Antwoorden op vragen van vandaag

1978-05-12
  • Jaargang 22
  • nummer 19
Stenen op de weg
Vorige week vrijdag waren mijn vrouwen ik als deelnemers aan een groepsreis naar Israël in de christelijke nederzetting Nes Ammim. Daar werd ons verteld dat, voordat in 1965 met de werkzaamheden kolt worden begonnen, een zwitsers echtpaar een jaar lang niets anders heeft gedaan dan het land vrijmaken van stenen.
Als je door Israël reist zie je overal stenen, grote en kleine, en dan wordt de beeldspraak uit Psalm 91 opeens veel duidelijker: Gods engelen zullen ons bewaren op onze wegen, ze zullen ons dragen op de handen opdat wij onze voet niet stoten aan een steen.
Met name in de woestijn Sinaï is het vol met stenen. Wie denkt in de woestijn heerlijk met blote voeten in het zand te kunnen wandelen vergist zich.
Stenen en nog eens stenen. In die woestijn hebben de Israëlieten veertig jaren rondgezworven. In Openbaring 12 wordt ook gesproken van een woestijn. De vrouw, de gemeente van de Here Jezus, krijgt een plaats in de woestijn. Ook die woestijn bevat veel stenen, stenen waarover je kunt struikelen, stenen ook waar je af kunt vallen. En als het donker is in de woestijn heb je beslist een lamp vóór de voet nodig en een licht op je pad.
Zonder dat licht ontloop je de stenen beslist niet.
We gaan vandaag praten over jeugd en seksualiteit. Jongens en meisjes komen, als ze zich bewust gaan worden van hun seksuele gevoelens en verlangens, veel stenen tegen. Die stenen kunnen er "zo maar" liggen, ze kunnen ook naar hen toe worden gerold. De bedoeïenenkinderen in de woestijn zoeken elke dag naar stenen voor de verkoop. Misschien lukt het ons vandaag om enkele stenen ècht te zien, om de aard ervan vast te stellen èn op te ruimen.

De enquête
Vorig jaar werd onder catechisanten een enquête gehouden over seksualiteit.
De uitslagen zijn gepubliceerd in het boekje "jeu~ en seksualiteit". U kunt er kennis van nemen. We hebben de uitslagen niet voor ons zelf gehouden, dat is ook nooit de bedoeling geweest. De uitslagen hebben een functie gehad tijdens de besprekingen op de bijbelstudieweekends van vorig jaar.
In ons land werd in 1968 voor het eerst een uitgebreide enquête over seksualiteit onder jongeren gehouden (de zg. Margriet-enquête). In 1974 volgde de N.C.R.V.-enquête, eveneens onder jongeren. De door ons verzorgde enquête is de eerste enquête die is gehouden onder uitsluitend kerkelijke jongeren. Wel werd ongeveer zeven jaar geleden in de binnenverbandse kerken aan ongeveer 1200 jongelui een vragenlijst over seksualiteit toegestuurd; er werden echter slechts een klein aantal vragen gesteld, terwijl de uitslagen nooit zijn gepubliceerd. Ik wil er hier alleen dit van zeggen dat de situatie onder de jongeren "binnen verband"
weinig verschilt met die van onze jongelui. Inmiddels is de door ons samengestelde enquête ook gehouden onder 35 leden van Youth for Christ in de Bommelerwaard en de uitslag hiervan ligt eveneens ongeveer op dezelfde lijn.
Het is iets om dankbaar voor te zijn dat de enquête over seksualiteit mogelijk was en dat de jongeren spontaan tot invulling over gingen. Slechts 1% van de meisjes en 3% van de jongens verklaarden "helemaal geen zin" in het invullen te hebben, maar ze deden het toch.

·Weerstanden
Veel ouderen vinden het vreemd als open over seksuele vragen wordt gesproken, terwijl jongeren het juist op prijs stellen. Er zijn vorig jaar zelfs ambtsdragers geweest die bezwaar maakten tegen het houden van de enquête. Vooral de openhartige vragen over het seksueel gedrag van de jongelui riepen weerstanden op, maar inmiddels is duidelijk gebleken dat dat seksueel gedrag er wel is.
Anderszijds zijn juist door die openhartige vragen veel jongens en meisjes aan het denken gezet en hebben zij zich afgevraagd of hun seksueel gedrag wel juist is. Waarom vinden ouderen het vreemd als er open wordt gesproken over vrijen en geslachtsgemeenschap, over homofilie en zelfbevrediging?
Het zal ongetwijfeld een gevolg zijn van de geheimzinnigheid die eeuwenlang rondom de seksualiteit is opgebouwd, hoewel er blijkbaar geen bezwaren bestonden om de seksualiteit praktisch te beleven.
Maar hoe zullen ouderen die zó denken ooit een antwoord kunnen geven op vragen van jongeren. Hoe zullen ambtsdragers zó pastoraal kunnen bezig zijn in de gemeente? Paulus durfde het in ieder geval wel aan om in een brief die door alle gemeenteleden van Corinthe kon worden gelezen enkele misstanden op seksueel gebied duidelijk aan de orde te stellen. Een les voor vandaag.
Tijdens de bijbelstudieweekends van vorig jaar heb ik er o.a, op gewezen dat het blijkbaar gemakkelijker is om uitvoerig te discussiëren over de verschillen in geaardheid van man en
vrouw, over passief en actief vrouwenkiesrecht in de kerk dan te spreken over de concrete problemen die de man als man, de jongen als jongen, de vrouw als vrouwen het meisje als meisje dagelijks in zijn en haar leven ontmoet. Het kan belangrijk zijn om te spreken over "de vrouw in het ambt", maar het is zeker zo belangrijk om aandacht te besteden aan het feit dat veel vrouwen in het huwelijk vrijwel geen seksuele bevrediging vinden. Dat laatste feit raakt direct haar mens-zijn als vrouw. Het kan goed zijn om het aan jongens in de kerk voor te houden dat ze moeten omzien naar een meisje dat de Here vreest, maar het is van even groot belang dat die jongen ook iets hoort of leest over wat hij met zijn eigen lichaam áán moet als hij in de puberteit komt. Dat laatste raakt direct zijn mens-zijn als jongen.

Spreken over seksualiteit
Kerkmensen praten gemakkelijk over concrete seksuele zaken, ze dogmatiseren liever wat in het algemeen over hèt huwelijk, over huwelijkstrouw enz. Dit heeft wel tot gevolg dat jongelui als ze seksuele problemen hebben hulp zoeken bij vrienden of vriendinnen of een bureau waar men hen niet kent, als ze bij hun ouders niet terecht denken te kunnen, maar ze zullen vrijwel nooit naar de dominee of de ouderling gaan.
Ik kan mij voorstellen dat verschillende ouderen schrikken als ze de uitslagen over het seksueel gedrag van de jongens en meisjes onder ogen krijgen. Maar is het zo'n wonder dat een jongen en een meisje intiem gaan vrijen als ze nooit méér hebben gehoord dan dat ze geen geslachtsgemeenschap met elkaar mogen hebben voordat ze zijn getrouwd? De uitslagen van de enquête zijn een aanklacht aan het adres van de ouderen, van de oudere generatie die verstek heeft laten gaan. Praten over trouw in het huwelijk is ongetwijfeld gemakkelijker dan praten over een condoom, maar als we in de kerk zingen dat (oude berijming) de jongeling zijn pad rein bewaren moet (Psalm 119), dan zal die jongen wel moeten weten wat rein is en wat niet.
Ouderen - daar horen U en ik bij - kunnen vanuit hun eigen getrouwde positie zo grenzeloos onbarmhartig zijn in het benaderen van jongelui die b.v. verkering hebben. Ze vergeten zo vaak dat ook binnen de grenzen van het huwelijk veel seksuele zonden èn noden zijn. Laten ouders daar eens met hun kinderen over praten.
Het doopsformulier zegt dat onze kinderen "in zonde ontvangen en geboren zijn" en wij voegen daar dan terecht aan toe dat dat niet betekent dat de geslachtsgemeenschap zondig is, maar het is tevens goed om te bedenken dat menig kind in zonde is verwekt.
Op blz. 76 en 77 van het boekje zijn een aantal vragen opgenomen over de persoonlijke beleving van de seksualiteit. Van de jongens verklaarde 50% wel eens een seksfilm te hebben gezien. Hoeveel ouders zullen dat weten? Betekent dat nu dat die jongens een stel stiekeme lui zijn?
Daar geloof ik niets van. De vraag is of de ouders van deze jongens wel een klimaat hebben geschapen waarin eerlijk en open kon worden gesproken.
Van de jongens raakt 31% gemakkelijk seksueel opgewonden, van de meisjes 22%. Betekent dat nu dat de jongens méér in zijn voor seks dan de meisjes? Dat kan, maar het hoeft niet. Maar áls het zo is, is het goed te bedenken dat de lichaamsbouw van een jongen het ook wel erg gemakkelijk maakt om opgewonden te raken.
Vindt U het gek dat 44% van de jongens graag naar naaktfoto's kijkt? Kom, niet zo preuts. Kijkt U zelf altijd de andere kant op als U een bioscoop passeert? Vindt U het vreemd dat 22% van de jongens dagelijks aan seks denkt? Bedenk dan eens dat dat niet zo vreemd is in een wereld waarin seks wordt aangepraat en opgedrongen.

Het lied van Katootje
Het zal een jaar of tien, elf geleden zijn dat de cabaretier Wim Sonneveld voor de televisie zijn liedje over Katootje voor het eerst zong. Katootje ging naar de botermarkt en ze kon maken wat ze wou. Ze maakte eerst een dominee die zong "in de karke, in de karke". Misschien was het de bedoeling de dominees wat belachelijk te maken, want déze dominee stond er in zijn zwarte pak maar wat opvallend bij. Maar die dominee deed wel z'n best. Hij was een echte pastor.
Want toen Katootje nog meer mensen maakte bleef hij zingen "in de karke", Er kwam o.a. een wafelvrouw die al haar wafels kwijt wou en riep "kom maar binnen, kom maar binnen". Er kwam een kastelein die geld wilde hebben voor elke borrel die hij schonk: "eerst betalen, eerst betalen".
Er kwam een toverheks met een haarscherpe tong waardoor ze de mensen de stuipen op het lijf joeg, terwijl de barones zong "in de suite, in de suite". De lichtmatroos maakte het wat, bont door te zingen "mooie benen, mooie benen", terwijl de dikke meid het had over "lekker zoenen, lekker zoenen", wat haar met die lichtmatroos best zal zijn gelukt. En die dominee maar zingen "in de karke, in de karke". Hij wilde ze allemaal er bij hebben en er bij houden en in de kerk zal hij ongetwijfeld een goed woord hebben gesproken, gelet op de concrete situatie waarin zijn wonderlijk samengestelde gemeente verkeerde.
'k Geloof dat we van die dominee wat kunnen leren. Misschien was die gemeente van hem wel een voorbeeld van de gemiddelde gemeente van de Here Jezus. Die kastelein zouden we misschien wel liever buiten de deur houden. maar al die keurige zakenmensen dan die toch ook betaald willen worden voor de door hen verkochte artikelen of de door hen verleende diensten? Een heks in de kerk, nee dat gaat niet, maar mensen met boze tongen zijn er wel, denk maar aan wat Jakobus daarover schrijft in zijn brief. Een lichtmatroos die "mooie benen" zingt? Och, de jongens in de kerk kijken heus wel eens naar de benen van de meisjes en nog wel naar wat meer ook en dan hebben we het nog niet over de meisjes in de kerk die de jongens graag willen zoenen en misschien ook nog wel wat meer willen.
De mensen in de kerk zijn altijd mensen, mensen die wel naar Gods beeld zijn gemaakt maar die verlangens hebben (soms zondige), die vaak dezelfde dingen doen en laten als de mensen buiten de kerk. De dominee kan zijn domineespakje proberen aan te houden, de ambtsdragers kunnen hun ambtelijk vestje proberen aan te houden, ouders kunnen een extra vroom gezicht zetten en denken dat ze beter zijn dan een ander. Maar wie zich zo wil verbergen, kan niets betekenen voor een ander. De toneelspelers in de kerk - waarschijnlijk is hun aantal groot - zullen eerst uit hun rol moeten vallen, voordat ze een goed woord kunnen spreken tot een mens in nood.
Jezus heeft nooit toneel gespeeld. Hij roept hoeren en tollenaars en wil een vriend van hen zijn. Hij zoekt de eenzamen, Hij vindt de verdwaalden, Hij duwt niemand weg, Hij kent de Zijnen (2 Tim. 2 : 19), Hij vertroost en bemoedigt en vergeeft en ziet naar ze om. En in die houding kon Hij gesprekken voeren, kon Hij luisteren, kon Hij soms heel lang luisteren, niet maar naar sommigen maar naar allen.

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief