Jeugd en seksualiteit (XI)

1978-03-31
  • Jaargang 22
  • nummer 13
De aangekondigde vergadering van het G.L.J.c. met predikaaten, ouderlingen en andere belangstellenden is inmiddels gehouden. Het is een goede vergadering geweest, ook al was de opkomst van onze predikanten teleurstellend!
Jammer, want ze hebben wel wat gemist, tenzij ze de antwoorden op allerlei problemen wéten. Dat kán natuurlijk...
Het verloop van de vergadering was wellicht anders dan velen verwachtten.
Na een openingswoord over "Antwoorden op vragen van vandaag", waarbij dit antwoord-geven uiteraard werd toegespitst op seksuele vragen, volgden groepsbesprekingen. De bedoeling was dat alle problemen en vragen rondom seksualiteit, zoals men die is tegengekomen - persoonlijk of ambtelijk -, op een rijtje werden gezet, zoder daarbij in een beoordeling te treden. Hierbij bleek duidelijk, dat het moeite kost bepaalde vragen en problemen goed te formuleren, te ontdoen' van allerlei franje enz. Voordat je een antwoord kunt geven, moet je de vraag goed kènnen. In .
verschillende groepen bleek de neiging aanwezig om meteen maar aan het discussiëren te gaan. De tijdens de vergadering aanwezige jongelui - in elke groep één - hadden de taak erop toe te zien dat discussies tijdens de morgen vergadering werden vermeden.
Na de groepsverslagen vertelden een jongen en een meisje hoe het seksuele op hèn persoonlijk was afgekomen, hoe ze het feit van de seksualiteit hadden ervaren. Het is iets om dankbaar voor te zijn dat we . onder ons jongelui hebben die zó open spreken willen. Daar kunnen ouderen wat van leren, misschien zelfs héél wat. Tijdens de middagvergadering werden twee problemen aan de orde gesteld met de bedoeling dat zou worden getracht tot een juiste oplossing of een begin ervan te komen.
Eén van deze problemen volgt hier. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de situatie ècht is. Het gaat over twee bestaande jongelui!
De opdracht voor de groepen was:
a) het noteren van de problemen die in de geschetste situatie naar voren kwamen;
b) het noteren van de meningen omtrent die problemen bij de deelnemers;
c) na te gaan op welke wijze zou kunnen worden geholpen en waarom op die manier.

Hier volgt het probleem, waarbij een jongen en een meisje schrijven waar ze mee zitten:

We zijn te ver gegaan...
M'n meisje en ik kennen elkaar al drie jaar. We waren nog erg jong toen we verkering kregen. Nu zijn we allebei zeventien en moeten dit jaar eindexamen HAVO doen.
Toen we elkaar leerden kennen, hadden we nog geen enkele ervaring op seksueel gebied. Onze ouders hebben weinig hierover gepraat. Op school is er natuurlijk weleens over gesproken, maar doordat we al jong met elkaar bevriend raakte, hebben we daarna ook niet meer zoveel contact met andere jongens en meisjes gehad. Samen hebben we van het begin aan wel veel gepraat over alles en nog wat, ook over wat we samen aanmoesten met het seksuele. We hebben altijd erg goed met elkaar kunnen opschieten en ook erg fijn samen gevrijd. Als je jong bent, denk je hierbij gemakkelijk uitsluitend aan jezelf, maar later is dat bij ons toch anders geworden.
Een jaar geleden hebben we voor het eerst geslachtsgemeenschap gehad. We wisten wel, dat men "het" over het algemeen niet goed vindt, maar het is ons nooit duidelijk gemaakt waarom het niet goed zou zijn. Ouderen zeggen meestal alleen: "Het hoort niet". Nu, daar waren wij het niet mee eens. Als je van elkaar houdt, mag het toch wel. We hebben er samen ook wel voor gedankt en het heeft ons dichter bij elkaar en ook bij God gebracht. Tijdens de studieweekends is ons wel duidelijk geworden, dat geslachtsgemeenschap toch eigenlijk binnen het huwelijk thuis hoort. Achteraf vinden we het ook wel jammer, dat we al zo lang gemeenschap hebben (een paar keer per week): Maar wat moeten we nu doen? Is het nu beslist nodig, dat we ermee stoppen? Wij weten het echt niet.
Kunt u eens met ons komen praten?
Het is misschien goed dat U eens rustig gaat nadenken waar U zou beginnen, voordat U nu verder gaat lezen. En vooral niet te gauw met een panklare oplossing komen. In de groepen is hier flink op gedokterd en tijdens de algemene bespreking bleek wel duidelijk dat antwoorden geven niet zo eenvoudig is. Waarom? Omdat U het antwoord op een dergelijke probleem niet kunt opzoeken in een of ander boek. U vindt het antwoord niet in de belijdenisschriften, evenmin in de kerkelijke formulieren, ook niet in handboeken. De moeite om tot een goede aanpak bleek duidelijk. Duidelijk zát men er mee. Ik wil iets zeggen over de mening die naar voren kwam, nl. om te bevorderen dat de jongelui zo spoedig mogelijk gaan trouwen, een ieder wonend bij zijn of haar ouders.
Opmerkelijk was dat met name een paar predikanten deze gedachte naar voren brachten, terwijl enkelen van de aanwezige jongelui met klem betoogden dat dát helemaal geen oplossing was. Zij èn anderen wezen er op dat met de jongelui zó gepraat zou moeten worden dat met Gods hulp een of meer stappen terug zou worden gedaan. Die weg is moeilijk maar begáánbaar, met Gods hulp!
'k Geloof dat de jongelui het bij het rechte eind hadden. Een eerste vraag is bovendien of de ouders van de jongelui iets van de situatie af weten of er in kunnen worden betrokken.
Het advies aan de zeventienjarigen om maar te trouwen - beseft men wel op welke wijze deze twee voor paal komen te staan in de klas?legaliseert de situatie maar roept meteen andere problemen op.
Genoeg hierover. Stof om over na te denken.
Vragen en problemen zijn aanwezig, op seksueel gebied en op ander gebied.
Antwoorden liggen niet voor het grijpen. Laten we ook in het zoeken van antwoorden de mèns niet vergeten. Om die mèns, om die mènsen, gaat het. Ook als ze jong zijn. En in die mensen om God die hen maakte.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief