Amsterdam wordt geus (1)

1978-05-26
  • Jaargang 22
  • nummer 21
En Amsterdam?
Vrijwel elke Nederlander kent de namen van de steden, die in de geschiedenis van de grote Opstand tegen Spanje beroemd zijn geworden. Daar is allereerst Den Briel, want de 1ste april verloor Alva zijn bril en dat is het begin geweest van de snel om zich heen grijpende opstand van Holland en Zeeland. Binnen enkele maanden verklaren de meeste steden van Holland zich voor de Prins. In de daarop volgende poging van Alva om de opstand neer te slaan verdedigt Haarlem zich manmoedig doch tevergeefs.
Na een beleg van ruim een half jaar moet de stad, die zo zware bestormingen heldhaftig heeft afgeslagen, capituleren, maar door dit verzet heeft zij zich een naam door de eeuwen heen verworven. Voor Alkmaar echter stoot don Frederik, Alva's in de krijg zo succesvolle zoon, het hoofd. Hij moet zijn pogingen deze betrekkelijk kleine stad in het Noorderkwartier van Holland te overweldigen, opgeven. Zo begint van Alkmaar de victorie. Niet minder heldhaftig maar met meer succes dan te Haarlem is het verzet van Leiden, dat ondanks nijpende honger en het woeden van de pest, waardoor het bijna de helft van zijn burgers verliest, de blokkade van Valdez doorstaat. Het feest van Leidens ontzet wordt nog elk jaar de 3de oktober gevierd. En welke rechtgeaarde .Nederlander weet niet dat Leiden als beloning voor haar moedig gedrag de eerste Universiteitsstad van het vaderland is geworden? Maar Amsterdam?
Hoe staat het in deze tijd met Amsterdam? Is dat door de Spanjaard ongemoeid gelaten?
Is het wellicht voor hem van geen betekenis of soms ook te machtig, zodat hij niet het risico neemt zich er mee te meten? Betrekkelijk weinig Nederlanders zullen op deze vragen het antwoord weten. De betekenis van Amsterdam voor de opstand is weinig bekend, terwijl Amsterdam toch 'de hoofdstad van ons Koninkrijk is en het Nationale Monument op de Dam symboliseert dat hier het hart van Nederland klopt.
Hoe staat het er echter mee ten tijde van de Opstand tegen Spanje?

In het begin van de 13de eeuw nog een klein gehucht gelegen nabij het Slot van de Heren van Amstel, straks een kleine vissersplaats is het de snelst groeiende stad van Holland geworden, met name door het bedrijven van 'koophandel', waartoe het Privilege van tolvrijheid, in 1275 verleend.
aanmerkelijk heeft bijgedragen, tezamen met haar gunstige ligging aan het IJ. Zo kan Amsterdam in een brief van Hertog Filips van Bourgondië, in 1452 geschreven, reeds 'de voornaamste koopstad van Holland' genoemd worden. En met recht mocht zij zo heten, ook in de volgende eeuwen. Omstreeks de zeventiger jaren van de 16de eeuw telt zij vermoedelijk reeds een dertig duizend inwoners en liggen er soms 500 grote schepen op haar rede. Straks kan Vondel met een zinspeling op de keizerskroon, die de top siert van de toren van de Westerkerk, zonder al te grote overdrijving van haar zeggen dat zij 'als keizerin de kroon draagt van Europe'.

Gestrande Reformatie
Eén van de op het eerste gezicht vreemde dingen is dat de latere, maar toen toch reeds zo machtige, hoofdstad des lands de laatste stad van Holland is geweest die in de opstand tegen Spanje voor de vrijheid heeft gekozen. Niet dat de nieuwe tijd aan Amsterdam was voorbij gegaan.
Reeds vroeg worden er Reformatorische geluiden gehoord; zoals overal is er ernstige kritiek op de Roomse geestelijkheid; herhaaldelijk is er sprake van Lutherye. Klachten daarover klinken op in het Roomse kamp en worden gebracht naar de landsregering te Brussel, maar de stedelijke overheid is tolerant, ondanks aandrang tot scherper optreden vanuit Brussel. De schout Jan Huybrechtsz., die de placcaten tegen de ketters heeft uit te voeren is zelf de nieuwe leer toegedaan, zoals ook enkele leden van de vroedschap algemeen voor aanhangers daarvan worden gehouden. Schout en Burgemeesters kerken bij de Hervormingsgezinde mr Jan de Haas, de verzorger van het Leprozenhuis.') Slechts node wordt in enkele gevallen uitvoering gegeven aan de placcaten, maar de straffen zijn betrekkelijk licht, doden vallen er niet.
Het optreden van de Wederdopers brengt echter een radicale verandering in deze betrekkelijk gunstige gang van zaken. In de nacht van 10 op 11 februari heeft de naaktloperij plaats onder het geroep 'Wee, wee, de wrake Gods, de wrake Gods, de wrake Gods'. Alle deelnemers worden, op één vrouw na, gegrepen. Na hun verhoor bood men hun kleren aan, doch zij weigerden die aan te trekken 'schoon 't in February, en gevolgelyk niet warm was', deelt Wagenaar ons mee. Ze zeiden: De waarheid is naakt. Overal in de stad werden
den nu huiszoekingen gedaan en meerdere Wederdopers werden gevat.
Beulshanden bezorgden hun een gruwelijk einde. In de stad heerst echter een sfeer van duistere, chiliastische dreiging. Deze komt tot uitbarsting als een kleine groep van Wederdopers in de nacht van de lOde mei een aanslag onderneemt op het Stadhuis, die echter mislukt. Sindsdien stelt de Overheid te Amsterdam zich scherper tegen de Hervormingsgezinden op, met name ook de vreedzame Dopersen moeten het ontgelden. Sinds deze gebeurtenissen komen er ook principiële Roomsgezinden in de regering van de stad: een kleine groep van meest onderling verwante families, die kans ziet alle andersdenkende te weren en zo een veertigtal jaren het heft in handen te houden.

In het laatste van deze jaren komt echter het Calvinisme in de Nederlanden, dat in korte tijd aanhang wint onder alle lagen van de bevolking en vooral brede scharen van de Wederdopers tot zich trekt. Ook in Amsterdam verkrijgt het vaste voet. ln een zijstraatje van de Nieuwendijk verklaart de daar wonende predikant Pieter Gabriël voor een kleine kring van toehoorders de Heidelbergse Catechismus en vormt zo de kern van een gemeente! De bekende mandenmaker van Alkmaar Jan Arendsz. houdt ook somstijds verblijf in de stad. Hij is het die mee overlegd tot het houden van hagepreken in Holland, waarbij hij zelf meermalen voorgaat.
Uren achtereen hangen daarbij duizenden aan de lippen van deze eenvoudige, maar in de Schrift doorknede man. Op 31 juli 1566 houdthij zo'n preek in de buitenlucht vlak buiten de muren van Amsterdam.
Dan komt plots de Beeldenstorm.
Zij raast over het gehele land, ook Amsterdam wordt niet gespaard. Op de 25ste augustus moet de Oude Kerk er aan geloven. De leiders van de Gereformeerden houden zich demonstratief afzijdig, maar het volk is in beweging gekomen. In september treft de Nieuwe Kerk hetzelfde lot als een maand geleden de Oude. Ook het Karthuizer klooster, vlak buiten de Haarlemmerpoort, wordt voorwerp van vernieling. Onder de indruk van deze volksbeweging komt de Overheid van de stad de Gereformeerden tegemoet. De schrik verlamt haar.
De Calvinisten, die eerst slechts buiten de stad mochten samenkomen, krijgen nu verlof om in de stad zelf te vergaderen. De pas geplunderde Minderbroederskerk wordt hun toegewezen. Hier wordt op 15 december het Heilig Avondmaal gevierd, waaraan een duizend personen deelnemen. Een bewijs, hoezeer het Calvinisme in Amsterdam wortel had geschoten. De gemeente wordt sinds de maand augustus door drie predikanten verzorgd, waaronder Jan Arendsz.
en de geleerde Pieter Gabriël, die we reeds ontmoetten. Beiden hebben in 1571 de Synode te Emden bijgewoond, zeggen geschiedschrijvers, maar op de lijst van ondertekenaars van de Acta komt alleen de laatste voor. Wel heeft Jan Arendsz. tijdelijk te Emden vertoefd. Het lijkt in Amsterdam met de Reformatie voorspoedig te gaan. Begin '77 komt zelfs de grote Geus, Brederode, in de stad. Hij wordt door de burgemeesters benoemd tot 'kapitein over de krijgshandel'.

Maar de Beeldenstorm blijkt toch fatale consequenties te hebben. De Roomse tegenkrachten komen, hoogst verbolgen, in het geweer. In de Zuidelijke Nederlanden treden de regeringstroepen krachtig op en Filips stuurt de hertog van Alva met een leger uitgelezen keurtroepen via Italië naar de opstandige Gewesten. De hoge edelen als Egmond kiezen eieren voor hun geld en onttrekken hun steun aan de strijd voor de vrijheid, de prins van Oranje neemt de wijk naar de Dillenburg en een honderd duizend burgers vluchten als hij uit het land. Brederode ziet er nu ook geen brood meer in en verlaat Amsterdam, evenals vele vooraanstaande kooplieden.
En dan worden de rollen omgekeerd. In mei wordt een garnizoen in de stad gelegd. De schutters, waarop de Roomse Overheid niet kan vertrouwen, worden ontwapend en de inquisitie begint haar bloedig werk van een geordende gereformeerde kerk is geen sprake meer, want ook de predikanten nemen de wijk. Alle leiding ontvalt haar. Zeer gedund bestaat zij slechts ondergronds voort, van alle ambtelijke leiding beroofd.
De uitoefening van enig andere godsdienst dan de Roomse wordt verboden, de kerken worden weer van beelden en altaren voorzien. Amsterdam schijnt voor de Reformatie verloren!

Noot
1) Dr R. B. Evenhuis, Ook dat was Amsterdam I.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief