Opzien tegen de dood

1978-04-28
  • Jaargang 22
  • nummer 17
De mens wordt sterfelijk geboren.
Al mag de uitspraak van het kerkelijk doopsformulier wat zwaar en somber aandoen: "dat het leven niet anders is dan een gestadige dood"ze typeert toch in zekere zin ons menselijk bestaan als voortdurend door de dood bedreigd. We zouden kunnen zeggen: in ieder mens liggen de kiemen van de dood. Altijd dreigt die dood. Alle genees- en voedingsmiddelen willen dienen om ons leven in stand te houden. Vooral in dagen van ziekte en verval van krachten worden we ons er sterk van bewust. Bij oude mensen kan de onherroepelijkheid van de naderende dood tot somberheid en zwaarmoedigheid leiden, ja tot een obsessie worden.
Maar ook niet-oude mensen kennen wel die vrees, welke zich b.v. uit in een overdreven zorg voor hun gezondheid. Men wil graag jong blijven. Men wil zichzelf niet toegeven, dat men bij het ouder worden de jeugdvitaliteit gaat verliezen. De hoogste gelukwens, die men bij jubilea te bieden heeft is dan: lang zal hij leven!
Ja, leven! Niet sterven! Ik heb patiënten in het ziekenhuis, worstelend met de dood, horen roepen: Ik wil niet sterven! Vrees voor de dood! Een onderbewuste angst vaak, die bij tijden boven komt. Niet enkel voor de dood zonder meer, maar bij zeer velen ook, bewust of onbewust, angst voor wat achter de dood ligt. De Schrift spreekt in dit verband onwillig onderworpen zijn aan een van dienstbaarheid, slavernij, een macht, die dreigt; die ons steeds meer in haar greep krijgt en waartegen ten slotte geen verweer is. Uit deze slavernij worden we alleen verlost, vrijgemaakt, door het geloof in Hem, die voor ons de dood heeft overwonnen. Want Jezus Christus heeft voor allen, die in Hem geloven, de menselijke dood ondergaan. Hebr. 2: 14 zegt: Opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood hád, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden.
Hoe meer Christus ons leven wordt, des te meer gaat dan ook het opzien tegen de dood wijken. De evangelische blijdschap doet de dienstbaarheid wijken. Paulus kon op Gods tijd getroost het leven verlaten omdat hij wist: "Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief