Predikant en politiek
1978-05-05
Hoe het vroeger was- Jaargang 22
- nummer 18
Voor de oorlog was het bijna vanzelfsprekend, dat een gereformeerd predikant lid was van de A.R.P.
Hoogstens werd geduld, dat een enkeling zich wat meer met de C.H.U. verwant voelde. Stemmen op de S.D.A.P. of de Liberale Staatspartij was taboe. In de dertiger jaren sloten zich echter verscheiden gereformeerden aan bij de N.S.B. of de C.D.U. De synode van Amsterdam van 1936 sprak daarop zijn afkeuring uit over het lidmaatschap van de N.S.B. Eenzelfde lot trof de CD.U., die toch het "christelijk" in haar naam had staan.
Voor predikanten, die deze richtingen toegedaan waren, was uiteraard geen plaats op de kansel van een gereformeerde kerk. In de Vrijgemaakte kerken is deze traditie in zekere zin voortgezet.
Na het congres van Amersfoort in 1948 werd het zo langzamerhand vanzelfsprekend gevonden, dat de predikanten het G.P.V. waren toegedaan. Zij, die dat niet waren werden eerst beschouwd als "achterblijvers" en later als "niet goed vrijgemaakten". Gelukkig zijn we in de "buitenverbandse" kerken verlost van de officieuze plicht, dat de predikant lid moet zijn van een bepaalde politieke partij.
Betekent dat nu, dat een predikant helemaal vrij moet zijn in zijn politieke keus en b.v, ook lid kan zijn van de PvdA of de VVD?
Dordrecht
Onlangs heeft de (syn.) gereformeerde kerk te Dordrecht een predikant niet beroepen, omdat deze lid was van de PvdA. Het is begrijpelijk, dat het passeren van een socialistische predikant opzien verwekte. Immers, het is bekend, dat in de gereformeerde kerken verscheiden predikanten lid zijn van een niet-christelijke partij, zoals de PvdA. Het lijkt me nuttig eens na te gaan welke argumenten gebruikt werden om te verdedigen, dat een gereformeerd predikant lid van de PvdA kan zijn. Daarbij ga ik voorbij aan omstandigheden, die alleen voor de (syn.) gereformeerde kerken relevant zijn, zoals synode-uitspraken, die in het verleden gedaan zijn en ook het feit, dat deze kerken een modaliteitenkerk geworden zijn.
Bezorgde theologen
Naar aanleiding van het gebeuren in Dordrecht heeft een groot aantal theologen per advertentie bezorgdheid uitgesproken over de binnen de gereformeerde kerken te constateren tendens de uitoefening van de dienst des Woords afhankelijk te maken van een bepaalde partijpolitieke keus. Erg zorgvuldig is deze formulering niet. Immers ze wekt de gedachte, dat de uitoefening van de dienst des Woords en de partijpolitieke keus niets met elkaar te maken hebben. Als dat de bedoeling was, zou een predikant ook de vrijheid hebben lid te worden van de C.P.N. Deze advertentie bedoelde instemming te betuigen met een artikel van Prof. dr J. Veenhof en drs J. A. Montsma "Om de vrijheid van de dienst des Woords".
Deze schrijvers wijzen naar de vraag van Paulus aan de Galaten: wat heeft u onder het Evangelie vandaan weer onder de wet gebracht? Zij menen, dat dit in Dordrecht is gebeurd, omdat de verkondiging van het Evangelie wordt gesteld onder een politieke voorwaarde, die niet uit het Evangelie kan worden afgeleid.
Nu moet aan Veen hof en Montsma worden toegegeven, dat het hier nauw luistert. Wanneer je, zoals ondergetekende, bijna 20 jaar moeilijkheden hebt gehad, omdat je lid was van de A.R.P. in plaats van het G.P.V. ben je vuurbang voor politieke voorwaarden, die niet uit het Evangelie zijn af te leiden.
Wanneer de kerk van Dordrecht de eis zou hebben gesteld, dat de predikant lid van een bepaalde partij moest zijn, zou men inderdaad de vrijheid van de dienst des Woords hebben aangetast.
Maar die eis is niet gesteld. Men heeft niet anders gedaan dan uitgesproken, dat men in Dordrecht geen predikant wenste, die lid was van de PvdA. Heeft men daarmee teveel gezegd?
De PvdA. en Gods Woord
De PvdA. is een partij van het democratisch socialisme. De gemeenschappelijke basis van deze partij is niet een levensbeschouwing (althans dat zegt men), maar een maatschappijvisie.
Humanisme en Evangelie hebben gelijke rechten. Daarmee wordt echter het Evangelie gedegradeerd tot een van de vele levensbeschouwingen en wordt dus het unieke van Gods Woord ontkend. De praktijk ·is dan ook, dat de humanistische beschouwingen prevaleren.
Men lette b.v. op de socialistische beschouwing over de vrijheid van de mens. Die vrijheid wordt zuiver materieel gezien, vrij van zorg en nood, vrij van geldzorgen, geen risico's bij ziekte, werkloosheid enz. Van Evangelisohe vrijheid, staan in de door Christus herstelde verhoudingen, heeft men geen weet.
Religie en politiek zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Daar is nog nooit een maatschappij visie tot heerschappij gekomen, die de grondslag niet vond in een religieuze beschouwing.
En dat geldt ook voor de PvdA. Maar dat is in dit geval niet een christelijke beschouwing.
Een geref. predikant zal het Evangelie moeten verkondigen als het Woord van God, dat zeggenschap heeft in heel ons leven en in elke levensverhouding. Hij zal moeten zeggen, dat Jezus Christus alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Komt hij daar als lid van de PvdA niet mee in moeilijkheden? Immers in de PvdA. heeft de menselijke ervaring gelijke rechten. Als predikant zal hij moeten verkondigen, dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt en zij een wreekster is tot straf van hem, die kwaad doet. Immers de overheid is Gods dienares, die haar macht van Boven heeft. Dit is toch niet te rijmen met de overheidsbeschouwing van de PvdA.
Als predikant moet hij zeggen, dat de ellende primair zit in het zondige menselijke hart. Als partijlid zal hij als de eerst schuldige de menselijke structuren moeten aanwijzen en daarbij de mens het vermogen moeten toekennen op aarde een heilstaat op te richten. Deze verschillende uitgangspunten hebben uiteraard hun uitwerking in de praktische politiek. Men denke slechts aan de onderwijspolitiek, waarbij de PvdA. geen notie blijkt te hebben van het "doen opvoeden" in de christelijke leer. ' Bij de eerbied voor het menselijk leven is het niet anders.
Wanneer een predikant oprecht socialist is, zal dat ongetwijfeld invloed uitoefenen op zijn preken en andere ambtelijke arbeid. Zal zijn politieke visie er niet toe leiden, dat er een aards, illusionair evangelie wordt gebracht, dat niets heeft te maken met het Evangelie van het Koninkrijk der Hemelen?
Een doorbraakmotief
De schrijvers voeren verder aan, dat een predikant blijkbaar wel lid mag zijn van het C.D.A. Dit is voor hen onbegrijpelijk, omdat C.D.A. en PvdA. op menig punt eenzelfde beleid voorstaan en tot eenzelfde regeringsprogram konden komen. Waarom zou een predikant dan ook geen lid van de PvdA kunnen zijn?
Als dit argument juist is, mag een predikant in hun visie dus ook lid zijn van de VVD.
Maar het lijkt me een weinig doordacht argument. Het feit, dat men vanuit verschillende levensbeschouwingen toch tot zelfde beleidspunten kan komen, is toch geen argument om niet-christelijke partijen aanvaardbaar te verklaren. Daar -alle materiaalbewerking, om prof. K. Schilder nu eens te citeren, de goede en de kwade, aan de aard, de structuur, de wetten van het materiaal gebonden is, daar zal de arbeidsvrucht van de gelovige met die van de ongelovige toch altijd veel gelijkenis vertonen. En God heeft de menselijke zonde in haar loop gestuit.
Maar daarmee is men nog niet een politieke gemeenschap geworden.
Wat de schrijvers hier aanvoeren is een typisch doorbraakmotief.
Een christelijke partij eis van Gods woord
Een van de schrijvers, drs Montsma, gaf in een interview in Trouw ervan blijk, dat hij in elk geval niet ver van de doorbraakvisie afstaat. De christelijke partij ziet hij meer als een zaak van traditie. Het standpunt van Kuyper, dat er geen politiek-maatschappelijke neutraliteit bestaat, trekt hij in twijfel. De gedachte van de antithese wijst hij af. Indertijd dacht men, dat je zo iets als christelijk onderwijs niet aan liberalen en socialisten kunt overlaten. Maar dat is allemaal voorbij. Voor christelijke politiek, zo meent hij, behoef je vaak helemaal niet bij de christelijke partijen te zijn. Het zijn allemaal de bekende argumenten van hen, die naar de PvdA zijn doorgebroken. Hij verklaarde dan ook zelf met pijn op het C.D.A. te hebben gestemd. Het is duidelijk, dat de PvdA voor hem een mogelijk (redelijk?) alternatief is.
Van veel inzicht in de ontwikkeling der christelijke partijen geeft zijn beschouwing geen blijk.
Het is inderdaad niet zo, dat christelijke partijorganisatie altijd en overal geboden is. In Nederland heeft de voortgaande ontkerstening van het openbare leven echter genoodzaakt tot een aparte christelijke partij. Met name de schoolstrijd was een van de signalen daartoe. Helaas is die secularisatie sindsdien nog veel verder, voortgeschreden. Daar is geen enkele reden om thans de christelijke organisatie prijs te geven. Integendeel deze secularisatie dwingt de christenen nog meer dan vroeger door de christelijke organisatie de beslissende tegenstelling in het leven te accentueren. De strijd tegen de zogenaamde neutraliteit, die poogt de godsdienstige bestemming van het leven uit te schakelen is actueler dan ooit. We kunnen ze in deze tijd in Nederland niet missen om onze roeping, God overal te dienen, te kunnen vervullen, Inderdaad blijven de christelijke partijen vaak beneden de maat. Dat geldt niet slechts voor partijen, maar ook voor de christenen zelf. Slechts op zeer gebrekkige wijze beleven wij de gehoorzaamheid aan God en Zijn Zoon Jezus Christus. Vaak ook hebben wij de neiging ons aan te passen en ons te veel in de richting van compromissen te bewegen.
De grond voor christelijke partijorganisatie is dan ook waarlijk niet het succes dat men geboekt heeft.
Voor enige triomfantelijkheid is geen enkele reden. Maar onze roeping blijft.
Zouden we niet beter, in plaats van de christelijke politieke partij als verouderd te verwerpen, dankbaar zijn, dat ons in Nederland de mogelijkheid gegeven wordt dit te doen samen met hen, die met ons varuit het Evangelie politiek willen bedrijven? Ik kan daarom de bezorgdheid van de theologen niet delen.
Integendeel, het lijkt me een goede zaak, dat de gereformeerde kerk van Dordrecht in alle openheid heeft uitgesproken, dat ze geen predikant wenst, die lid is van de PvdA. Een socialistisch predikant op een gereformeerde kansel?
Neen.