Jeremia

1978-04-14
  • Jaargang 22
  • nummer 15
Nood breekt wet
Toch was het zoeken van het isolement niet Jonadabs hoofdmotief. Dat lag in het nazireeërschap. Hij wilde door zijn afwijkende levensstijl een uitroepteken zijn, een verwijzing naar de roeping om voor Gods aangezicht te leven. Sinds die tijd hadden Jonadabs afstammelingen zich aan zijn richtlijnen . gehouden. Dat deden ze nu al generaties lang, al ongeveer 275 jaar! Zó lang een bepaalde levensstijl vast te houden is bepaald geen kleinigheid. Vooral niet als we bedenken, dat het nazireeërschap volgens de wetten van Mozes geen erfelijke zaak was en meestal een tijdelijk karakter droeg.
Een heel enkele keer komen we een nazireaat voor het leven tegen, zoals b.v. bij Simson en Johannes de Doper.
Maar ..dan is er heel duidelijk sprake van. een opdracht van de HERE al vóór de geboorte.
Daarvan was bij Jonadab geen sprake.
Er lag nergens een opdracht van Jahweh. Het aangaan van deze levensgerels was volkomen vrijwillig.
En om ze dan 275 jaar na te leven is geen vanzelfsprekende zaak. Wanneer een nederlandse familie in 1700 de afspraak gemaakt had de toenmalige klederdracht te zullen blijven dragen en nooit van mode te veranderen en als de afstammelingen van die familie vandaag nog steeds die klederdracht van 1700 zouden dragen, zou dat toch wel iets heel bijzonders zijn. Maar nu, na 275 jaar, wonen de afstammelingen van Jonadab dan toch in een huis van steen in de stad Jeruzalem en niet meer in hun traditionele tenten. Dat kwam niet omdat ze nu genoeg hadden van de richtlijnen van hun voorvader Jonadab en vonden dat het nu langzamerhand wel eens tijd werd de naleving ervan te beëindigen. Het was een gevolg van de noodsituatie. Het leger van de Babyloniërs was in aantocht. De Rechabieten waren niet meer zeker van hun leven in het bergland van Judea.
Daarom waren ze naar Jeruzalem gegaan. Nood breekt wet. En het was niet hun bedoeling voorgoed in Jeruzalem te blijven. Ze wilden er alleen maar tijdelijk hun toevlucht nemen, totdat het gevaar geweken was.

Kerkgang
Zo kon het gebeuren, dat Jeremia op een dag de opdracht kreeg om naar het huis van de Rechabieten te gaan.
Hij gaat er naar binnen. Maar na een ogenblikje komt hij weer naar buiten met alle Rechabieten achter zich aan.
Het was wel een fraaie stoet. De inwoners van Jeruzalem vonden de Rechabieten maar een ongeciviliseerde troep langharig tuig. Dat hoorde nl. ook bij net nazireeërschap. Als nazireeër liet je je haar groeien. De Rechabieten hadden allemaal een lange, wilde bos haar. De mensen in Jeruzalem zagen wat op de Rechabieten neer. Zij waren zelf geciviliseerd en modebewust. In Jeruzalem kon je prachtige buitenlandse stoffen kopen. Dat was wel heel wat anders dan dat grove, juteachtige spul, waarin de Rechabieten gekleed gingen. Daar was geen kraak of smaak aan.
In Jeruzalem kon je verder ook allerlei soorten welriekende zalf en specerijen en reukolie en deodorant kopen.
Als beschaafd stedeling maakte je daar natuurlijk gebruik van. Maar bij de Rechabieten moest je zulke dingen niet verwachten. Die zagen er altijd onverzorgd uit en stonken uren in de wind. Zij vielen in Jeruzalem echt uit de toon. En nu loopt daar Jeremia met dat stelletje door de straten van Jeruzalem.
De mensen trekken hun neuzen op en zeggen tot elkaar: nu kun je toch echt zien, dat Jeremia niet helemaal zuiver op de graat is en dat er een steekje aan hem los is. Zo zouden ook vandaag nog veel kerkmensen hun neus optrekken, als ze hun dominee met een ongewassen, langharige en bebaarde en op de wonderlijkste manieren uitgedoste figuren naar de kerk zagen gaan.
Want dat doet Jeremia. Hij gaat met hen naar het huis van Jahweh en brengt hen daar in het vertrek van de zonen van Hanan, de man Gods. Bij dat woord "zonen" moeten we vermoedelijk denken aan leerlingen.
Israël kende het verschijnsel van profetenzonen. Dat waren mensen die zich verzamelden rondom een profeet, een man Gods. Ze volgden zijn onderwijs en leiding. Waarschijnlijk had Hanan, de man Gods, zo'n kring van leerlingen om zich heen. Hij had de beschikking over een van de vertrekken bij de tempel om daar onderricht te geven.

Het voorbeeld van de Rechabieten
Jeremia brengt de Rechabieten naar het vertrek van Hanan, Dan laat hij kruiken vol wijn aanrukken en bekers.
Hij laat ze voor de Rechabieten neerzetten en zegt: drink maar.
Maar de Rechabieten doen het niet. Ze weigeren ook maar een druppel wijn te drinken en ze geven van hun weigering ook een motivering door te verwijzen naar het gebod van Jonadab.
Dat alles speelde zich voor de ogen van heel wat mensen af. De vertrekken in de tempel hallen hadden als regel een open zijde naar de voorhof toe. Het vertrek waar Jeremia en de Rechabieten zich 'bevonden, lag bovendien vlak bij de toegangspoort, nl. boven het portierskamertje. De kans is dus groot, dat tal van nieuwsgierigen gevolgd hebben wat zich in het vertrek afspeelde. En dan komt het woord van Jahweh tot Jeremia. Zeg tot de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem: jullie kunnen hier nog eens een voorbeeld aan nemen. Die Rechabieten, voor wie jullie een beetje minachtend je schouders optrekken, kunnen jullie heel wat leren. Zij gehoorzamen het gebod van hun vader, dat 275 jaar geleden gegeven werd. Maar jullie weigeren te luisteren naar mijn gebod, dat jullie uittentreure voorgehouden is.
Nu was Jonadab maar een mens. En het gebod dat hij gaf, kwam niet van Mij. Toch hebben zijn nakomelingen zich eraan gehouden, generatie na generatie.
Het gebod dat Ik gaf, was geen menselijk gebod. Maar daaraan hebben jullie geen gehoor gegeven. Dat is een ontstellende zaak. Jullie blijven daarin ver ten achter bij de Rechabieten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief