Oude en nieuwe schatten

1978-04-28
  • Jaargang 22
  • nummer 17
Wanneer het zogenaamde kerkelijk jaar onze zondagen bestuurt (en willens of onwillens gebeurt dat vaak) zitten we op bepaalde zondagen met een behoefte aan bepaalde kerkliederen. Met het Kerstfeest is er altijd meer aanbod dan vraag; kerkelijke en onkerkelijke liederen zijn er dan in milde overvloed. Met Pasen is dat minder. Maar nog altijd is er een bescheiden schat aan oude en nieuwe zangen; ook zijn er de passies nog. Met Hemelvaartsdag zitten we bepaald klem. Houden we het op de psalmen, dan zijn het 36 en 47 welke spreken over "God die omhoog vaart", hetgeen niet rechtstreeks slaat op de opgevaren Christus - maar op het optrekken van de wolk boven de ark, tijdens de woestijnreis. En komen we bij Pinksteren ... dan is de kerk stom.
Geen psalm over de uitstorting van Gods Geest in mensen. Jawel, sedert] 933 hebben we in onze "enige gezangen" twee liederen van Isaac Da Costa, en wel gezang 21 Kom Schepper Geest en 22 Ja de Trooster is gekomen. Het eerste heeft 12 uitroeptekens, het andere 21. Uitroeptekens geven in de litteratuur altijd een moment van onmacht aan; in de spreektaal zoudt u aan een knoop kunnen denken. De liederen van Da Costa zijn dan ook onmachtig. Ze vertellen wel "heden is het Pinksterfeest" en ,,',t past ons juichend keer op keer zijn verschijning te verkonden"; er komen zelfs enige retorische vragen aan te pas - maar de taal is verouderd, het proza gezwollen, de inhoud vrij onbelangrijk en als kerk liederen hebben ze toch afgedaan.

Wil de kerk niet telkens in schablonen vervallen (zo van: "dit is de dag, de roem der dagen" en andere passe-partouts) dan zou het goed zijn, onze kerkelijke liederen op dit punt eens grondig te herzien en uit te breiden. Want het Pinksterfeest is waarlijk belangrijker dan een geregistreerde historische uitstorting van Gods Geest onder wondertekenen en krachtige daden - dingen, die de kerk sedertdien om onnaspeurlijke redenen is kwijt geraakt. Heeft Pinksteren een permanente betekenis, dan kan dat slechts zijn: dat wij, bezield door Gods Geest, instrumenten in zijn hand mogen zijn om zijn machtige daden uit te voeren. Dan is de Geest niet sleehts de Trooster, de zuivering van onze gebeden, de balsem op onze wonden (dingen, waarbij de mens in feite passief blijft) maar dan is de Geest vooral de motor en de brandstof, die ons aan het werk zet, actief maakt.
Zien we eens naar het Liedboek voor. de Kerken. Daar vinden we niet minder dan 17 (zeventien) liederen, oude en nieuwe, die het Pinksterfeest en zijn gevolgen bezingen. Het begint bij 236, een lied uit de middeleeuwen: "Beata nobis gaudia". U weet nu wel, dat die oude kerkliederen werden genoemd naar de Latijnse aanvangswoorden. Dan betekent dit lied: Gezegend de vreugde voor ons (als wij het juist vertalen). De dichter is onbekend, het lied stamt uit 950, de melodie is uit de 12e eeuw of eerder, en J. W. Sohulte Nordholt heeft het opnieuw berijmd. Zullen we het samen eens lezen?

De jaarkring brengt ons in zijn keer / de allerschoonste vreugde weer / omdat de Geest des Heren wordt / op zijn discipelen uitgestort. - Vlammen die op hun hoofden staan / nemen de vorm van tongen aan / opdat zij rijk aan woorden zijn / en vol van liefde sterk en rein. - De menigte der volken beeft / omdat hun taal voor allen leeft. / Men schimpt: zij zijn vol zoete wijn / die door de Geest bevleugeld zijn. / Juist vijftig dagen na het feest / van Pasen kwam de Heilige Geest / de spanne tijds van ouds gesteld / waarop de wet der vrijheid geldt./ Wij buigen ons ootmoedig neer / en bidden U, getrouwe Heer / geef dat vandaag ook ons doorstraalt / de Geest die van de hemel daalt. - Wanneer het hart geheiligd is / vervul het met uw lafenis / scheld Gij ons onze schulden kwijt / en geef ons vrede in deze tijd. - Wij roepen God de Vader aan / de Zoon, uit 't graf weer opgestaan / de Heiige Geest, die ons geleidt / van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Ziet u de "jaarkring"? Hier wordt het kerkelijk jaar sprekende ingeleid. Dat is niet sterk: de gebondenheid aan een jaarprogram, dat van de heilshistorie een repetitie, en zo een mythe, dreigt te maken. Maar zien we dat risico eenmaal duidelijk - dan is de tegenwoordige tijd van dat lied een winstpunt: want op óns, op Christus' discipelen, wórdt de Geest uitgestort. En de gaven van Gods Geest worden opnieuw ervaren ais beloofde feestdagen.

Dezelfde dichter berijmde ook 237 Veni Creator Spiritus (Kom, Schepper, Geest). Ook hier is de dichter onbekend, maar het is al uit de ge eeuw. De melodie is de bekende, die u ook bij Baeh's koraalbewerkingen tegenkomt, een mixolydische wijs met kleine toontrappen, vloeiende lijn, zeer bescheiden omvang. De tekst?

Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer / houd Gij bij ons uw intocht, Heer /vervul het hart dat U verbeidt / met hemelse barmhartigheid. - Gij zijt de gave Gods, Gij zijt / de grote Trooster in de tijd / de bron waaruit het leven springt / het liefdevuur dat ons doordringt. - Gij schenkt uw gaven zevenvoud / 0 hand, die God ten zegen houdt / 0 taal waarin wij God verstaan / wij heffen onze lofzang aan. Enz.

Ook lied 238 is vertaald en berijmd door Schulte Nordholt. De titel: Veni Sancte Spiritus (kom, heilige Geest). De tekst is misschien van paus Innocentius 111 (12e eeuw), misschien van een ander. De vijf coupletten hebben niet dezelfde wijs; het lied is wat men noemt doorgecomponeerd. Wel is elk couplet in twee gelijke delen geknipt, waardoor het in twee koren kan worden uitgevoerd. Het begint zo:
Kom, o Geest des Heren, kom / uit het hemelse heiligdom / waar Gij staat voor Gods gezicht / kom der' armen troost, daal neer / kom en schenk uw gaven, Heer / kom wees in de harten licht.

Lied 239 is eveneens door Schulte Nordholt berijmd. Dat is naar Luther's Ven i Creator en het begint: "Kom Schepper, God, 0 Heilige Geest / daal in de mensenharten neer / zij zijn uw schepselen geweest / herschep hen in genade, Heer. - Uw naam is Trooster, Gij geleidt / o goddelijk geschenk, ons voort / 0 balsem die ons werd bereid / obron van vuur, olevend woord. -Ontsteek een licht in ons verstand / en maak tot liefde ons hart bereid / geleid met milde vaste hand / ons zwakke vlees in zekerheid. - Gij zijt door gaven zevenvoud / de vinger van Gods rechterhand / die 's Vaders woord ons toevertrouwt / zodat het klinkt in ieder land." Enz.

Dit lied wordt gezongen op de oude wijs van 237, maar door Luther strakker gestileerd. Nog even merken we op, dat die "vinger van Gods rechterhand" ook in Da Costa's gezang 21 genoemd werd; deze .trachtte hetzelfde origineel te bewerken. We laten ook hier de rest onbesproken en gaan verder met Lied 240, waarin Ad den Besten de krachtige taal van Luther uitnemend heeft weergegeven:

Kom, Heilige Geest, Here God! / vervult ons met uw gaven tot / al wat wij zijn, geest, ziel en bloed / ontvlamt en staat voor U in gloed. / o Geest, door uw aansteeklijk licht / hebt Gij U in 't geloof gesticht / een volk uit velerlei tongen. / Daarom, Heer, zij U lof gezongen / halleluja, halleluja!
Ook lied 241 is van Luther en berijmd door Ad den Besten. Was de vorige melodie uit Luther's Geystliche Lieder van 1545, de melodie van 24\ is weer uit de 13e eeuw. Het luidt:

Nu bidden wij de Heilige Geest / om een recht geloof het allermeest / dat Hij ons verblijde en ons bevrijde / en aan 't einde ons naar huis geleide / kyrieleis.
- Geef, kostbaar licht, ons uw helderheid / dat wij Christus kennen voor altijd. / "Leer Gij ons te bouwen op die Getrouwe / die ons 't vaderland heeft doen aanschouwen / kyrieleis. - Geef, heiige liefde, uw overvloed / doe ons hart ontvlammen in uw gloed / dat wij een van zinnen elkaar beminnen / alle twist en tweedracht overwinnen / kyrieleis. - Geef, hoogste Trooster in alle nood / dat wij nimmer vrezen schande of dood / dat wij niet versagen ten laatsten dage / als de vijand ons zelf komt aanklagen / kyrieleis.

Daarna komen enkele kerkliederen van jongere leeftijd. Lied 242, Komt laat ons deze dag, is op de bekende wijs van Bach: Komt Seelen, dieser Tag. De tekst is van Ernst Löscher (1673-1749), vertaald en berijmd door Jan Wit en het zingen van verschillende noten op een lettergreep is niet typisch-Nederlands. Maar lees alleen het slotcouplet en herken Jan Wit:

Wie 's Heren Geest bezielt / wie 's Heren woord doet zingen / wie met ons vieren wil / het feest der eerstelingen / die stemme met ons in / en prijze Gods verbond / dat Hij vandaag vernieuwt / en elke morgenstond.

Ook het volgende Lied 243, Toen eenmaal God ternederkwam, is al uit de vorige eeuw, opnieuw vertaald en berijmd door Schulte Nordholt. De melodie is een oude Engelse hymne uit 1592. De woorden: Toen eenmaal God terneder kwam / kwam Hij in toorn en gloed / half duisternis, half witte vlam / de wolken voor zijn voet. - Maar liefelijk en zacht gezind / komt Hij de tweede keer. / Zo teder als de morgenwind / daalt nu zijn duif terneer. - Het vuur, op Sinai een stroom / een wilde vlammendans / is nu op ieder hoofd een kroon / in ieder oog een glans.

Wij weerstaan de verleiding, het hele lied voor u uit te schrijven. Er zijn grenzen en beter is het, als u zelf al deze 17 Pinksterliederen gaat lezen en proeven. De kerk heeft van oude tijden tot vandaag toe, Pinksteren beter verstaan dan Da Costa het voor ons deed. Zie naar Lied 244 (op de wijs van Nicolai's prachtige Wachet Auf) en gedicht door dr E. L. Smelik, dat als volgt begint: .

Christus stoot de hemel open / een. vuur komt door de wereld lopen / een nieuw getij breekt haastig aan. / Hoor, de Geest vaart door het heden / vanwaar? waarheen? met sterke schreden / geen tegenstand kan Hem weerstaan. / Geeft op uw trots verzet / verliest u aan zijn wet. / Gij zijt veilig / in zijn domein / nooit meer alleen / want nimmer zult gij wezen zijn.

Lied 245 moogt u niet missen. Geest, uit de hemel neergedaald / storm van gedrevenheid / breekt niet de mens die ademhaalt / Gij die ook stilte zijt. - Geest van de Vader en de Zoon / vuur van hun heiligheid / verzeng ons niet, maar brand ons schoon / van ongerechtigheid. - Adem van leven in het woord / wek hen die niet verstaan: / de stomme spreekt, de dove hoort / Gij doet het lied ontstaan. - De verrukkelijke tekst is van een vrouw, van Inge Lievaart van Texel. De melodie is van de predikant-componist ds Bernard Smilde, in deze kolom welbekend.

We zitten hier al bij de moderne Pinksterliederen. Nog eenmaal, in 246, krijgen we een moderne herberijming door W. Barnard van een 16e eeuws Duits lied en luister naar deze krachtige taal: Gods adem die van boven kwam / zet hart en ziel in vuur en vlam / en opent ons de oren / dat wij zijn tongval horen. - De tongen zijn van wind en vuur / het woord is brandend van natuur / het loopt door alle landen / en opent mond en handen.

Ook nieuw is Lied 247: De Geest des Heren heeft / een nieuw begin gemaakt / in al wat groeit en leeft / zijn adem uitgezaaid. / De Geest van God bezielt / wie koud zijn en versteend / herbouwt wat is vernield / maakt één wat is verdeeld. De tekst is van de dichter Huub Oosterhuls en de melodie van B. M. Huijbers, ook al eerder genoemd in deze kolom. We slaan de liederen 248-251 node over en bieden u nog het laatste van de reeks. Lied 252, gedicht door W. Barnard, melodie van Willem Vogel. Luister en zing mee:

Wat zijn de goede vruchten / die groeien aan de Geest? / De liefde en de vreugde / de vrede allermeest, / geduld om te verdragen / en goedertierenheid / geloof om veel te vragen / te vragen honderd uit. - Geloof om veel te geven / te geven honderdin, / wij zullen leren leven / van de verwondering: / dit leven, deze aarde / de adem in en uit / het is van Gods genade / en zijn lankmoedigheid. - En wie zijn ziel niet prijsgeeft / maar vasthoudt tot het eind / wie zijn bestaan niet kruisigt / hoezeer hij levend schijnt, / hij gaat voorgoed verloren / het leven dat hij koos / is tevergeefs geboren / en eindigt vruchteloos. - Maar wie zich door de hemel / laat helpen uit de droom / die vindt de boom des levens / de messiaanse boom / en als hij zich laat enten / hier in dit aardse dal/dan rijpt hij in de lente / tot hij vruchtdragen zal.

Gij doet het liéd ontstaan. Dat wij één van zinnen elkaar beminnen. In ieder oog een glans. Het woord is brandend van natuur. De Geest van God bezielt wie koud zijn en versteend; herbouwt wat is vernield, maakt één wat is verdeeld. Geloof, om veel te geven. Tot hij vruchtdragen zal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief