Opwekking tot dienstbetoon
1977-06-24
Hebreeën 10 : 24 vermaant de gelovigen: Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden.- Jaargang 21
- nummer 25
Vooral in tijden van druk en zorg, van nood en gevaar, als waarin de lezers van de brief aan de Hebreeën Ieefden: sommigen door smaad en vervolging om wille van het Evangelie hun standvastigheid dreigden te verliezen en hun vrijmoedigheid in het belijden weg wierpen, - was dat acht nemen op elkaar zo dringend nodig. Lijdenden moesten getroost, zwakken gesterkt, nooddruftigen voortgeholpen, moedelozen opgebeurd, wankelmoedigen tot vernieuwde trouw worden opgewekt. In die situatie verstaan we ook de vermaningen: laten we de belijdenis onzer hoop toch onwankelbaar vasthouden: laat ons toch trouw onze eigen godsdienstige samenkomsten bijwonen en laat niemand zich onttrekken.
De opwekking tot liefdebetoon houdt haar kracht ook in onze dagen. Zijn er onder ons broeders en zusters die verachteren in de genade? Dan ligt et voor ons een taak. Zien we van onze gemeenteleden iemand ongeregeld wandelen? Dan hebben we hem of haar in liefde te waarschuwen.
Ta,ook dit laatste. Nog al te veel leeft bij velen de gedachte, dat het bestraffen van ongeregeldheden, zonden en afdwalingen de taak van enkelen is, met name van de opzieners in de gemeente.
Dat is onjuist. Zeker, de ambtsdragers moeten tucht oefenen.
Maar dan toch eerst, wanneer de onderlinge tuchtoefening van de gemeenteleden vruchteloos is gebleken.
Trouwens, broederlijke bestraffing en vermaan zijn niet de enige goede werken, welke wij ten opzichte van elkaar te verrichten hebben. De gemeenschapsoefening der heiligen houdt ook dit in, dat wij onze schatten en gaven tot nut en tot welzijn van de huisgenoten des geloofs bereidwillig en met vreugde aanwenden.
Laaf ons dit artikel van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof niet enkel met de mond belijden, maar ook metterdaad betrachten.