Het beloofde land
1978-05-12
Als je aan de Jordaan bij de Allenby Bridge staat, sta je dichtbij de plaats waar de geschiedenis uit Jozua 3 zich heeft afgespeeld. In deze buurt zijn de Israëlieten de Jordaan overgestoken, het beloofde land ingegaan. Jaren heeft het volk van God gezworven, in de Sinaï-woestijn, in de Negeb-woestijn; ze zijn om de Dode Zee heen getrokken, hebben het gebied daar veroverd en zó zijn ze tenslotte gekomen bij de Nebo, ten Oosten van de Jordaan en tegenover Jerioho dat ten Westen van de Jordaan ligt.- Jaargang 22
- nummer 19
Het beloofde land. <, Ook het belovende land. Het land dat door God was beloofd, maar ook het land dat veel beloofde. De mensen hadden er verwachting van. En dat mocht ook. Jaren tevoren immers hadden de verspieders (Num. 13) gesproken over een land dat "vloeit van melk en honig", een land met vruchten.
En nu staan ze aan de Jordaan, geen brede rivier maar toch ook geen sloot waar je zo maar over heen springt. En het volk weet dus dat er wat bijzonders gebeuren moet, want bruggenbouwers zijn er nog niet. Er zal wat gebeuren, maar eerst moeten ze afscheid nemen van Mozes. Hij zal het beloofde land wèl zien, vanaf de Nebo, maar er niet in komen. En zo gebeurt het. Mozes gaat de Nebo op en komt niet terug. Hij sterft er en wordt door God Zelf begraven. Zijn graf is nooit gevonden, maar goed ook want graven mogen dan voor het toerisme aantrekkelijk zijn om te bezoeken, voor God hebben ze niet méér betekenis dan dat ze straks weer zullen opengaan, op de jongste dag als Jezus terugkomt. Met de Nebo achter zich gaat het volk op weg.
"…de Jordaan nu was geheel buiten zijn oevers getreden gedurende de ganse oogsttijd - het water, dat van boven afkwam, bleef staan; het rees op als een dam, zeeg weg bij Adam, de stad die bezijden Zarethan ligt, terwijl het water dat afvloeide naar de zee der Vlakte, de Zoutzee, volkomen werd afgesneden".
Over een brede strook ligt de Jordaan droog zodat Gods volk Gods weg kan gaan. Zoals eens toen het volk Egypte verliet.
"Waarom, O zee, liet gij vluchtend ruim baan?
Wat overkwam toch uw waatren, Jordaan,
dat zij zich eensklaps scheidden?"
Waarom?
Daarom:
"Beef dan, gij aarde, voor Israëls Heer,
krimp voor zijn aanschijn en buig u temeer,
laat u door God bedwingen..."
(Ps. 114: 3 en 4)
Beef dan, gij allen die Israël bezoekt.
Want bier, aan de Jordaan, heeft God wat groots
verricht.
Een stuk geschiedenis, zeker, maar óók een stuk verbondsgeschiedenis,zo de Nebo zien en kijken naar de Allenby Bridge is goed.
Om terug te zien.
En vooruit te zien.
Het beloofde land tóen en het beloofde land stráks.
Leg Jozua 3 eens naast Openbaring 21.
"Er is een land van louter licht
waar heilgen heersers zijn.
Nooit gaat de gouden dag daar dicht
in duisternis of pijn.
Daar is het altijd lentetijd,
in bloei staat elke plant.
Alleen de smalle doodszee scheidt
ons van dat zalig land.
Men ziet het veld aan d'overkant
in groene luister staan,
als Israël 't beloofde land
zag over de Jordaan.
Maar ach de stervelingen staan
hier huiverend terzij,
en durven niet op weg te gaan,
het duister niet voorbij.
Hing niet het wolkendek zo zwart
van twijfel om ons heen,
wij zouden 't land van ons hart,
dat 't hemels licht bescheen.
God, laat ons staan als Mozes hier
hoog in uw zonneschijn,
en geen Jordaan, geen doodsrivier
zal scheiding voor ons zijn."
(Lied 290)