Kerknieuws
1978-04-14
Beroepen te Amstelveen: Ds W. H. Veefkind te Krommenie.- Jaargang 22
- nummer 15
Bedankt voor Kampen (vac. Ds J. O.Mulder): Os O. Mooiweer te Enschede-Noord.
Ds G. v. d. Brink - Op 19 april a.s. zal het vijf en twintig jaar geleden zijn, dat ds G. v.d. Brink zich als Dienaar van het Woord verbond aan de kerk te Drogeham. Na vervolgens de gemeenten van Sappemeer en Veendam, Eindhoven en Zwolle te hebben gediend, deed hij op 1 november 1974 intree in de kerk van Rotterdam-Overschie,
Ds Z. G. van Oene - Eveneens op 19 april a.s. zal het vijf en twintig jaar geleden zijn, dat ds Z. G. van Oene zich als Dienaar van het Woord verbond aan de gemeente te Sliedrecht.
Op 1 juni 1958 deed hij intree in de kerk van Zwolle. De gemeente van Zwolle hoopt dit feit te vieren in een feestelijke samenkomst op woensdag 19 april a.s. om 20.00 uur in de Zuiderkerk.
Ds H. J. van der Kwast - Ds H. J. v. d. Kwast zal D.V. op zondag 23 april a.s. 's avonds om 7 uur afscheid nemen van de kerk van Amstelveen. Op 7 mei a.s. hoopt hij intree te doen in de kerk van Dronten na tevoren diezelfde dag bevestigd te zijn door zijn voorganger ds G. Mul te Amsterdam-Tuinsteden-Zuid-west.
Op 26 april a.s. zal het vijf en twintig jaar geleden zijn, dat ds v. d. Kwast zich verbond als Dienaar van het Woord aan de gemeenten van Katwijk en Valkenburg. Voorts diende hij de gemeente van Haarlemmermeer O.Z.
en sedert 17 januari 1970 die van Amstelveen.
Op vrijdag 21 april a.s. zal om 20.00 uur in de Bankraskerk te Amstelveen op een afscheidsavond het arnbtsjubileum van ds v. d. Kwast door de gemeente worden gevierd.
PERSVERSLAG van de 3e zitting van de Landelijke Vergadering van afgevaardigden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband), gehouden op 1 april 1978 in het vergadergebouw achter de Gereformeerde kerk te Wezep.
De praeses, ds L. J. Goris opent de 3e zitting van de Landelijke Vergadering-1978. Hij laat zingen Ps, 89: 7 en 8, leest 1 Petr. 4 : 7-11 en gaat voor in gebed.
Naast afgevaardigden en belangstellenden heet hij in het bijzonder prof. dr W. van 't Spijker en br. K. Geleynse welkom, die als deputaten van de Christelijke Geref, kerken voor de eenheid van geref. belijders deze zitzing bijwonen.
De samenstelling van de vergadering heeft ten opzichte van de vorige zitzing enkele wijzigingen ondergaan.
Enkele afgevaardigden zijn vervangen door hun secundi, enkele andere afgevaardigden zijn verhinderd zonder dat een vervanger aanwezig is.
De praeses stelt de samenspreking met de Chr. Gerei. kerken aan de orde, met name het rapport van de Commissie voor 'contact en samenspreking met andere kerken en de brief van de Generale Synode van de Chr. Geref. kerken te Hoogeveen-'77.
Namens de commissie geeft ds Van den Brink een toelichting op het commissierapport.
Hij spreekt zijn blijdschap uit over de besluiten die de Chr. Geref. Synode met algemene stemmen nam ten aanzien van de relatie met onze kerken, en wijst erop dat deze besluiten de plaatselijke kerken uitdrukkelijk onder de Schriftuurlijke roeping tot eenheid stellen. De . oproep in deze besluiten aan het adres van onze kerken tot blijvende handhaving van belijdenis en kerkorde bedoelt geen kritiek op wie dan ook in onze kerken te uiten, zo citeerde hij de Chr. Geref. deputaten.
Met deze deputaten heeft een eerste, voorlopige gedachtewisseling plaatsgevonden over de gedachte van een federatie tussen beide kerken. Ds Van den Brink beklemtoont het ingewikkelde van deze materie. Een federatie mag naar de mening van de Chr. Geref. deputaten en van onze commissie geen institutionalisering van de pluriformiteit zijn, geen eindstation in een ongehoorzame vrijblijvendheid, maar is alleen aanvaardbaar als stap in een proces van hereniging, wanneer de begeerte om werkelijk één te worden er aan ten grondslag ligt. Hij dringt erop aan de commissie te machtigen de federatiegedachte in studie te nemen: het houdt in dat we meer dingen samen gaan doen en dwingt ons steeds om de andere te denken.
Aan de bespreking van dit onderwerp wordt deelgenomen door de predikanten Smit, Moggré, Van Oene, Postma en ouderling Bosman, en namens de commissie door de predikanten Van den Brink, Vis en Stuy.
Alle sprekers tonen zich dankbaar voor de Chr. Geref. synodebesluiten.
Toch wordt geconstateerd dat het proces van eenwording moeizaam verloopt en dat het deputatenoverleg weinig vorderingen laat zien. We moeten niet teveel spreken over het gebod tot eenheid, aldus één van de sprekers, maar meer uitgaan van de eenheid die we in Christus hèbben en die er is, en ons afvragen hoe we daaraan gestalte kunnen geven. Ook wordt ervoor gepleit niet te snel de federatiegedachte in studie te nemen, maar eerst in kaart te brengen waarom men in plaatselijke samensprekingen vaak niet verder komt: van daaruit zouden commissie en deputaten dan moeten spreken over vragen rond verbond, ambt, kerk etc. Anderen zijn van oordeel dat dit de klok ver zou terugzetten: De bezwaren van een deel van de Chr. Geref. kerkleden tegen onze kerken kun je niet wegpraten, maar alleen overwinnen door elkaar in federatief verband steeds beter te leren kennen. Onder verwijzing naar Fil. 3 : 15, 16 pleiten zij ervoor in het spoor van wat bereikt is verder te gaan. Eén der sprekers waarschuwt voor de problemen die een federatie meebrengt: een federatie ziet meer op eenheid in het bestuurlijke vlak (bijv. in een gezamenlijk optreden naar buiten), en juist daarin zijn er de nodige verschillen tussen beide kerken. Daarentegen is er van de gewenste integratie op plaatselijk vlak in een federatie niet direct sprake. Vanuit de Commissie wordt benadrukt dat de federatiegedachte inderdaad grondige studie vereist.
Dat er op deputatenniveau weinig vorderingen worden gemaakt, komt door de verschillen in geloofsbeleving die er vaak plaatselijk nog zijn .
Deputaten en commissie hebben de gedachte dat zij verder zijn dan veel plaatselijke kerken, maar zijn overtuigd van de noodzaak om geduld te oefenen. Op de vraag naar het einddoel van de samensprekingen, nl. samensmelting of de grootst mogelijke samenwerking, antwoordt de commissie dat het gaat om een eenheid die zichtbaar en tastbaar wordt aan de Avondmaalstafel, maar waarbij de eigengeaardheid niet wordt uitgevlakt.
Ook de commissie zegt geen enkele behoefte te hebben aan het overdoen van de bespreking over verbond etc., die al geruime tijd geleden plaatsvonden.
We zijn één in de leer, hebben we gezegd: dat is het meest wezenlijke wat er te zeggen valt, en van daaruit kunnen we alleen nog maar vooruit. De commissie verklaart zich bereid op verzoek van kerken die daarom vragen handreikingen te doen voor plaatselijke samensprekingen.
Vervolgens spreekt prof. Van 't Spijker de vergadering toe. Hij beklemtoont dat de Chr. Geref. Synode haar besluiten heeft genomen in het besef, dat er een bevel is om bij elkaar te komen, wanneer er eenheid is in de leer. Wie daaraan af- of toedoet maakt het onmogelijk om als kerken samen verder te komen: Als we elkaar vinden in het overtuigd zijn van de geweldige aktualiteit van onze belijdenis, moeten we elkaar op andere punten, bijv. de kerkorde ook kunnen vinden. Volgens prof. Van 't Spijker mag niet wat wij ervan denken of wat wij haalbaar vinden bepalend zijn, maar alleen wat God van ons vraagt: het gestalte geven aan de eenheid van hen die gereformeerd wilnen zijn. Daarom ook moet de toenadering breder zijn dan tussen deze twee kerken, vindit hij: al wat werkelijk gereformeerd is hoort bijeen.
Na deze bespreking worden ·de voorstellen van de commissie, enigszins gewijzigd, met algemene stemmen aanvaard. De Landelijke Vergadering besluit: 1) de kerken aan te sporen tot voortzetting van het streven naar eenheid met de Chr. Geref, kerken, met verwijzing naar het gebod van Christus; 2) opnieuw het mandaat van de commissie te verlengen, opdat ook het gesprek met deputaten voortgang kan hebben; 3) de commissie op te dragen nader te bestuderen op welke wijze de eenheid verder gestalte kan krijgen, daarbij de federatiegedachte te onderzoeken en hierover met de Chr. Geref. deputaten te spreken.
De praeses spreekt de wens uit dat verdere kontakten en besprekingen door de Here gezegend zullen worden.
Het moderamen zal aan de vergadering een concept voorleggen van een aan de Chr. Geref. Synode te schrijven brief.
Vervolgens stelt de praeses het rapport van ds Vonkeman aan de orde, die als waarnemer namens onze kerken de Gereformeerde Oecumenische Synode van Kaapstad in 1976 bijwoonde.
In dit rapport geeft ds Vonkeman een positief oordeel over de GOS en adviseert hij tot aansluiting bij deze organisatie. Aan de bespreking wordt deelgenomen door de predikanten Moggré, Versluis, Bakker en Doornbos, en ouderling De Boer. Gevraagd wordt naar de grondslag van de GOS, naar de aard van de spanningen op de bijeenkomsten in Kaapstad en naar het bezoek van secretaris-generaal dr Schroten boer aan de paus. Enkele afgevaardigden waarschuwen ervoor niet teveel energie te steken in internationale kontakten en pleiten voor het voorshands continueren van het waarnemerschap.
Os Vis, lid van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken sluit zich daarbij aan. Hij wijst op de noodzaak om als gereformeerde kerken in de wereld sámen te studeren op de wereldproblemen waarmee alle kerken te maken hebben. Ook prof. Van 't Spijker zegt het noodzakelijk te vinden dat al wat gereformeerd wil zijn elkaar vindt en vasthoudt. Os Vis wijst erop dat de GOS principieel heeft gekozen tegen de Wereldraad van Kerken en het tolereren van dwalingen in de syn. geref. kerken.
Besloten wordt dat enkele leden van bovengenoemde commissie de in de vergadering levende vragen zullen bespreken met het Interim Comité van de GOS dat in de eerste week van april in Nederland verblijft, en daarover op een volgende zitting zullen rapporteren.
Hierna wordt de bespreking voortgezet van de verzoeken van enkele kerken tot samenspreking met de Gerei.
Kerken (vrijgemaakt binnen verband), waarmee tijdens de vorige zitting een begin werd gemaakt. Ter tafel zijn twee voorstellen, afkomstig van enkele afgevaardigden. Beide voorstellen noemen de in de jaren zestig geslagen breuk voor God en mensen niet verantwoord, en benadrukken onder verwijzing naar de preambule de opdracht om te streven naar herstel van de geschonden eenheid. Het ene voorstel, ondertekend door de predikanten Bakker, Van Ommen, Plooy en Van Tongeren wil de commissie voor contact en samenspreking machtigen tot samenspreking zodra dit van binnenverbandse zijde begeerd wordt, en stelt voor een brief te schrijven aan de Generale Synode van de Geref. Kerken (vrijgemaakt binnen verband). Het andere voorstel, ondertekend door de brs.Blokhuis, De Boer, Bosman en Van Keulen, is van oordeel dat een verzoek tot landelijke samenspreking vrucht moet zijn van een veel bredere praktijk van plaatselijke contactoefening dan waarvan momenteel sprake is, en spreekt de hoop uit dat allereerst de plaatselijke kerken wegen zullen vinden die leiden tot toenadering.
Aan de bespreking wordt deelgenomen door de predikanten Van Ommen, Van Oene, Moggré, Doornbos, Smit, Plooy, Van Tongeren, Van Keulen, Schuurman, Bakker en Beeftink en ouderling De Boer.
In de diskussie tekenen zich drie lijnen af.
Een deel van de sprekers heeft moeite met beide voorstellen. We moeten leren de tijden te verstaan en zien dat de tijd hiervoor niet rijp is; het is de Here die opent en sluit. Hij heeft dat gedaan t.a.v. de Chr. Geref. kerken; dat is een wonder van Hem.
Maar zien wij Hem deuren openen bij de kerken binnen verband? Zijn er tekenen van bekering?, zo vragen deze afgevaardigden, die ook moeite hebben met - wat zij noemen - een te algemene belijdenis van schuld aan onze kant in het voorstel-Bakker c.s, Een ander deel van de sprekers kan zich in grote trekken vinden in het voorstel-Blokhuis c.s. Werken aan herstel van de eenheid is opdracht, zo menen zij, maar een brief aan de binnenverbandse synode is daartoe niet de goede weg. Een te verwachten harde afwijzing zal plaatselijke kontakten frustreren en broeders en zusters die wel willen samen spreken bij voorbaat in de verdachtenbank zetten, vrezen zij. Ook zij willen binnenverbands de zaak in beweging brengen, maar dan niet bij voorbaat belast door een negatieve synode-uitspraak. Bovendien betwijfelen zij, of deze zaak wel voldoende leeft in de kerken.
Het besef dat we elkaar nodig hebben zal allereerst plaatselijk moeten groeien: een landelijke samenspreking kan daarvan de vrucht zijn. We moeten niets forceren, aldus deze afgevaardigden, maar ook niet lijdelijk afwachten.
Weer andere sprekers scharen zich achter het voorstel-Bakker c.s. Weliswaar is er nu t.a.v. de Chr. Geref.
kerken een geopende deur, zo stellen zij, maar kort na de Vrijmaking was die er ook niet. Toch zijn we toen op deputatenniveau gaan samenspreken.
Als we de breuk nog steeds erg vinden, moeten we hen dat gaan zeggen.
Een "nee" van de synode is niet voor onze verantwoording. Een appèl op deze kerken is opdracht, menen zij, en lijdelijkheid is verkeerd. Het is een goede zaak als we voor ons deel schuld belijden: ook ons was in de strijd boosheid niet vreemd ..We moeten ook wat wij in die jaren hebben gedaan onder de norm van Gods Woord in discussie willen geven, zo benadrukken zij.
Na een langdurige bespreking meent de vergadering dat de zaak nog niet rijp is voor stemming. Besloten wordt deze aan te houden tot de volgende zitting, teneinde zo tijd voor bezinning te geven.
De Acta van de Ie zitting van de L.V. worden vastgesteld. Op de zitting van 29 april zullen D.V. aan de orde komen: de samenspreking, art. 34 en 35, de GOS, de Chr. Reformed Church en alle zaken betreffende de Opleiding tot de Dienst des Woords. Er zal verder vergaderd worden op 3 juni en 26 augustus.
Gezongen wordt Ps. 143: 1, 2 en 10, waarna de 2e scriba eindigt met dankgebed en de praeses de zitting sluit.
A. P. de Boer, 2e scriba