Antwoorden op vragen van vandaag (2)

1978-05-19
  • Jaargang 22
  • nummer 20
Omzien naar elkaar
Als Kaïn zijn broer Abel heeft vermoord geeft hij God op diens vraag waar Abel is een brutaal antwoord: "Ben ik mijn broeders hoeder?" Ben ik mijn broeders hoeder? Wij, nette gereformeerde kerkmensen, stellen die vraag zó niet, maar in de praktijk zijn we vaak de hoeder, de herder, van onze broeder niet. Maar God ontfermt Zich als een vader over Zijn kinderen (Ps. 103: 13). Ontferming is bij God nooit iets oppervlakkigs.
In Christus ziet Hij ons niet alleen, maar ziet Hij ook naar ons om.
Dat is meer dan wat naar ons kijken. Zacharias heeft na de geboorte van zijn zoon van dat "omzien van God" gezongen (Luc. 1: 78) en hij verbindt dat omzien van God naar ons dan met Gods barmhartigheid en vergevingsgezindheid. En als Ezechiël Gods woorden doorgeeft waarin God Zichzelf tekent als de goede herder (34: 11 e.v.) lezen we: "Ik zál zelf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien ... ". En wat betekent dat dan concreet? Van alles: die schapen weiden, die schapen redden, ze doen neerleggen in grazige weiden. God ziet naar ons om, ziet naar mensen om, ziet naar allen om. En wij?
Laten we niet te vlug die vraag bevestigend beantwoorden, maar vraag U eens af of die homofiele man in de gemeente die al jaren met zijn identiteit in de knoop zit er al iets van heeft gemerkt. Hebt U al eens naar hem omgezien of loopt U liever een straatje, om? Hebt U zich al eens verdiept in zijn leefsituatie teneinde op die manier iets van zijn probleem en zijn vragen te gaan begrijpen? En die homofiele jongen die liever naar jongens dan naar meisjes kijkt? Hebt U hem iets méér te zeggen dan dat hij maar veel bidden moet en moet proberen met zijn handicap te leven? Hebt U al iets begrepen van zijn grote probleem om er voor uit te komen homofiel te zijn en dan meteen het gevaar te lopen te worden uitgescholden voor flikker? En dat meisjes dat op haar vijftiende jaar met een jongen naar bed ging en daar drie jaar later nog steeds niet overheen is maar het tegen niemand durft zeggen, maar blij is zich op het enquêteformulier te hebben kunnen uiten? Wat hebt U haar te zeggen? Dat ze verkeerd heeft gedaan, och dat weet ze ook wel. Méér niet?
Je broeders hoeder zijn. Dat betekent dat je situaties moet kennen, de eigenlijke vragen moet proberen te achterhalen. Het betekent dat je moet kunnen luisteren, dat je de tijd waarin wij leven goed moeten kennen en ga zo maar door. Het betekent ook dat je de vragen van vandaag niet te lijf kunt gaan met de antwoorden van vroeger. Als ouderen menen de vragen van jongeren te kunnen beantwoorden vanuit hun eigen jeugdervaringen dan zullen ze wel brokken maken. Clichéantwoorden zijn wel gemakkelijk. Denk maar aan de zetter die de cIiché's in het zetwerk schuift, pasklaar. Clichés gebruiken strijdt met het werkelijk omzien naar de ander. Het zijn dode klanken zonder werkelijke inhoud, alleen wat lawaai en verder niets. En jongeren kijken daar dwars doorheen èn terecht.
Omzien naar elkaar betekent dat je de wagen van Gods bevrijding in beweging zet of in beweging houdt in de tijd waarin wij leven. Als mensen, kinderen van God, onrustig zijn omdat ze geen rust kunnen vinden, omdat ze geen echte plaats hebben in de gemeente èn in het denken van kerkmensen, dan is dat niet best. Dan wordt allerlei gepraat over kerkelijke vragen één grote aanfluiting.
Jezus dogmatiseert niet maar bevrijdt. Hij wil bevrijden van onzekerheden, ook van de onzekerheden die veel jongelui hebben omtrent b.V. zelfbevrediging. Ook voor die ongeveer 40% van de jongelui die invulden niet te weten of zelfbevrediging zonde is of niet heeft Jezus wat te zeggen.
Maar laten ze dat dan ook hóren in Gods gemeente. Er liggen vragen die beantwoord moeten worden.

