraar wijst in zijn conclusie twee klippen aan. Prof. Berkouwer meent dat alle profetie in het Nieuwe Testament wijst op wat zich in het heden afspeelde; Hal Lindsey weet de roekomst in kaart te brengen. Beide extreme opvattingen zijn af te wijzen. Over de medisch-ethische spanningen van onze tijd geeft het predikant-artsenechtpaar Hoek-van Kooren een goede bijdrage.
Je kunt bij een verzameling artikelen als dit boek biedt altijd zeggen: ik heb iets gemist. Ir. Van der Graaf zegt in zijn inleidend woord op blz. 5: "Ten aanzien van de Heilige Doop b.v. kregen we de laatste jaren méér en méér te maken met volwassenendoop". Inderdaad. In allerlei kerken komen jongeren met vragen voor de dag op dit punt. Ook met vragen naar de verbinding tussen het doen van openbare geloofsbelijdenis en de toelating tot het Avondmaal. Bijdragen over Kerk en Doop, Kerk en Maaltijd des Heren zouden velen kunnen helpen.
Maar ze ontbreken in deze bundel. Dat neemt niet weg dat ik het boek graag aanbeveel.
De Gereformeerde Bond binnen de Hervormde Kerk is in de verwarring van onze tijd een belangrijke stabiele factor. Het is naar het mij voorkomt van belang dat wij deze broeders en zusters niet uit het oog verliezen. Wij kennen contacten met Christelijke Gereformeerden: er zijn stemmen die een samenspreking met de Vrijgemaakte Kerken binnen verband bepleiten en het zal gezien de historie en de plaats van de "Bond" binnen de Hervormde Kerk wel veel moeilijker zijn tot toenadering tussen ons en deze Gereformeerde belijders te komen. Maar wat kerkelijk niet lukt, dat kunnen we wel persoonlijk doen. Bij hen, die Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking gemist hebben, zijn er toch velen, die in hun prediking en hun visie op actuele vragen heel dicht bij ons staan. Als U daaraan twijfelt, zult U het constateren wanneer U dit, ondanks wat te veel drukfouten, fraai uitgegeven verzamelwerk koopt en leest.