De unieke positie van ons kerkverband

1978-06-02
  • Jaargang 22
  • nummer 22
"Buitenverbanders bezig met nieuwe kerkorde". Zo luidt de kop boven het verslag van de eerste zittingsdag van de Landelijke Vergadering te Wezep in Trouw van 8 februari jl.
Bij het lezen van dit verslag plaatste ik in gedachten een vraagteken achter de kop boven het verslag: "Buitenverbanders bezig met nieuwe kerkorde?" Ik geloof dat de 'verslaggever hiermee onbewust de belangrijkste vraag voor onze Landelijke Vergadering opwerpt. Onbewust, want reeds in de eerste alinea van het verslag geeft hij het antwoord O'p deze vermeende vraag, wanneer hij de Landelijke Vergadering vergelijkt met een synode in andere kerkformaties en de afgevaardigde regio's een andere benaming voor classes noemt.
Het is duidelijk dat de verslaggever niet begrepen heeft welke belangrijke vraag de kop boven zijn verslag bevatte. Ernstiger is echter de vraag of wij het belang ervan wel onderkennen.
Laten we de vraag nog eens onder de loep nemen: "Buitenverbanders bezig met nieuwe kerkorde?" Sinds de scheuring binnen de vrijgemaakte kerken kennen onze kerken geen gereglementeerde kerkenorde meer. In die zin kunnen we dus inderdaad zeggen dat we thans bezig zijn met een nieuwe kerkenorde. Gaan we daarentegen uit van ons huidige kerkverband dat, in tegenstelling tot alle andere gereformeerde kerkverbanden, gedurende zo’n 10 jaar geen kerkenorde meer kent, dan is geen sprake van een zoeken naar een nieuwe kerkenorde, maar slechts van een terugkeren naar een dergelijke gereglementeerde orde. Vandaar de vraag: "Zijn we werkelijk bezig met een nieuwe kerkenorde?"
Ons huidig kerkelijk samenleven wordt dus niet geregeld door een kerken orde. Desondanks is er heel duidelijk wel sprake van een kerkverband. Het lijkt me nodig "bewijzen" hiervoor aan te dragen. De intensieve contacten tussen de verschillende zustergemeenten, de gezamenlijke kerkboden, Opbouw en ook de regionale en landelijke vergaderingen wijzen erop. Er is heel duidelijk sprake van een verband van gemeenten, die zich verbonden weten in Christus, hun Hoofd, en dáárom elkaar zoeken èn vinden waar dat gewenst of nodig is. De afgelopen periode heeft echter ook aangetoond dat die band in Christus niet uitsluit dat de afzonderlijke gemeenten ieder afzonderlijk op eigen wijze bezig kunnen zijn met die vragen, die binnen de eigen gemeente in de eigen plaatselijke situatie leven.
In het gezamenlijk beleven en uitdragen van de gemeenschappelijke belijdenis ligt het geheimenis en het doel van Christus' gemeente op aarde. Het is deze gemeenschappelijke belijdenis die de band bepaalt- tussen de afzonderlijke plaatselijke gemeenten. En het is het beleven en uitdragen van die belijdenis op de eigen wijze en in de eigen situatie, die binnen deze band de vrijheid van de afzonderlijke plaatselijke gemeenten bepaalt.
Het is mijn overtuiging dat ons huidige kerkverband recht doet èn aan deze gemeenschappelijke band èn aan de vrijheid van de afzonderlijke plaatselijke gemeenten. Vandaar de ernst van de vraag: "Zijn wij bezig met een nieuwe kerkenorde of zijn wij bezig het binnen de gereformeerde kerken unieke kerkverband dat wij thans kennen teniet te doen?"
Terug naar het verslag in Trouw. De verslaggever merkt op dat "de vrijgemaakt-
gereformeerde kerken (buiten verband) het nog niet eens geworden zijn over de organisatie van hun kerkverband." Het betreft hier de inhoud van de artikelen, die straks de nieuwe kerkenorde moeten gaan vormen, terwijl de onenigheid met name bestaat over de vraag in hoeverre de afzonderlijke gemeenten gebonden dienen te zijn aan besluiten van meerdere vergaderingen.
Moeten we ons gezien het voorgaande echter niet eens afvragen of aan deze onenigheid geen vraag vooraf gaat? De vraag of ons huidige kerkverband werkelijk een gereglementeerde kerkenorde nodig heeft. De vraag of het unieke karakter van ons huidige kerkverband niet valt of staat met het ontbreken van een gereglementeerde kerken orde. De vraag of de vrijheid van de plaatselijke gemeenten om de gemeenschappelijke belijden i) naar de aard en de situatie van de gemeente op eigen wijze te beleven en uit te dragen het ontbreken van een gereglementeerde kerken orde niet juist vereist.
Onze kerken verkeren thans in de unieke omstandigheid om ons op deze vragen te bezinnen. Buiten onze kerken is geen gereformeerd kerkverband in de gelegenheid om deze wezenlijke vragen te beantwoorden, zonder de eigen bestaande kerkenorde ter discussie te stellen. Wij kennen thans (nog) geen kerkenorde. Laten we daarom de kans die ons hierin geboden wordt om ons op deze vragen te bezinnen gebruiken vóórdat wij de keuze voor een "nieuwe" kerkenorde maken. Wellicht dat de beantwoording van deze vragen ons oog zal geven voor het unieke karakter van het kerkverband, dat wij thans kennen. Het is mijn overtuiging dat in dit karakter de diepere betekenis ligt voor één van de aan de Landelijke Vergadering voorgestelde namen voor onze kerken: Vrije Gereformeerde Kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief