Pinksteren
1978-05-12
De grote Onbekende- Jaargang 22
- nummer 19
De Geest van God was beslist niet "de grote onbekende" in Israëls volksbestaan. Al heel in het begin.
nog bij de Sinaï horen we van Bezaleël: de HERE "heeft hem bij name geroepen en vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis en dat voor allerlei werk... Hij heeft hem en Aholiab... in het hart gegeven om anderen te onderrichten. Hij heeft hen vervuld met kunstvaardigheid... " (zie Ex. 35 : 30-36 : 2). Het gaat om de bouw van de tabernakel. Kunstvaardigheid) is blijkbaar een geestelijk goed.
Wat later worden aan Mozes zeventig helpers toegewezen.
Zij worden vergaderd rondom de tabernakel: "toen daalde de HERE in de wolk neder en sprak tot hem (Mozes), en Hij nam een deel van de Geest die op hem was, en legde dat op de zeventig mannen, op de oudsten; toen de Geest op hen rustte, profeteerden zij. doch daarna niet meer'. Hun profeteren is niet meer dan een teken, dat Gods Geest op hen rustte. De reden waarom zij de Geest ontvingen was Mozes bij te staan in de zorg voor het hele volk (een vervolg op het advies van Jethro, Ex. 18 : 13-27).
Mozes' verzuchting
Intussen hadden twee man geweigerd op het appèl te verschijnen: Eldad en Medad. Het hielp hun niets: ook zij profeteerden - al was het tegen wil en dank. Daardoor verraadden zij zich. Het wordt aan Mozes bericht.
Jozua is kennelijk bang, dat dit optreden afbreuk zal doen aan Mozes' gezag: mijnheer (!) Mozes, belet het hun!
Maar Mozes is niet uit op eigen gezagshandhaving: wilt gij voor mij ijveren? Oc:h, ware het gehele volk des HEREN profeten, doordat de HERE zijn Geest op hen gave!
(Num. 11 : 4-35). De conclusie is duidelijk: Mozes' last zou aanzienlijk verlicht worden. Niet omdat iedereen aan het profeteren zou slaan en daar een dagtaak aan zou hebben. Maar wel omdat het volk niet zo opstandig en ondankbaar zou zijn: wie door de Geest bezield is, staat niet te jammeren om vis, komkommers, uien en knoflook, de vleespotten van Egypte en spuwt zijn verac:htig niet uit over het dagelijks menu van hemels manna.
Een volk, op wie de Geest rust, volgt de HERE welgemoed door de woestijn, is dankbaar dat water en brood gewis zijn en verlustigt zich in het vooruitzicht van het beloofde land: een land overvloeiend van melk en honing.
Joël's profetie
Bij Mozes' verzuchting (och, ware het gehele volk des HEREN profeten, doordat de HERE zijn Geest op hen gave, Num. 11 : 29) sluit aan de profetie van Joël (2 : 28-32). Zij vormt een deel van "het antwoord des HEREN op bede en boete" na de aankondiging van de sprinkhanenplaag. Ook hier gaan zeer aardse zaken hand in hand met andere ...aardse zaken: toen nam de HERE het op voor zijn land en Hij kreeg medelijden met zijn volk.
De HERE antwoordde zijn volk: zie, Ik zal u koren, most en olie zenden, zodat gij daarmede verzadigd wordt ... Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en UIW dochters zullen profeteren, uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; zelfs op de slaven en de slavinnen zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten ...
En dat alles in de context van de (telkens weer nabije) tweezijdige grote en geduchte dag des HEREN (2 : 18-27).
Wordt profeteren, dromen, visioenen zien dan lsraëls dag- (en nacht-) vulling, de enige zinvolle tijdsbesteding?
Maar de context spreekt van koren, most en olie, van vroege en late regen, van verlossing en vrijheid.
Mensen op wie Gods Geest rust zijn dankbaar voor "verzadiging met het goede der aarde" en uiten hun dankbaarheid in een wandelen met God: zij roepen de naam des HEREN aan (en niet die van een baäl), 2 : 32.
Jesaja's troost
Is het juist dat Joël een der vroegste profeten was, dan blijkt dat in zijn dagen deze profetie nog niet haar uiteindelijke vervulling kreeg. Want na zijn tijd volgde de ballingschap, Israëls deportatie naar Babel, de grote verstrooiing. Is God zijn belofte vergeten?
Je zou het bijna denken. Ware het niet dat ook dan een profeet Gods stem laat horen. Hij verheelt Israëls wezenlijke ellende niet - die is ook waarlijk groot genoeg: uw eerste vader heeft al gezondigd en uw woordvoerders hebben tegen Mij overtreden; daarom ontwijdde Ik de oversten van het heiligdom en gaf Ik Jacob prijs aan de ban, Israël aan beschimpingen. Dat was verleden tijd.
Maar nu, hoor, 0 Jacob, mijn knecht, en Israël. dien Ik verkoren heb. Zo zegt de HERE, uw Maker en van de moederschoot uw Formeerder, die u helpt: vrees niet, mijn knecht Jacob, en Jeschurun (een koosnaampje), die lik verkoren heb. Want Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal mijn Geest uitgieten (!) op uw nakroost en (parallel) mijn zegen op uw nakomelingen.
Zij zullen uitspruiten tussen het gras, als populieren langs de beken (Jes. 43 : 22-44 : 5).
Bloemrijke taal voor wie de tocht van Babel naar de puinhopen van Jeruzalem moet afleggen door een ...
woestijn. God wekt in de dorre doodse woestijn (toon-beeld van verlatenheid) nieuw leven. Opnieuw vernieuwt Gods Geest het gelaat van de aardbodem en werkt leven waar slechts dood was (vgl. Ps. 104 : 30 en ook Ez. 37 : 1-14).
Jezus' exegese
Waar de Geest komt, daar bloeit het leven weer op. Geest en leven zijn zo nauw verbonden, dat Nicodemus
te horen krijgt: voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan (Joh. 3 : 5). Met name in het evangelie naar Johannes speelt "het leven"
een grote rol (vgl. al 1 : 4). Johannes deelt ons o.m. dit woord van Jezus mee: de Geest is het, die levend maakt... de woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven (6: 63. Net als de profeten, spreekt ook Jezus in een situatie waarin het wel dan niet geloven centraal staat: maar er zijn sommigen onder u die niet geloven (6 : 64, 65). We horen Hem dan ook zeggen: want dit is de wil mijns Vaders, dat een ieder, die den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben...
(6 : 40). Tegelijk wordt juist in dit Johannesevangelie meer dan ergens anders gesproken over het zenden van de Geest (14 : 15-31; 16: 5-15).
De samenhang tussen Geest en leven was ook voor de jood Paulus zonder meer duidelijk (1 Cor. 15 : 35-49).
Deze samenhang zullen we niet mogen vergeten als we de komst van de Geest in Hand. 2 beschreven zien.
De verzuchting van Mozes, de profetieën van Joël en anderen monden voorlopig uit in wat wij nu hèt Pinksterfeest noemen.
Door het Woord van de Geest (een kracht Gods tot behoud, Rom. 1 : 16) worden joden en joden genoten bewogen tot het geloof in Jezus als de Messias. En, zoals Jezus zei: wie in Mij gelooft, zal leven - ook al ware hij gestorven (Joh. 11 : 25).