Jeremia
1978-04-07
Religieuze subcultuur (vervolg)- Jaargang 22
- nummer 14
Wanneer een Israëliet een Nazireeër ontmoette en bij zichzelf dacht: wat een aparte mens! wat heeft hij anders dan ik!, moest hij er onmiddellijk achteraan denken: ook ik behoor apart te zijn en anders te leven dan de heidenen rondom. Daarbij was het niet de bedoeling, dat alle Israëlieten het gedragspatroon van de Nazireeërs overnamen en b.v. ook de wijn lieten staan. Daar ligt een verschil met de moderne subculturen.
De vertegenwoordigers daarvan maken wel degelijk propaganda voor hun levenswijze. Zij zeggen: onze manier van leven is de enig goede manier. Het zou pas goed zijn als iedereen ons levenspatroon overnam, weer zelf zijn eigen brood bakte, zich niet meer elektrisch schoor, enz. Iedereen moet ons navolgen.
Dat zeiden de Nazireeërs niet. Ze beweerden niet: onze levensstijl is de enig goede en daarom moet iedereen die overnemen. Ze wilden door hun apart gedrag alleen zeggen: denk erom dat je God niet vergeet en je niet aanpast aan een heidense levenswandel.
Jonadab
Het hoeft niet te verbazen, dat het nazireeërschap juist in tijden waarin de aanpassing aan de heidense levenswijze veld won, in bijzondere zin een appèl betekende op het geweten van het volk. Anderszijds stond het in zulke tijden juist daarom ook niet erg in aanzien bij het volk.
In een dergelijke tijd waren de Rechabieten Nazireeërs geworden. Dat was in de tijd toen het Tienstammenrijk door en door verziekt was door de Baälsdienst, die tengevolge van het optreden van Izebel enorme invloed gekregen had. Jonadab, de zoon van Rechab, was toen hun stamhoofd. Uit wat we over hem lezen in 2 Kon. 10 komt hij naar ons toe als een fervente en radicale bestrijder van de Baälsdienst, die samen met Jehu een massale slachting aanrichtte onder de dienaren van Baäl. De situatie was toen bedroevend. Israël had zich voor het overgrote deel aangepast aan het heidense vruchtbaarheidsdenken.
Van een aparte levensstijl en van een denken en handelen dat geïnspireerd werd door de wetten van Jahweh was nauwelijks iets overgebleven. In die situatie riep Jonadab zijn zonen bij zich en zei: we moeten een appèl doen op het volk. We moeten het confronteren met zijn roeping zich door Jahweh te laten beheersen. Van nu af drinken we geen wijn meer. En onze aparte levensstijl zullen we nog accentueren door ook op ons te nemen altijd een nomadenbestaan te blijven leiden en ons nooit te laten inkapselen door het gangbare levenspatroon.
Jonadabs afwijzing van een geregeld leven en zijn opdracht tot een nomaden-
bestaan kan mede zijn ingegeven door de gedachte, dat het bewerken van akkers en wijngaarden en het wonen in steden gemakkelijker kon leiden tot deelname aan het heidendom en tot verlies van eigen levensstijl.
Isolement
Dat is helemaal niet zo'n dwaze gedachte. Het is algemeen bekend, dat een gemeenschap die zich afsluit voor de buitenwereld, veel langer zichzelf blijft en veel langer haar eigen karakter behoudt dan een gemeenschap die zich openstelt. Vijftig jaar geleden, toen de moderne nieuwsmedia nog niet in onze huizen stonden en de enige getolereerde lectuur bestond in christelijke dagbladen en kerkelijke weekbladen en christelijke streekromans, was het gevaar van aanpassing aan een onbijbelse manier van denken veel kleiner dan vandaag.
Hoe meer invloeden van buitenaf op ons afkomen' en hoe meer mogelijkheden die krijgen om ons te bereiken en op ons in te werken, des te groter wordt ook de invloed ervan en des te meer mensen worden erdoor ingesponnen. Dat gold ook in de tijd van Jonadab.
In zijn dagen waren de heidense godsdiensten vruchtbaarheidsreligies. Hele brokken van de cultus en allerlei godsdienstige handelingen waren erop gericht de vruchtbaarheid van de akkers en' wijngaarden te bevorderen.
Jonadab kan best gedacht hebben: als wij geen akkers en wijngaarden bezitten, wordt de verleiding om aan de afgodendienst mee te doen al een stuk kleiner. En als we niet in een stad gaan wonen, is het gevaar dat we worden meegesleurd door de decadentie en het materialisme minder groot dan wanneer we nomaden blijven.
In het isolement ligt onze kracht. Het is best mogelijk dat dit motief bij hem heeft meegespeeld. Maar het was niet het hoofdmotief. Het zou trouwens ook geen waterdichte garantie gegeven hebben. Gelukkig leidt het bezit van akkers en wijngaarden niet automatisch tot afgodendienst, evenmin als het wonen in een stad onherroepelijk leidt tot decadentie en afval van de HERE. En omgekeerd biedt een nomadenbestaan geen garantie tegen materialisme. Ook vandaag vormen de meest beschermde omgeving en het meest geïsoleerde bestaan nog geen garantie dat iemand zijn geloof zal bewaren. En anderzijds is het mogelijk om je zelfs in de rioolputten van deze wereld onbesmet van de wereld te bewaren.