Het spook van Dunoran
1978-06-09
Spoken bestaan niet. Dat is in calvinistisch Nederland de kinderen ::.1jong ingepeperd. Men zegt zelfs wel: een christenmens mág niet in spoken geloven.- Jaargang 22
- nummer 23
Zo voorkomt men de vraag. Zoals sommige mensen ziekte een misverstand noemen.
Nu moogt u van ons weigeren in de ooievaar of in de bloemkool te geloven (trouwens, wie doet dat eigenlijk nog?) maar het verschijnsel spook kunt u niet uw hele leven ontlopen. Hier in Schotland zeker niet. En dan: komt het spook niet in de Bijbel voor? Het waren nog wel de discipelen en vrienden van de Heiland, die er hevig door ontdaan waren. Als spoken niet zouden bestaan, komt de geschiedenis van die verbijsterde discipelen bij Mattheüs en Markus in een onwaarschijnlijk licht te staan, vindt u niet? Johannes noemt het woord spook niet, maar spreekt wel van "bevreesde" discipelen.
Zo zijn er toch drie getuigen. Van wat bij ons een misverstand zou heten.
In landen, waar men minder rechtlijnig denkt dan in ons vaderland en meer met de onstoffelijke dingen vertrouwd is dan wij, is het rekening houden met spoken normaal. Men leert ermee te leven. In de middeleeuwen was Europa er nog mee vertrouwd; in Afrika, Mexico, Nieuw-Guinea "leeft" men er ook nu nog mee. U kunt er op neerzien, medelijdend neus of schouders ophalen - u verandert het niet. En in Groot-Brittannië, waar nog een heksen-orde bestaat, in Schotland, waar haast iedere plaats een spookhuis heeft, gaat men er behoedzaam mee om. De schrijfster Sorge Nic Leodhas bijvoorbeeld schreef vier bundels milde volksverhalen: alle over spoken; niet ontkennend, niet bestrijdend, eerder wijs, folkloristisch en overtuigend.
Toen een paar jaar geleden het huis Dunoran te koop kwam zeiden vrienden: daar zou ik nooit in willen wonen. Nu hoefde dat ook niet; maar zo'n opmerking maakt je nieuwsgierig, nietwaar? Desgevraagd hoorden we: in betrekkelijk korte tijd zijn daar &1zo veel mensen gestorven, niemand uit het dorp wil het kopen. Dat troffen we, want we wilden het graag hebben. Bij het onderzoek naar de geschiedenis van Dunoran trokken we ook na: wie er gewoond hebben en gestorven zijn. Dat viel tegen. Diverse mensen hadden hier sedert 1892 tot in lengte van jaren gewoond en waren op hoge leeftijd overleden. Een echtpaar, dat in 1964 het huis grondig had gemoderniseerd, was naar Engeland getrokken, toen de man ziek werd en mevrouw vreesde hier straks alleen over te blijven, ver van haar familie, De man leefde in Engeland nog jaren.
De laatste eigenaars voor ons waren twee Nederlanders.
De ene overleed in N ederland en wel aan kanker. De ander overleed hier en wel aan een maagperforatie. Zo. Dat alles leverde niet veel nieuws op. Begrijpt u dat we, onderzoekend maar niet bijgelovig, het huis introkken?
De eerste weken van inrichten en zo ging alles goed.
Er was ontzaglijk veel te doen, vooral in de tuin, die vol mysteries zat. Het huis bood steeds nieuwe verrassingen - maar meestal aangename. Hebt u wel eens een klokkenspel van dertien schellen in de achtergang gezien? Dat is hier; vroeger kon men van alle kanten het personeel bestellen. Hebt u wel eens een echte ronde torenkamer meegemaakt? Dat is hier; een van onze vrienden zei bij het binnengaan terstond: hier hoort het huisspook te wonen, als alles goed is. En zo voort. Toen wij een winter in Nederland doorbrachten en een onzer dochters een paar weken in Dunoran logeerde, belden we haar op: hoe gaat het? doet de verwarming het goed? geen last met de watervoorziening?kun je het vinden met het huisspook? - Alle vragen werden vrolijk en positief beantwoord. Een oergezellig huis, zei u, je hebt nooit het gevoel alleen te zijn. - Hoe bedoel je dat? - Och, er gaat ergens een deur open, er klopt eens iemand tegen het raam; soms wordt er met water tegen de tuindeur gegooid. - En wat doe je er tegen? - Niets; net doen of je niks merkt.
Toen we hier vorig voorjaar definitief introkken, moesten we zelf alle verschijnselen gaan opmerken om ze te kunnen inventariseren. Want inderdaad: alle dingen lieten zich maar zo niet verklaren. De deur naar de achtergang, pas nog gesloten, kon na vijf minuten weer tergend openstaan. Zo ook de deur naar de bovenste verdieping, En dan moet je juist zo'n hekel hebben aan opendeur-politiek. Liep je over de overloop dan kon je met wat geluk iemand achter je aan horen komen. Keek je om, dan was er niets natuurlijk. Zat je 's avonds laat heerlijk te lezen in een tastbare stilte - dan kon daar achter een van de dikke muren een gerommel beginnen, dat je mekaar onthutst aankeek. Op een morgen werd ik vroeg wakker omdat ik gedroomd had, dat er aan het raam geklopt werd. Terwijl ik erover nadacht wèrd er enkele malen aan het raam geklopt. Een andere keer lag ik wakker en hoorde boven, waarschijnlijk op de zolderverdieping, geluiden van slepen, scheuren en tikken.
Toen we op een avond een wandelingetje hadden gemaakt, terwijl een logé thuisgebleven was, zei deze bij onze terugkomst: jullie hebt wat gemister werd een plens water tegen de tuindeur gegooid!
De volgende avond, dezelfde tijd, dezelfde ervaring, nu van diverse getuigen. Iemand, die de (alweer openstaande) deur naar de bovenverdieping wilde sluiten, hoorde boven geluiden, alsof er met water gewerkt werd. En dat op een droge, zonnige dag. Soms werd er aan de achterdeur gerammeld: maar als je open deed was er niemand.
We spraken met een van onze vriendinnen. Jij hebt die Engelse dame goed gekend, die het huis destijds gerestaureerd heeft. Sprak die wel eens over spoken in Dunoran? - Even was ze van de kaart, Toen zei ze eerlijk: jazeker, er was altijd wel wat te doen, maàr nooit hinderlijk. Jullie bent toch niet bijgelovig?
We spraken met de notaris, een vriend. Is het jou bekend, dat het spookt in Dunoran? Hij keek grappig onthutst en vroeg: "er stond toch niets over in de koopakte? Spoken moeten naar Schots recht extra betaald worden." Zo, nu wist je nog niets. In een boekwinkel troffen we een complete opgave van alle Schotse spookhuizen. We neusden eens even erin. Nee, ons huis stond niet geregistreerd.
Het naaste spookhuis is in Tsynault, achttien kilometer van hier.
Wat zou u doen in dit geval? Och, u weet het misschien ook niet, want u zult vermoedelijk geen maanden lang voor zoveel mysteries' hebben gestaan.
Als u dan bovendien meent iets van de parapsychologie af te weten, zult u zich er misschien op instellen, ermee te moeten leven. En lastig waren de verschijnselen trouwens niet. Er raakte niets weg, er onstond geen brand en zo. Langzamerhand schrok je ook niet meer zo van het ongewone; alleen onze gasten hadden het er kwaad mee.
Toch, zo goed als we door engelen bewaakt worden - zo goed weten we, dat ook "onreine" geesten oude en leegstaande huizen kunnen betrekken. De Bijbel zegt het en iedere Schot weet het. Maar als je christen bent, vertrouw je vooral op de onmeetbare krachten van onze hemelse Vader. En daar trokken we een wissel op.
Wat dus gedaan? Bidden en werken zegt het oude parool. De onverklaarbare en verontrustende dingen werden aan God de Heere voorgelegd; Hem werd de zorg over huis en mensen toevertrouwd.
We hingen die prachtige gebedsregel van Salomo op: laat Uw ogen dag en nacht open zijn over dit huis...
Maar ook werd er gewerkt. Prof. dr M. H. C. Tenhaeff geeft de wetenschappelijke regel: probeer elk "onverklaarbaar" verschijnsel langs natuurlijke weg te verklaren; pas wanneer dat absoluut niet lukt is er een kans, dat het bij de parapsychologie thuishoort.
Zo. Dus elk verschijnsel werd voortaan naarstig en kritisch onderzocht. En nu moet u horen, hoeveel duistere zaken aan het licht kunnen komen, wanneer je je daar positief voor instelt.
Toen op een morgen weer aan het slaapkamerraam werd geklopt zag ik vanuit bed, dat de thermometer, die ik buiten in het raamkozijn had hangen, bij een morgenbriesje begon te schommelen en tegen het raam slingerde. Ik heb de thermometer vastgeschroefd: nadien is er nooit meer aan het raam geklopt.
Dat was aanleiding, om met de loodgieter het dak te bekijken. En ja, in een stuk goot, boven de tuindeur, was de afvoerpijp door elkeblad verstopt. De goot stond tot de rand vol water en telkens, als de valwind uit de bergen langs de leien streek, zwalpte er een plens water over de rand - met wat geluk tegen de tuindeur. De goot werd schoongemaakt: nadien werd geen water meer "gegooid".
De oude houten vloeren bestaan uit zware eiken planken, belegd met tapijt. Die gaan nooit dood in hout blijft altijd leven. Ga je over de overloop, dan kraakt ergens een plank onder je voet - maar na enkele seconden veert hij terug met een klak, alsof nog iemand anders daar loopt. Veel weten is veel vergeten; niemand die daar nog op let. - Onze zware deuren hebben ouderwetse sloten. Geen deur of er is wel iets van te zeggen: het kozijn is scheel of de deur is wat krom. Dat geeft een juist karakter.
En elke deur moet góed in het slot zitten wil hij niet bij het eerste het beste zuchtje open waaien.
Ook dat "verschijnsel" was dus opgelost. De rammel van de achterdeur - niet ernstig, toch vervelend, - loste zichzelf op. Toen ik de deuren eens zou sluiten sloeg de verwarming juist aan. En tijdens de startperiode dreunde de hele omgeving even mee, inclusief de niet goed gesloten achterdeur met klopper. Zo, weer een illusie minder.
Toen ik eens boven was, hoorde ik duidelijk water lopen op de zolder. Ik er heen, als een goed huisvader, zegt de polis. Bleek, dat de regulateurs van de watertanks hun plicht deden: vers water binnenlieten in de tanks, wanneer daar navenant water in huis verbruikt was. Zo vielen alle verontrustende dingen weg. Ook de metalen klank van de verwarmingsbuis in de gang, die bij afkoeling uit de lambrisering losschiet. O ja en ik vergeet de kraaien op het dak. Die hebben in enkele dagen verslonden, wat ze daar van hun gading hadden gedeponeerd of gevonden. Mogelijk ook wel was het een bijennest dat ze uithaalden; onlangs hoorde ik, dat er vaker een bijennest vol honing op het dak zat.
U zult zeggen: maar dat geraas achter sommige dikke muren dan? - Nu moet u weten, dat in het Verenigd Koninkrijk ieder huis zoveel schoorstenen heeft als er vertrekken zijn, de hal meegerekend. Ook wanneer een huis centraal verwarmd is en de meeste open vuren dichtgemetseld zijn, blijven die schoorstenen bestaan. En' liggende tegen een steile heuvel. met morgen- en avondwinden, met plotselinge weersveranderingen en open voor elke verse oceaandepressie, kan het in die rookkanalen ongelooflijk "spoken". Bij een echit storm, een gale zogezegd, kan het huis haast trillen op zijn fundamenten.
Dat geeft een erg huiselijk besef. Die oude Schotse huizen, op een rots gebouwd en met muren van twee, drie voet dikte, met zware eiken deuren en dubbele ramen, behagelijk verwarmd - die kunnen zo oer-gezellig zijn. Je voelt je nooit alleen. Als 't buiten woedt is 't binnen zoet.
En dan: in 's Heeren hoede zijn wij wèl geborgen.
Zijn ogen zijn dag en nacht over dit huis. Over uw huis, over het onze. Alle Schotse bijgeloof ten spijt.