Heeft de Bijbel dan toch gelijk? (slot)

1978-05-26
  • Jaargang 22
  • nummer 21
In de eerste verzen van Genesis staat, dat God "het uitspansel", ook "hemel" genaamd, als een grens stelde tussen wateren en wateren. Er waren wateren boven de hemel - er waren ook wateren beneden de hemel. Merkwaardig. Bij de wetgeving aan Mozes, het tweede gebod, is van de eerste wateren geen sprake meer. Zijn ze verdwenen? We krijgen de indruk. In plaats daarvan is nu sprake van wateren beneden het aardniveau.

Hebt u zich weleens afgevraagd, wat die wateren in Genesis 1 : 6-8 inhielden?
Petrus noemde ze ook (11, 3 : 5, 6): de aarde zou uit en door water bestaan. Dat sluit anders wel aan bij Genesis 1 : 2 (waar de aarde een vloed genoemd wordt) en Genesis 1 : 9, 10 (waar het land boven het water uit werd geroepen). Vroeger leerden wij: het gaat hier om het oude wereldbeeld, dat Ptolemaus en anderen zich hadden gevormd: de aarde zou als een grote pannenkoek drijven in een onmetelijke hoeveelheid water. Vé.D dat wereldbeeld scheen ook David uit te gaan als hij deze aarde zag liggen "van zee tot zee"; sprak van de "einden der aarde" (Ps. 72 : 8, 97 : 1); en wat buiten de horizon lag "de eilandbewoners" noemde. Met dit "oude wereldbeeld" werd nog in deze eeuw gewerkt; u leze eens het boek van Kl. Dijkstra, "Pleidooi voor een platte aarde".

Dr Ouweneel ziet het Bijbelse zondvloedverhaal als de oplossing van de vragen rondorn de wateren boven en onder de hemel. Bij de zondvloed, zegt hij, zijn de watermassa's die, lichter dan lucht, in dampvorm boven de atmosfeer hebben gehangen, neergekomen, Wanneer het veertig etmalen zeer hard regende kan dat alleen door het loskomen van enorme waterreserves. En wanneer dan tegelijk de fonteinen van de afgronden geopend werden, kwam er een totale watermassa op het aardoppervlak, die de toppen van het droge rijkelijk te boven ging. Na dien is geen sprake meer geweest van "wateren büven de hemel" - alleen van de beperkte kringloop van regen, wassende rivieren, verdamping, wolken, nieuwe regen enzovoort. Het verdwijnen van de waterdampdeken boven de hemelen schiep, zegt dr Ouweneel, de klimaatswijziging, welke felle zonneschijn, felle koude, winden en... de regenboog veroorzaakte.

En waar zouden al die wateren ns de zondvloed gebleven zijn? De schrijver meent: die zijn in de oceanen opgenomen, doordat de zeebodem aanzienlijk neerzonk. Zoals u weet kan de zee tot ruim 10 km diep zijn. Het dalen van de zeebodem, door veranderingen in het inwendige van de aarde, houdt dan verband met het oprijzen van de bergen, tengevolge van dezelfde catastrofale wijzigingen in de aarde. Zoals u weet kunnen bergen thans een hoogte van bijna' 10 km bereiken. De schrijver meent, dat bij vroeger lagere bergtoppen en ondieper zeeën de idee van een wereldwijde zondvloed, zoals de Bijbel beschrijft, althans üp het punt van de totale watervoorraden aannemelijk müet heten. Dat de bergen vroeger aanzienlijk lager zijn geweest dan nu is evident: tot üp grote hoogte komen restanten van zeeleven voor. En zijn de bergen aanzienlijk hoger geworden, dan "ho" dat alleen, doordat de zeeën aanzienlijk dieper zijn geworden.

Het belangrijkste bewijs voor deze theorie ligt in de zogenaamde restanten van Noach’s ark. NBe Schriftkritiek ten spijt is de eeuwen door volgehouden door ooggetuigen: dat op een berg, dicht bij de Russisch-Turkse grens, op
vierduizend meter hoogte de restanten van een enorm groot sdilip worden aangetroffen. Nu hebben de meeste volkeren QP aarde wel een overgeleverd zondvloedverhaal. waarbij hun voorouders, als enige overlevenden van een natuurramp, uit een schip zijn gekomen en een nieuw mensengeslacht hebben opgezet. Alleen: elk volk doet dit verhaal in eigen omgeving spelen en geen volk kan restanten van een schip aanwijzen. Maar de restanten van een schip (van ver over de honderd meter lengte) QP de berg Ararat komen overeen met de Bijbelse gegevens, zelfs inzake de verdiepingen en het uitwendig en inwendig prepareren van hout. Dr Ouweneel gaat uit van de juistheid van de beweringen rondom de ark en citeert uit vele en betrouwbaar schijnende rapporten en foto's,
Dat er in de wereldgeschiedenis eenmaal een enorme catastrofe is voorgekomen, kunt u met een half oog QP de wereldkaart zien: waar niet alleen Europa en Groot-Brittanië, via de Doggersbank, een eenheid moeten hebben gevormd; maar waar gehele werelddelen, blijkens vrij goed aansluitende grenslijnen, een eenheid moeten hebben gevormd. Hetgeen door overeenkomsten in gesteenten, flora en fauna, bevestigd wordt.


Wat voor catastrofe? De schrijver neemt een verstandig, christelijk-wetenschappelijk standpunt in. Hij weet dat God over elementen en onbeperkte krachten "beschikt". Hij gelooft dat God voor een zondvloed voldoende wateren "uit het niet" kan scheppen en dus in het niet kan doen verdwijnen.
Maar hij meent dat aan een wonder pas moet worden gedacht, wanneer de natuurlijke mogelijkheden ontoereikend schijnen te zijn. En hij ziet de natuurlijke mogelijkheden volop aanwezig. Een catastrofe in het inwendige der aarde, een chemische of natuurkundige kettingreactie, die onder massale vuurverschijnselen onbegrensde hoeveelheden gloeiende gassen uitbraakt, gassen die vloeibaar werden, na afkoeling stolden en versteenden en zich in lagen afzetten. .. al deze dingen liggen voigens de schrijver binnen de mogelijkheden, zelfs binnen de aannemelijke waarschijnlijkheden.

In het voorbijgaan merken we QP, dat dr Ouweneel met zijn standpunt de "miljoenen wordingsjaren" van de evolutionisten afwijst. Hij stelt dat het bewegende hete bodemslik zich in korte tijd in "aardlagen" kan hebben afgezet, inclusief de aanwezige levende have, in volgorde van zijn ondergang, Zowel fossielen als aardlagen zouden een verbluffend eenvoudige en verbluffend snelle geboorte hebben gehad. De methode om de ouderdom van gesteenten te bepalen door middel van radioactieve koolstof, zou bovendien volkomen onbetrouwbaar zijn gebleken; bijzonder wanneer door de aanvankelijke wateren boven de hemelen een gans ander klimaat en andere koolstofverhoudingen zouden hebben geheerst.

Het is allemaal haast te simpel om waar te zijn. Toegegeven moet echter worden, dat de schrijver met zijn dapper volgehouden theorieën dicht bij het Bijbelse zondvloedverhaal blijft. Daarbij laat hij weinig heel van wat de wetenschap tot dusver als "vaststaand" accepteerde. Ja, hij aanvaardt gaarne de thans nog in leven gebleken dieren, die wetenschappelijk lang uitgestorven behoorden te zijn. Hij noemt de coelacanth en de monsters van Loch Ness, waarvoor wij u wel naar onze antikelen van oktober 1976 mogen verwijzen.


Wij geven u deze dingen door, niet omdat wij er volkomen door overtuigd zijn, maar omdat zulk een boek niet doodgezwegen mag worden. U moet zO' iets zelf lezen. En leest u meteen ook Dijkstra's "Pleidooi voor een platte aarde" maar eens, als u het nog krijgen kunt. Toch is er een ding van het eerste boek te zeggen, dat het laatste mist. In het nieuwe testament word herhaaldelijk naar de zondvloed verwezen. Niet als legende maar als waarschuwende geschiedenis. De mensheid gedraagt zich vandaag als in de dagen van Noach: materialistisch levend, zich niet bekreunend orn de geboden Gods en volstrekt niet onder de indruk van de waarschuwende tekenen der tijden. Terwijl alles er op wijst, dat de tijden "vol'-zijn en dat alleen vanwege Gods lankmoedigheid het eindgericht uitgesteld wordt,
Wanneer de evolutionisten gelijk zouden hebben dat de wordingsgeschiedents van deze wereld vele miljoenen jaren heeft geduurd, dan ligt het in de rede dat ook de afloop van deze wereldgeschiedenis nog miljoenen jaren kan duren.

En dat de komst van onze Heiland nog miljoenen jaren zou kunnen duren.
Het sympathiekste uit het jeugdige, dappere boek van dr Ouweneel is: dat zijn opstelling van Bijbelse gegevens ons sterkt in de hoop dar wij zeer spoedig onze Heiland op de wolken mogen verwachten. Wanneer de wereldgeschiedenis niet ouder dan ongeveer zevenduizend jaar zou zijn, behoeft de rijping van deze (trouwens overrijpe) wereld niet zo lang meer te duren. In de laatste vijftig jaar heeft de wetenschap vele malen meer ontdekt dan in de voorafgaande 7000 jaren, De grondstoffen zijn binnen afzienbare tijd uitgeput. De kennis van Gods spreken en werken is verspreid tot de einden der aarde. Die vuil is kan de kennis van Gods geboden niet meer loochenen. Die rein is houde de strijd nog even vol. Maranatha.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief