Een feestelijke vergadering
1978-05-19
Pinksterfeest - vergane glorie?- Jaargang 22
- nummer 20
Het spectaculaire pinksterfeest van Hand. 2 schijnt al snel ondergegaan' te zijn in het alledaagse - er wordt nadien nauwelijks meer naar verwezen in de bijbel. Toch is het niet meer dan schijn. In een Jeruzalem dat volgepakt was met Joden en Jodengenoten uit alle mogelijke landen en streken, werden de eerste dag de beste 3000 mensen tot geloof gebracht. Tot het geloof dat God "deze Jezus" èn tot Heer èn tot Messias heeft gemaakt. Het sanhedrin dacht dat ze inmiddels van Hem áf waren - Israël vierde onbekommerd zijn wekenfeest. Maar ze verigsten zich: het lieve leven begon pas. Zelfs priesters gingen in Jezus geloven ...
In de brieven van het N.T., ook in de brief aan de Hebreeën, gaat het om het... geloof. Om de belijdenis, dagelijks, en de beleving van het geloof: Jezus is de Heer, de Messias.
Waren er in die van oorsprong joods-christelijke gemeente misschien mensen, die toen ter tijd in Jeruzalem gewoond hadden? In Lucas' opsomming worden immers ook vermeld: ..hier verblijvende Romeinen, beide Joden en Jodengenoten". Kende Rome niet van ouds zijn eigen joodse wijk? En was misschien door uit Jeruzalem teruggekeerde Romeinen het wonderlijke verhaal van "Gods grote werken door Jezus" in Rome verbreid en had dit zelfs daar geloof gevonden?
Roof van het geloof?
Geloof kent zijn eigen ups en downs, zijn zekerheid èn zijn twijfel. Er zijn de vragen van binnenuit: zou het allemaal wel waar zijn? en de druk van buitenaf: geen mens, ook geen gelovend mens, weet wat hem of haar te wachten staat. Je kunt door een wetenschappelijke opleiding in verwarring raken. Of door onverklaarbare gebeurtenissen om je heen, die "waaroms" oproepen als bij Job of in Ps. 22 en 73. 't Kan je meezitten in de wereld en je loopt het risico God niet meer nodig te hebben (denk je). Of alles zit je tegen - je mist de nodige capaciteiten, je bent niet hard genoeg, je bent of voelt je gehandicapt. En a;les heeft z'n terugslag, niet het minst op je geloof-(sbelijden).
De schrijver van de brief aan de Hebreeën praat niet om de ellende van de vervolging heen. Hij heeft begrip en respect. Zijn lezers hebben destijds de roof van hun bezittingen blijmoedig aanvaard (10 : 34), maar hij vreest, dat ze niettemin van hun gelóóf beroofd raken. Hij heeft begrip, maar zet daarom alles nog eens op een rijtje.
Angstwekkende majesteit
Daarom brengt hij (Hebr. 12 : 18-29) eerst de sluiting van het oude verbond ter sprake. Hij ziet Israël, na een barre woestijntocht, met het concentratiekamp Egypte amper achter zich, staan bij de Sinai. Angstwekkend: laaiend vuur, diepe duisternis op klaarlichte dag, stormwind - van een stofstorm die de hemel verduisterde.
't Was onverdraaglijk voor hen. Horen en zien verging hun. De sluiting van het verbond, de overhandiging van de tien verbondswoorden - ze hoorden het niet voor de zoveelste keer aan in een bank of op een stoel in een beschut kerkgebouw, compleet met orgel en pepermunt. Ze ondergingen het in een woestenij en stonden midden in een barre en bizarre, angstwekkende wereld, waar alle "natuurelementen", vuur en storm en donder en bliksem schenen losgebroken - zelfs Mozes sidderde van angst. Tot wat voor God waren ze nu toch genaderd?
Ging Hij tegen hèn zo te keer?
Moesten zelfs stomme beesten het ontgelden als ze tot Zijne Heiligheid naderden en te dichtbij kwamen? Dat was onverdraaglijk... hoe kon een mèns het daarbij uithouden?
Sprekende tekenen
Erger kon het haast niet, zou je zeggen. Maar een mens verkijkt zich gauw op de uiterlijke dingen. Kijk maar: dat oude verbond was al verouderd, een nieuw had zijn intree gedaan, heel wat minder spectaculair en (dus??) met minder risico. De berg Sinai is vervangen door de berg Sion. De discipelen verblijven in een bovenzaal in Jeruzalem. Er is het geluid van een geweldige stormwind en er zijn tongen als van vuur.
Maar niemand wordt omvergeblazen en niemand brandt er zijn vingers aan. En de donderende stem van God (Deut. 4 : 33; 5 : 24 v., Ex. 19 : 19) is vervangen door stemmen van Galileese vissers, en om hun vreemde.
stemmen kun je lachen: die kereltjes zijn nu al dronken - wat een pret op het wekenfeest in Jeruzalem...
Maar schijn bedriegt: gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur ... (als bij de Horeb), maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God...
Misschien waren sommigen uit Rome op dat wekenfeest in Jeruzalem geweest, indertijd.
Weinig opzienbarend vergeleken bij de Horeb? Maar het is nog altijd dezelfde, levende God (vgl. Deut. 1- : 32-40), een God die hoort en ziet, "met een sterke hand en een uitgestrekte arm", die zijn volk destijds uit Egypte verloste (Deut. 5 : 15). De levende God woont niet in een stad en een tempel met handen gemaakt: gij zijt genaderd tot ... het hemelse Jeruzalem. En vol en indrukwekkend dat het daar is: tot tienduizendtallen (myriaden) van engelen, zijn knechten die zijn volk omringen en bewaren, Ps. 91 : 11; 103 : 20. Maar niet alleen engelen: ... en tot een feestelijke (! niet: angstige) vergadering - ecclesia, gemeente - van eerstgeborenen, bevoorrechten die zijn ingeschreven (Ps. 87) in de hemelen ...
Sprekend bloed
Dát is de positie van wie door het geloof toegetreden zijn tot het nieuwe verbond. Van hen geldt nu: gij zijt mijn volk en Ik ben uw God, uw Heer en Beschermer - gij, een koninkrijk van priesters (Ex. 19 : 6), geroepen om deze levende God onder alle omstandigheden te dienen. Om mee te werken aan de vestiging van zijn koninkrijk in Rome en in heel de wereld.
Vervolging, beroving, verdrukking, levensgevaar? Maar: gij zijt genaderd... tot God, de Rechter over allen - Hij zal niet alleen recht spreken, maar ook recht doen!
Kijk maar: daar zijn ook de geesten (dat spreekt van leven!) der rechtvaardigen - een "grote wolk van getuigen", 12 : I?, die de volmaaktheid bereikt hebben! Wie kan zich daaraan meten, hoe kunnen die Hebreeë -ooit met "rechtvaardigen die het gehaald hebben" zich nog meten? Vergeleken bij de geloofsgetuigen van Hebr. 11 (van het oude verbond ... ) maak je toch geen enkele kans? Maar het laatste is het belangrijkste: gij zijt genaderd...
tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond) Mozes overtreffend, Ex. 32 : 32, 33), en tot het bloed der besprenging (vgl. Ex. 24 : 8), dat krachtiger spreekt dan Abel. Het bloed van Abel spréékt (Hebr. 11 : 4, vgl. Mt. 23 : 35) - roept het om wraak. Jezus bloed spreekt van vergeving, verzoening - door Hem kan je veilig naderen tot de levende God! Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, door vissers, door allerhande gewone mensen sinds Pinksteren, niet afwijst... en laten wij, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn...