Kinderen aan de tafel van de Heer
1978-03-31
geen halszaak- Jaargang 22
- nummer 13
Ook ik ben, evenals ds. Cornelisse, van mening dat wij het niet over een halszaak hebben, wanneer wij de vraag bespreken of wij de kinderen aan het avondmaal zullen toelaten, ja of nee. Het is evenmin zo, dat we daar bijbelteksten bij kunnen halen die het met zoveel woorden toestaan of verbieden. We zullen dus het geheel van de Schrift op ons moeten laten inwerken om dan met wijsheid te concluderen tot aanraden of afraden.
Dat bij deze overweging dan de praktijk, zoals de kerkgeschiedenis daarvan bericht, een woordje meespreekt, laat zich goed verstaan. Ds. C. benadert de zaak vanuit de verbondsgedachte en verwijst naar antw, 74 van de H. Catechismus, alwaar de argumenten voor de doop van kleine kinderen worden opgesomd. Deze argumentatie zou ook kunnen dienen voor de kindercommunie.
Er is echter een tegenwerping: "Maar, zal men zeggen, het avondmaal roept tot activiteit. Daar is een zekere mate van kennis en inzicht voor nodig." Maar deze tegenwerping wordt weerlegd: "Mee zingen, mee lezen, mee bidden, maar niet mee eten?"
mogen is ook moeten
Dit laatste is een sterk argument, dat niet nalaat indruk te maken. Toch overtuigt het mij niet. Het avondmaal is namelijk niet alleen een zaak van mogen, maar ook van moeten. Er ligt een zeer duidelijke opdracht van Christus aan ten grondslag: "doet dat tot mijn gedachtenis", "doet dat totdat Ik kom." Het lijkt mij nodig dat iemand zich door een expresse daad stelt onder deze verplichting tot avondmaal vieren. Van een kind mag dat echter niet gevraagd worden.
De vraag is dus niet enkel: mag een kind avondmaal vieren, maar de moeilijkheid lijkt mij dat als een kind mag, het tegelijk ook moet. Hoe maak je dat waar bij een kind? Ik weet wel dat het niet zo populair is om in het religieuze leven te spreken van dingen die moeten. Er is al wat afgedwongen in de kerk, hoor je dan wel. En dat is waar! Maar toch, een christen die geen avondmaal viert, moet .
niet alleen uitgenodigd, maar ook vermaand worden om het te doen. Dat zoiets niet lomp gebeuren moet en niet ontactisch is allemaal waar, maar er zit niettemin vanwege Christus' opdracht dat verplichtende karakter in. Hoe bijvoorbeeld te handelen met een kind dat af en toe aangaat? Ds C. schrijft van het kind: "Het groeit in kennis en inzicht". Ik kan me van hieruit voorstellen, dat hij het af en toe aangaan van een kind ten positieve uitlegt; het regelmatig aangaan komt nog wel. Stoor het kind niet in z'n groei. Toch zal zo'n kind zich dan gewennen aan de gedachte dat het aan mag gaan en dat 't niet anders dan een mogen is. Die gedachte zal het evenwel later weer af moeten leren.
"Ja, maar zo'n kind leeft toch in een gemeente, die zelf staat onder dat moeten?" Dat zou betekenen dat het vermaan in de kerk alleen maar gemeentelijk en niet persoonlijk is. Wat in het algemeen niemand zal willen onderschrijven. Eigenlijk laat je met zo'n redenering de persoon onderduiken in de gemeente. Maar ik geloof niet dat de gemeente daarvoor gebruikt mag worden.
Past dus, vraag ik, het kinderavondmaal niet meer bij kerken die geen tucht kennen?
en de vreugde dan?
Of moeten wij inderdaad zeggen, dat die avondmaalsplicht een uitvinding van ons is? Dat Christus' woord: "doet dat', weliswaar formeel een gebod is, maar toch zo niet moet worden uitgelegd? Is het misschien zo, dat wij het avondmaal met een grote stijfheid hebben belast door het uit te leggen als een moeten? En dat we nu overgaande tot een mogen voor allen, de kinderen inbegrepen, eindelijk tot ontspannen vormen zullen geraken?
Het klinkt aannemelijk en toch ... Is het wel zo, dat wanneer een feest onder een moeten gesteld wordt, het noodzakelijk ophoudt een feest te zijn? Israël kende ten aanzien van het feest van de ongezuurde broden de bepaling: ieder die in die zeven dagen iets gezuurds eet, zo iemand zal uit de vergadering van Israël worden uitgeroeid. (Ex. 12: 19). Streng genoeg!
Toch wordt de vreugde van joodse feesten aan christenen nog wel eens ten voorbeeld gesteld. Laten we niet vergeten dat het moeten in de bijbel een goddelijk moeten is. Dat . wil zeggen dat de Here God door zijn
Geest aan een innerlijke beaming ervan werkt. Is onze angst voor het moeten niet te groot?
wijs compromis
Kinderen niet aan het avondmaal laten is voor mij een kwestie van opvoedkundige terughoudendheid: je kinderen niet belasten met een moeten dat ze nog niet persoonlijk en geestelijk hebben beaamd; je kinderen niet betrekken in iets dat ze niet kunnen overzien. "Ja, maar dat geldt dan van de doop evenzo". Ik geloof dat niet. We zitten hier met een wijs compromis.
Doop voor kinderen - ja. Avondmaal voor kinderen - nee. Beide, doop en avondmaal, zijn zichtbaar Woord van God en zichtbaar antwoord van ons. Toch zit er in het avondmaal meer wederkerigheid dan in de doop. Bij de doop is sterk overwegend het zichtbaar gemaakte belofte-
woord van God. Het avondmaal is met meer antwoord gevuld: nemen, eten, gedenken, geloven. Daarom kun je doóp voor een kind maken. Avondmaal niet, denk ik.
Het heeft inderdaad lang geduurd voordat de kerk tot dit wijze compromis gekomen is. Maar nu hei er eenmaal is, moeten we er niet meer aan tornen. We zouden dan een moeizame discussie gaan overdoen, die - daarvan ben ik overtuigd,uiteindelijk toch tot hetzelfde resultaat zou leiden.
kinderen bidden toch ook?
De kern van mijn verhaal is dus dat ik de vraag: mogen onze kinderen aan het avondmaal? meen te moeten aanvullen met de vraag: als onze kinderen mogen moeten ze dan ook niet aan het avondmaal? Vanwege het verplichtende karakter van de maaltijd des Heren. Niemand zal op dat moeten voor kinderen ja zeggen. Wie dat wèl doet, verzwakt dat moeten tot een vage verplichting, die meer gemeentelijk dan persoonlijk is.
"Ja maar wacht nou eens. Je kunt voor 't bidden toch ook zo'n verhaal ophangen? Bidden màg niet alleen, bidden móet ook. Dus: moet je een kind van het bidden afhouden totdat 't zelf gelooft?" Nee, toch niet. Bidden is iets dat je inderdaad kunt leren. Je kunt bidden tussen geloof en ongeloof in. Denk maar aan het gebed van een ongelovige: Here God, als U bestaat, doe dan... geef dan. " Maar het avondmaal is een verkondiging van de dood des Heren, dat wil zeggen: door avondmaal te vieren verkondig je de dood des Heren. Daar moet je een gelovige voor zijn. Anders verzwak je alle grote woorden en kweek je vrijblijvendheid, waardoor je weer het baptisme in de hand werkt, want dat is ontstaan uit de vrijblijvendheid van de kerken. Eigenaardig: wie ijvert voor kinderavondmaal zie ik eindigen bij volwassendoop! Zie ik spoken?
buitenstaanders?
Maar onze kinderen missen toch al zoveel, zegt ds Cornelisse. Daar ben ik even verdrietig om als hij. Wat is 'er buiten staan' voor een kind erg! Toch mogen we juist op dit punt onze kinderen wijzen op hun doop. Van God uit missen ze niets. "Vrees niet, mijn knecht Jakob en Jeschurun, die Ik verkoren heb. Want Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal mijn Geest uitgieten op uw nakroost en mijn zegen op uw nakomelingen" (Jes. 44 : 2, 3).
Dit is de verbondsbelofte, de sfeer van het heil waarin wij onze kinderen mogen opvoeden.
En trouwens, is het nodig voor een kind zich buitengesloten te voelen, wanneer de gemeente avondmaal viert? Misschien wel, als wij de kinderen gedurende de viering opsluiten in een crèche. Maar soms heb ik een droom: de belijdende leden van de gemeente in één keer samen aan tafel om brood en wijn te gebruiken, terwijl de kinderen in dezelfde ruimte musiceren en zingen. Het is goed voor kinderen de avondmaalsviering bij te wonen. Dan voelen ze dat ze nog op weg zijn van het ene verbondsteken naar het andere. Als ze onze blijdschap zien, zullen ze zelf verlangend worden - onder Gods zegen.