Amsterdam wordt geus (3)
1978-06-09
De "Satisfactie' of "Votdoeninge"- Jaargang 22
- nummer 23
Amsterdam komt dus in een moeilijk parket door de Vrede van Gent, waarin de zeventien Nederlandse Gewesten zich aaneen sluiten om de plunderende en moordende Spaanse troepen het land uit te jagen. Wel heeft zij niet meegewerkt aan de tot standkoming van dit verdrag, maar daarin is afgesproken dat de steden van Holland en Zeeland, die zich afzijdig hadden gehouden, moeten trachten tot overeenstemming te komen met de stadhouder en hun Staen, die hun daartoe redelijke voorwaarden moeten aanbieden, o.a, op het punt van de religie.
Amsterdam kan dus moeilijk doen alsof haar neus bloedt.
Te minder omdat direct van verschillende kant druk op haar wordt uitgeoefend om tot de Gentse Vrede toe te treden, onder meer door de Algemene Staten en die van Holland en Zeeland. De laatsten proberen het eerst met een zoet lijntje. Reeds de 17de december sturen zij een brief aan de burgernesters 'om denzelven, op een vriendelyke wyze, te vermanen tot het omhelzen van de Gendsche Vrede 'die eerriglyk, zeiden ze, gerigt was tegen 's Lands gemeene vyanden, de Spanjaards, en waarby elk in zynen religie ge1aaten werdt onbedwongen', gelyk zy ook nimmer de wapenen om den Godsdienst hadden aangenomen".
Spreken de Staten in de laatste woorden de waarheid?
We raken hier het oude strijdpunt of de opstand is gevoerd om de vrijheid of om de religie. In elk geval niet om de Roomse religie uit te bannen, in zover spreken de Staten de waarheid. Wèl heeft de voortgaande verbittering in de strijd de Calvinisten er toe gebracht om de Roomse religie en de Spaanse dwingelandij min of meer te vereenzel'V'igen en brengt de strijd tegen de laatste mee dat zij de eerste in de door hen beheerste Gewesen publieke uitoefening ontzeggen. De Prins heeft van het begin af wederzijdse tolerantie voorgestaan, om zo Rooms en Onrooms te verbinden in de strijd om de vrijheid.
Daarom achtte hij de Gentse "vrede" ook een onuitsprekelijke weldaad Gods. Geheel in de lijn van de Gentse Vrede verklaren de Staten van Holland en Zeeland nu aan de burgemeesters van Amsterdam dat elk in zijn religie gelaten zal worden, onbedwongen.
Vermoedelijk hebben de Amsterdamse magistraten deze verzekering met gemengde gevoelens gelezen en zich de beeldenstorm van vroeger jaren ook in Amsterdam herinnerd. Zij leggen in elk geval aan de Staten als eis voor, dat er in de stad en binnen het rechtsgebied geen andere godsdienst bij dage of nagte geoefend mag worden dan de Rooms Katholieke.
Hierbij hebben niet alleen religieuze motieven een rol gespeeld. Hun machtspositie hing nu eenmaal af van de heerschappij van de Roomse godsdienst.
Ze hebben wel degelijk beseft dat zij voor de Calvinisten onaanvaardbaar zouden zijn, dat dezen hun zeker niet de alleenheerschappij zou dat "Heen erkend Rooms Katholieken den laten. Vandaar dat zij ook eisen, gerechtigd zouden zijn om openbare ambten te bekleden! Ook door nog andere voorwaarden proberen zij hun positie veilig te stellen, terwijl ze daarnaast op economisch gebied zoveel voordelen voor hun stad in de wacht proberen te slepen als mogelijk is, onder meer dat de stad de schulden, die de Staten van het begin van de opstand af hebben gemaakt in hun strijd tegen de koning, niet mee zal behoeven te betalen.
Oranje antwoordt dat hij niet bedacht is op verandering der religie, maar opheffing van de plakkaten eist en recht voor de Gereformeerden op een eerlijke begrafenis binnen de stad, voorts het recht om een kerk te timmeren buiten de stad. Deze eisen zijn niet bepaald hoog gesteld, Oranje doet al het mogelijke om de religie niet tot een twistpunt te maken. Dat de Gereformeerden hierbij aan het kortste eind trekken is wel duidelijk.
Op één punt weet hij echter niet van toegeven. Hij wil in de stad een krijgsmacht en schutterij, waarop hij rekenen kan, want hij vertrouwt deze magistraten voor geen zier! Dan volgen er eindeloze onderhandelingen.
Beide partijen houden op de wezenlijke punten voet bij stuk, aanvankelijk weigeren de burgemeesters de Gereformeerden zelfs een begraafplaats binnen de stad toe te staan. Prins en Staten spreken op dit punt van een onmenselijkheid, want dit placht men zelfs de honden niet te ontzeggen!
De Prins tracht lange tijd de Roomse magistraat te ontzien terwille van de Algemene Staten, die in meerderheid Rooms zijn en ook 'aan de onderhandelingen deel nemen. Hij wil ze niet voor het hoofd stoten en alles vermijden wat de eenheid der Gewesten, zo gelukkig tot stand gebracht in de Gentse Vrede, zou kunnen verstoren.
Maar de Staten van Holland en Zeeland zijn op dit punt minder aarzelend.
Hebben zij in de Pacificatie van Gent uiteindelijk niet zo'n groot vertrouwen gehad? Ze hebben in elk geval de geestesgesteldheid van de Amsterdamse magistraten goed getaxeerd: de heren zullen alles doen om de zaak te rekken en kiezen in hun hart voor de koning van Spanje. Zij sluiten daarom de stad in en snijden haar van alle toevoer af, zodat er gebrek aan voedsel komt en alle handel en nering stil komt te liggen. Midden tussen de onderhandelingen door trachten ze zelfs de stad door verrassing te nemen. Begin november dringen hun troepen door de Haarlemmerpoort Amsterdam binnen. Ze weten de Dam te bereiken, reeds toen het hart van de stad. Daar ondervinden ze echter onverwachte tegenstand, waarbij ongelukkiger wijze de aanvoerder, overste Helling, door een kogel dodelijk getroffen wordt. Dat is het sein voor de Staatse troepen om hun poging op te geven. IJlings zoeken zij een goed heenkomen. Maar de Staten versagen niet, ook niet wanneer de Prins, die van de aanslag niet op de hoogte was, zich "zeer misnoegd" over hun optreden toont en hen de les leest. Zij trachten zich bij zyne Doorlugtigheid te verschonen o.m. met het argument dat zij hem niet van de aanslag op de hoogte hebben gebracht opdat hem geen verwijt zou treffen indien de zaak zou mislukken. En als de Prins er bij hen op aandringt om de Algemene Staten (!) en de stad te 'vergenoegen' blijven ze tegenover zijne Hoogheid ferm op hun stuk staan: ze zullen niet rusten voordat ze de stad desnoods met geweld onder zijn gehoorzaamheid hebben gebracht. Wat kan de Prins hiertegen nog aanvoeren dan dat dit veel bloed zal doen stromen en hoge kosten meebrengen? Zij echter verzekeren d..t het eerste wel zal meevallen, omdat de burgerij onderling verdeeld is en de kosten, die zullen zij wel dragen! De Staten zijn wel eens minder beslist en royaal geweest!
En zij winnen.
Zowel door een voor Amsterdam ongunstige wending in de algemene toestand van het land als door de in economisch opzicht langzamerhand onmogelijke situatie binnen de stad zelf besluit de magistraat tenslotte he hoofd in de schoot te leggen. De Utrechtse Staten bemiddelen en een verdrag van Voldoening wordt aanvaard.
Het is dan intussen reeds begin februari '78 geworden. De andere steden van Holland, die nog aan de Spaanse kant stonden zoals het in '73 door Spanje veroverde Haarlem, waren reeds ongeveer een jaar tevoren toegetreden tot het Gentse verbond.
Meer dan een jaar heeft Amsterdam tegen gesparteld, maar tenslotte moet de stad zich gewonnen geven, zij kan haar isolement niet langer volhouden. Op papier heeft de stad nog wel iets bereikt.
Slechts de uitoefening van Róómse godsdienst zal toegelaten worden en er mag geen verzet tegen worden gepleegd. Alleen worden de plakkaten buiten werking gesteld en zal aan de Gereformeerden geen letsel mogen geschieden. Hun doden mogen ze in de stad begraven, echter zonder bijkomende plechtigheid.
Maar de magistraat verliest zijn machtspositie. Zijn soldaten zullen worden afgedankt en andere zullen in hun plaats komen, aangenomen door de Staten en de Prins!
Ook de schutterij zal worden hersteld, de lege plaatsen zullen ingenomen worden zonder onderscheid te maken tussen gewezen ballingen en andere burgers. Alle ballingen zullen mogen terug keren en volle rechten genieten. De economische zaken worden niet ten ongunste van de stad geregeld. De Roomse magistraat verliest niet zijn rechts-, wel zijn machtspositie. Een eed van trouw o.m. aan de Prins als stadhouder de nieuwe stand van zaken bezegelen. Met spoed wordt aan de uitvoering van dit verdrag gewerkt.
De blokkade wordt opgeheven. Prins en Staten kunnen verlicht adem halen: Hollands belangrijkste stad is over gegaan. De eenheid in het zo belangrijke Gewest is hersteld. Maar moet de Gereformeerde kerk hiervoor het gelag betalen? Nog een andere vraag klemt: Wat is er van de Roomse rnagistraat te verwachten voor de zaak van de opstand? Zal hij daarvoor een positieve bijdrage ooit leveren?
Prins en Staten hebben in de huidige politieke constellatie van de Gentse Vrede bereikt wat mogelijk is, maar het is duidelijk dat er een onbevredigende situatie is geschapen. Want men heeft elkaar niet wezenlijk gevonden!
Daarom heeft deze geschiedenis een vervolg!