Een verzwegen thema
1978-05-05
Graag gebruik ik de mogelijkheid om in Opbouw te schrijven om met u na te denken over het thema: persoonlijke levensleiding. De Engelstalige christenheid gebruikt hiervoor het woord: guidance. Hoe weten wij wat de wil van God is met ons leven? Zeker: wij hebben Gods geboden, die ons Zijn wil duidelijk doen kennen, maar er zijn zoveel vragen waarop deze geboden ons geen antwoord geven en die voor ons van het grootste belang zijn: welk beroep moet ik kiezen? Is dit de man of de vrouw waarmee ik kan of mag trouwen? Moet ik nu ja zeggen of neen als mijn dochter graag wil gaan kamperen met haar verloofde? Naar welke school stuur ik mijn kinderen? Vragen als deze zijn er vele en iedereen heeft perioden in zijn leven, waarmee hij met zulke vragen bezig is. Als Paulus in Efeze 5: 17 zegt: weest niet onverstandig, maar tracht te verstaan wat de wil des Heren is, dan bedoelt hij met de wil des Heren niet de tien geboden, maar heel praktisch wat de Here wil in ons leven van iedere dag als wij door zulke soms kwellende vragen worden overvallen, zoals ik er hierboven een paar noemde.- Jaargang 22
- nummer 18
Paulus wil dat wij in zulke vragen trachten te verstaan wat de wil des Heren is. Dat leidt ons naar het onderwerp, dat ik met u wilde overdenken: is er zoiets als leiding in zulke vragen? Mogen wij bij zulke vragen bidden of de Here ons de weg wil wijzen en dan letten op Zijn antwoord?
Het is niet de bedoeling om mij met deze vragen te bewegen in de. richting van de voorpagina van dit blad. Ook al moet de bijbel ook bij de 2e en 3e pagina openblijven en ons wegwijs maken, toch ben ik mij ervan bewust dat ik deze artikelen schrijf in de rubriek 'Kerkelijk leven'.
Ik ben er namelijk zeker van dat juist bij de praktische vragen van kerkelijk leven en samenleven het onderwerp van deze artikelen van groot belang is. De christenen in Rome hadden ernstige meningsverschillen over praktische vragen, zoals zondagsheiliging (sommigen wilden helemaal geen dag apart zetten, Rom. 14 : 5) en consumptie (sommigen meenden dat je bepaalde supermarktartikelen niet moest kopen, Rom. 14: 15 e.v.). Toch staat op de achtergrond van de discussies hierover de zekerheid, dat de Heer aan ieder van de zijnen Zijn weg in het geweten duidelijk kan maken en staan al deze gesprekken onder het opschrift en de claim van Rom. 12: 2: probeer te onderkennen, wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Ik zou mIJ In deze artikelen graag daarmee willen bezighouden: met de achtergrondmuziek achter actuele vragen zoals ze in een rubriek als 'Kerkelijk leven' thuishoren. Maar dan in deze artikelen toegespitst op het thema: persoonlijke levensleiding. Ik noem deze artikelen: een verzwegen thema, omdat er over deze achtergrondsvragen onder ons maar weinig geschreven wordt. Er is wel veel geschreven over Gods leiding met het geheel: de kerk, en velen zagen de leiding van God bijv. in de vrijmaking, maar zelden las ik een artikel over Gods leiding' met de enkeling, u en ik. Zulke geschriften kunt u wel veel vinden in de wereld van de Engelstalige christenheid. Dáár worden veel discussies ook met een beroep op 'guidance' beslist. Dit is onder ons anders. Wij schrijven hier niet over. Twee uitzonderingen bevestigen deze regel: Prof. H. Berkhof schreef over dit onderwerp een artikel in 'Christelijk Geloof', pag. 465 e.v. en dr O. Jager houdt zich reeds langer hiermee bezig met vragen als 'Wat wil God eigenlijk?' (Boeken bij de bijbel, 3e druk 1968, Bosch en Keuning) en "Een tijd van Twijfel" (Kok, Kampen 1977). Deze boeken kan ik van harte bij u aanbevelen.
Het was de eerstgenoemde die in zijn artikel de vragen van persoonlijke levensleiding een verzwegen thema noemde (a.w. blz. 469, 470). Inderdaad valt het op dat wij hierover wel veel zingen. (Wie maar de trouwe God laat zorgen, wat God doet dat is welgedaan, beveel gerust uw wegen, etc.) maar dat wij hierover heel weinig samen nadenken. "De officiële dogmatiek", zegt Prof. Berkhof, "heeft op dit punt een terughouding uitgeoefend, die bijna raadselachtig aandoet." (p. 470) Trouwens, dit geldt ook wijder voor alles wat zeer persoonlijk is: er zijn onder ons haast geen biografieën (of middeleeuws gezegd: heiligenlevens). In de Engelstalige wereld van de bijbelgetrouwe christenheid vinden wij die veel meer (over Hudson Taylor, Amy Carmiehael, J. Müller, etc.). Wij zijn wat bang om persoonlijk te worden, maar vergeten dat het omgekeerde van persoonlijk onpersoonlijk is: Dàt zijn dan ook veel dogmatieken, 'preken en discussies in onze kring. Wij cirkelen liever met onze gedachten rondom de "eeuwige beginselen", dan ons berig te houden met ons hoogst persoonlijke hier en nu en Gods levensleiding daarin. Slechte ervaringen uit het verleden zullen hier wel aan mee geholpen hebben. Het is ook mogelijk dat dit aan de reformatorische traditie hierom eigen is, omdat van oude tijden af aan de rechtvaardiging door het geloof (wat God deed buiten ons om) meer centraal gestaan heeft dan wat men de heiligmaking noemt (dat wat God gedaan heeft en doet in ons.) Dit laatste is direct verbonden met het werk van de Heilige Geest. Het is juist in onze tijd, nu er zoveel gesproken en geschreven wordt over de Heilige Geest, belangrijk om dit vaak verzwegen thema van persoonlijke levensleiding nader te doordenken.
1. Wat zegt de bijbel hierover?
Het is opvallend dat het O.T. niet alleen in geschiedenissen (Gen. 24) maar ook in de wetgeving (Ex. 28: 30) en in de psalmen (psalm 37 : 5) uitdrukkelijk wordt geleerd dat God een God is, die zó groot is, dat ook het kleine van ons leven Hem aangaat.
Hij geeft zijn volk niet een aantal beginselen mee (dat ook), maar Hij wil zelf met hen mee (Ex. 33 : 14).
Aan de tien geboden voegt de Here nog de Urim en de Thummim toe, wat Israël in staat stelde om in zaken waarover de wet geen uitsluitsel gaf de Here te raadplegen. Wij lezen dan ook dat David daar gebruik van maakte tot in details toe: "Zullen de burgers van Kehila mij en mijn mannen aan Saul uitleveren?" De Here zeide: "ja", 1 Sam. 23 : 12. Als Israël in de woestijn is, wordt het bij al zijn beslissingen geleid door de wolkkolom, die voor het volk uittrekt (Num. 9 : 17). Ook maakt God zijn wil duidelijk door dromen (Job 33: 14).
Wel zien wij in het O.T. al verschuivingen optreden. Hoe verder wij voortgaan, des te grotere rol neemt de profetie in. Dromen als in de verhalen van Jozef, komen later niet meer in die mate voor. De Urim en de Thummim zijn na David nauwelijks of niet meer gebruikt. De wolkkolom verdwijnt uit de horizont als Israël in het beloofde land is aangekomen. Maar de profetie krijgt een steeds grotere plaats. Juist in zaken van leiding (1 Kon. 22 en Jeremia 42). Het laat ons zien hoe de wegen waarlangs de Here zijn wil kenbaar maakt verschillen in de tijd maar dat het principe blijft nl. dat er in de omgang met Jahweh in het verbond, dat Hij met Israël heeft gesloten, ook ruimte is uitgespaard voor zijn bemoeienis met de praktische levensvragen van iedere dag. Niet zó dat Israël bij iedere vraag of beslissing de Here zoekt, maar wel op knooppunten, bij moeilijke vragen of verreikende beslissingen.
Verandert dit in het N.T.? Neen, maar waar wij in het O.T. de profeten aantreffen, daar is nu sprake van de Geest van Jezus. Hand. 17: 6, vgl. 13 : 2. Er zijn ook nog wel dromen (Hand. 10: 10, 16: 9 en profetieën (Hand. 21: 10), maar er komt een kritische ruimte tussen de droom of de profetie en hun uitleg en toepassing, een ruimte waarin de gelovige totaal is aangewezen op de Geest var.' Jezus. Is het in Zijn lijn?
Ter ere van Zijn naam? Dit kan er zelfs toe leiden dat een profetie niet wordt opgevolgd door de apostel (Hand. 21: 14). Maar weer geldt: ook al zijn de wegen waarlangs de Here werkt verschillend, het feit blijft dat ook in het N.T. de gelovigen rekenen met Gods leiding in allerlei zaken. Die leiding wordt ons beloofd in en door de Heilige Geest. (Hand. 13: 2; Rom. 8 : 14) Daarom voegt Paulus aan zijn vermaning: tracht te verstaan wat de wil des Heren is in een adem toe: en wordt vervuld door de Geest. Als het laatste gebeurt komt het met het eerste ook wel in orde. Wel valt het op dat de leiding van Gods Geest die ons beloofd wordt, ook in het N.T. is ingebouwd in de omgang met Christus als een ruimte binnen deze vertrouwensrelatie. Het N.T. geeft geen 'voorzienigheidsleer' en verbindt het woord leiding nergens met God de Schepper, maar ziet het altijd als onderdeel van de nieuwe verhouding die wij met God door Jezus Christus hebben. Het woord leiding hoort thuis in Rom. 8, dat handelt over het nieuwe leven. Daarom noemt Berkhof leiding in één adem met 'geborgenheid'. Leiding is: je geborgen weten in het kleine en daarin Gods hand zien.
2. Het problematische
Dit leidt mij tot het tweede deel: het problematische. Want juist nu rijzen de vragen. Vragen, die vooral jongeren vandaag bezig houden. Binnen I'Abri is dit onderwep één van de meest besprokene. Hoe werkt dat?
Hoe maakt Gods Geest ons zeker van wat wij moeten doen? Verzeilen wij hier niet in allerlei subjectieve vaarwateren? Op die vragen ga ik de volgende keer nader in.