De vragen kennen
Om antwoorden te kunnen geven moet je wel de vragen kennen. In zijn boekje "Jeugd in een stervende eeuw"
heeft Ouweneel de opmerking gemaakt dat veel predikanten vandaag wèl de antwoorden weten maar niet de vragen. Dat is een doordenkertje. Ouweneel zegt hiermee dat veel predikanten vandaag hun woordje al klaar hebben voordat ze de vragen goed hebben gehoord. Zo'n opmerking is natuurlijk generaliserend, maar ik heb de neiging uit te spreken dat hiermee de bekende spijker op de bekende kop wordt geslagen. Maar ik voeg er direct aan toe dat dat niet alleen van predikanten geldt. Wat Ouweneel hier zegt geldt van heel veel ouderen die menen de antwoorden op vragen van jongeren in hun zak te hebben. Ik zei het al dat jongeren benaderen in deze tijd vanuit eigen jeugd ervaringen dertig of veertig jaar geleden een hachelijke zaak is. Het is zo iets als op een autosnelweg gaan rijden met een oude Ford die niet harder kan dan 50 km. Daar komen wel ongelukken van. Ouderen die zich zó opstellen veroorzaken kortsluiting. En dan is het contact tussen ouderen en jongeren verbroken. Dan kunnen er geen vragen meer worden beantwoord en moeten de jongelui het dus zelf maar uitzoeken.

De omstandigheden zijn vandaag anders dan vroeger. Ik ga daar niet over uitwijden. Eén ding wil ik noemen.
Jongeren zijn vandaag méér dan vroeger geneigd zelfstandig beslissingen te nemen. Toen ze een kind waren spraken ze als een kind, voelden ze als een kind en overlegden ze als een kind, maar nu ze groot zijn geworden, hebben ze afgelegd wat kinderlijk was. Het doormaken van dat proces zullen we de jongelui in rust moeten gunnen. Pubers en adolescenten hebben het vandaag niet gemakkelijk. Ze lijden aan de verdeeldheid van de kerk, ze lijden aan de verstarring van veel ouderen, ze lijden aan de praatjes van mensen op het werk of in de school, ze lijden aan het harde oordeel dat anderen vaak over hen hebben, ze lijden aan .
het feit dat de eigenlijke vragen van vandaag zo weinig aan de orde komen. Ze willen niet automatisch wandelen op de weg der vaderen en zijn er niet van overtuigd dat b.v. geslachtsgemeenschap binnen het huwelijk hoort als alleen maar wordt gezegd "dat het niet hoort" of "dat het niet netjes" is vóór die tijd. Met dergelijke kluitjes laat men zich niet meer het riet in sturen, Als ouderen vandaag niet de moeite nemen om achter de vragen te kijken,ontstaan er in de gemeente anoniemen, mensen die zich verbergen, mensen naar wie niet wordt omgezien.

Goede antwoorden gevraagd
Gods Woord is vandaag nog precies zo als vroeger. De vragen hebben vandaag een andere inhoud dan vroeger.
Dat betekent dat we de bijbelse antwoorden steeds weer zullen moeten blijven zoeken.
Vroeger waren er geen seksboetieks, nu wel. De meningen van mensen buiten de kerk waren vroeger anders dan nu en die veranderen nog steeds.
Dat wordt wel duidelijk nis je de uitslagen van de enquêtes van 1968 en 1974 vergelijkt. Meningen veranderen zelfs zeer snel en die verschuivingen in gedachten gaan aan kerkmensen niet voorbij. Ook niet aan de ouderen, ze grijpen ook gemakkelijker naar een condoom of de pil dan vroeger. Onze jongelui hoeven vandaag niet naar meningen van andersdenkenden te vragen, maar die worden aangepraat en opgedrongen.
Goede antwoorden kunnen alleen worden gegeven vanuit de vernieuwing van ons denken waarover wordt gesproken in Romeinen 12: 1 en 2.
Maar die vernieuwing moet wel doorgaan tot op de dag van vandaag toe. Antwoorden geven op vragen van vandaag is niet eenvoudig. Dat moet ons maar bescheiden maken.
Oude vertrouwde antwoorden moeten maar eens op de hoop gegooid en we moeten samen maar eens proberen tot nieuwe formuleringen te komen. Ik wil proberen dit iets concreter te maken.
Antwoorden geven op vragen van vandaag betekent o.a.:
niet dogmatiseren, maar concretiseren;
niet toespreken, maar aanspreken;
niet spreken tot, maar spreken met;
niet preken, maar praten;
niet wegtrappen, maar op de been helpen;
niet praten vanuit oude zekerheden, maar bereid zijn mèt onze jongens en meisjes eens onzeker te zijn teneinde zó samen te ontdekken dat zékere terug te vinden bij de Heiland; niet in het algemeen wat zeggen, maar genuanceerd nadenken; niet de ander bij de kraag pakken teneinde hem in jouw straatje te doen lopen, maar gaan lopen op de weg van de ander zoals Jezus dat deed met die mensen op de weg naar Emmaüs; niet dit, maar dat... vul het zelf maar verder in.
Dát is nu omzien naar elkaar vandaag in 1978. Daar is zelfverloochening voor nodig.
Daar is entlediging voor nodig, zoals in Fil. 2 staat dat Jezus Zich voor ons heeft ontledigt.
Dan pas zal er een werkelijke ontmoeting kunnen zijn met de ander. Ont-moeting, het móeten is er dan uit weg.

Een handreiking
Tijdens de weekends hebben we als G.L.J.C. getracht eerlijk en open met de jongelui te spreken over seksualiteit. Dat was niet altijd gemakkelijk.
We hebben getracht in het boekje "jeugd en seksualiteit" alle naar voren gekomen vragen aan de orde te stellen en een handreiking te doen aan allen die weer opnieuw willen gaan nadenken over seksuele vragen.
We pretenderen niet alle vragen te hebben beantwoord, we kennen ten dele, de zonde ontneemt ons de mogelijkheden álles te weten. Het is goed die begrenzing in de mogelijkheid van het antwoorden geven goed te zien. Ouderen en jongeren zijn samen op weg.
Tijdens het invullen van de enquête en tijdens de weekends zijn veel jongens en meisjes aan het denken gezet.
We hopen dat door het lezen van het boekje veel ouderen aan het denken zullen worden gezet.
Met Gods hulp kán ons denken worden vernieuwd.
In Opbouw heb ik in de afgelopen maanden wat artikelen geschreven over "jeugd en seksualiteit". De bedoeling was vast wat problemen naar voren te brengen. Uit reacties van ouderen heb ik gemerkt dat zij een aantal dingen voor onmogelijk hielden.
Ze waren verbaasd.
Dat kan geen kwaad.
Als het maar een christelijke verbazing is.
Een verbazing die aan het werk zet.
Waardoor we weer de herder van een ander kunnen zijn.
Laten we vandaag samen een poging gaan doen iets verder te komen.
Laten we het gaan doen in bescheidenheid, niet zo zeker van ons zelf, alleen maar zeker van God.
Laten we vooral ook niet te hard gaan lopen, het ontwijken van de stenen en het zien van de stenen is dan moeilijk. En struikelen wordt dan gemakkelijk, ook het struikelen over onze eigen woorden en opvattingen.
Laten we beseffen dat we zelf niet kunnen en niet willen.
Laten we het doen in het besef van Gods omzien naar ons en Hem zó vragen om wijsheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief