Kinderen aan het avondmaal?

1978-06-16
  • Jaargang 22
  • nummer 24
Vragenderwijs
De vraag of wij kinderen aan het avondmaal zullen toelaten, hangt wel sterk af van de betekenis die wij aan de maaltijd des Heren hechten. Dat blijkt ook heel duidelijk uit hetgeen ds Cornelisse schrijft. Hij heeft zijn beschouwing over het avondmaal zelf neergelegd in een aprt hoofdstukje van zijn eerste artikel, waar boven staat: Twee sacramenten teveel?
Daaruit wil ik een paar woorden aanhalen. Tegenover de roomse leer volgens welke er krachtens de voltrekking van doop en avondmaal iets gebeurt, schrijft hij: "Maar er "gebeurt" niets. Beide, doop en avondmaal, zijn zichtbaar gemaakte beloftewoorden. Toch denk ik dat velen onder ons verwachten dat er "iets" gebeurt. Ik ben niet de enige die, toen hij voor het eerst aan tafel ging, verwachtte dat er ietszougebeuren.
Ik hield er, excuseer de uitdrukking, een kater van over". Even verder: "Is de uitdrukking "heilsmiddel"
voor doop en avondmaal niet misleidend? Het geeft toch voor de doorsnee toehoorder de gedachte van het "ex opere operato" (= door de voltrekking zelf)? Zichtbaar gemaakt belofte-woord, verkondiging, dat is bijbelse taal." Aan het eind van dit stukje schrijft ds Cornelisse: "Ik stel me met deze gedachte kwetsbaar op. Ik schrijf dit van uit een vertrouwensrelatie, en verwacht ook van de lezers dit vertrouwen."
Graag wil ik hiermee rekening houden. Ds Cornelisse schrijft hier duidelijk proberend, vragenderwijs.
Dat moet kunnen.

Ook vragenderwijs
Tooh vraag ik me af of zijn benadering niet te anti-rooms is. Ik proef er iets van Zwingli in, die in zijn reactie tegen Rome te ver doorgeslagen is. Is het waar dat er in het avondmaal niets gebeurt? Is het waar dat het avondmaal alleen maar een zichtbaarmaking van het beloftewoord is? Zeker, ik ken de uitdrukking van Luther en Calvijn die van het sacrament spreken als van het ' 'zichtbare Woord'. Maar ze gingen daar toch niet de kant mee op dat het sacrament alleen maar 'teken' was en geen 'zegel'. Dat is namelijk bij ds Cornelisse het geval. Want hij zegt: "Is het woord "zegel" als kenmerk niet misleidend?" en: "Is "zegel" niet een te geladen woord?" Terwijl hij het woord 'teken' onbekommerd gebruikt. Maar is het niet zo, dat juist 'zegel' hier het belangrijkste woord is? Is het niet zo dat God in de sacramenten 'tekenen' gekozen heeft en dat deze 'tekenen' 'zegelen' zijn, omdat Hij het was die ze koos? Het is dan niet zo, dat wij bij doop en avondmaal kunnen onderscheiden (en nagenoeg scheiden): Ie het zijn 'tekenen', 2e het zijn 'zegelen'. Zo mag het misschien in catechisatieboekjes wel eens staan, maar in de oorspronkelijke Heidelbergse Catechismus lezen we: "Es seind siehtbare heilige warzeichen und Sigill ... " Waar tekenen en zegelen - twee woorden die hetzelfde betekenen, namelijk 'be-' wijzen van echtheid'. Het 'en' tussen deze twee woorden heeft, zoals in het oude nederlands vaker, de betekenis van 'of', 'oftewel'. Het 'zegel' is dus niet een kopje op het 'teken', maar wat de Catechismus heel sterk heeft willen zeggen is dat de sacramenten verzegelende kracht hebben, "bondig en vast makende in ons de zaligheid die Hij ons meedeelt" (art. 33 NGB).
Dat lazen de vaders af uit de heel speciale taal, die de Here zelf ten aanzien van het avondmaal gebruikt heeft: dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed.

Stellenderwijs
Er gebeurt niets aan het avondmaal? Ik ken geen gelegenheid in het leven, waarbij ons het evangelie zo direct, zo vol, zo totaal, zo intens, zo geconcentreerd bediend wordt als juist aan de tafel des Heren. Het wordt dan gebracht niet maar tot aan deoorten van het gehoor, maar de Heilige Geest rukt op langs alle zintuigen, langs alle toegangswegen tot het hart. En de evangelieboodschap van Gods genade in Christus komt zelfs tot binnen in ons, als het ware met het gegeten brood en de gedronken wijn mee - als wij tenminste met een gelovig' hart eten en drinken.
Gebeurt er niets aan het avondmaal? Nergens anders dan bij de maaltijd des Heren worden wij zo intens geconfronteerd met het geheimenis van de vleeswording der Woords. Nergens elders ontmoeten wij de heilsboodschap in zo'n geconcentreerde vorm.
Het helpt niet te zeggen, dat deze confrontatie ook in een 'gewone' kerkdienst plaats vindt - om daarmee het buitengewone van het avondmaal te ontkrachten. Ik weet ook wel dat iedere kerkdienst behoort te staan in het teken van: doe de schoenen van de voeten want de plaats waarop gij staat, is heilige grond. Maar dit argumenteren met het 'gewone', kan dat niet heel gemakkelijk een omgekeerde werking krijgen? In plaats van er de 'gewone' kerkdienst mee op te trekken tot het niveau van een avondmaalsviering, halen wij er het avondmaal mee neer in de sfeer van een 'gewone' kerkdienst. Erkennen wij nog dat het geestelijke leven hoogtepunten heeft, of zeggen we: het moet elke dag feest zijn? Ik vind zo'n opmerking dodelijk voor het feest als zodanig, zo lang we nog hier op aarde zijn.
Het avondmaal IS een feest, omdat het de meest krachtige betuiging is van Gods liefde, die gebleken is in Christus' zelfovergave aan het kruis.
Precies dat - de kracht van deze betuiging - is het wat er aan gebeurt. Iets rooms is hier niet bij.

Heeilijk en bitter
Ik kan ook niet meegaan met ds Cornelisse in wat hij schrijft onder het hoofdje: "Geen passiespel, maar belofte" , Ook daar namelijk laat hij zich teveel leiden door het anti-roomse.
Want het is misschien wel waar, dat het breken van het brood niet verwijst naar het gebroken worden van het lichaam van Christus in zijn dood. En onze Here zal ook de wijn wel niet uitgegoten hebben in een beker.
Inderdaad gaan we volgens sommige uitleggers te ver, wanneer we de handelingen van het breken en het uitgieten in de symboliek V31nhet avondmaal betrekken. Hoewel dit niet zo zeker is als ds Cornelisse het stelt. Hij zegt: "Vroeger brak men het brood, zoals wij het nu snijden." Dat is waar, maar het zou kunnen zijn dat we in het breken toch met een dubbele betekenis te maken hebben: het breken om uit te delen èn het breken als verwijzing naar het geradbraakt worden van Christus' lichaam aan het, kruis, Maar hoe dit ook zij, met deze gegevens is zeker een onvoldoende basis gelegd voor de ver reikende conclusies die dan volgen: "De Heer heeft met brood en wijn uitgebeeld, niet hoe Hij zou lijden, maar hoe Hij voor ons het brood en de wijn des levens zou worden. Dat is het beloftekarakter van het avondmaal De verkondiging van de dood des Heren is een verkondiging van de vrucht van zijn dood, nl. Leven, Blijdschap, Hoop. Brood is het teken van leven, wijn van vreugde en overvloed."
M.i. worden hier onjuiste tegenstellingen gemaakt. Brood is inderdaad het teken van leven, maar ook van het in de dood gegeven lichaam van Christus. Wijn is inderdaad het teken van vreugde en overvloed, maar ook van het bloed van Christus dat vergotenis tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Het avondmaal is geen passiespel, maar de passie (= het lijden van de Here) is er wel zeer nadrukkelijk in aanwezig, en wel op de wijze van de gedachtenis, Wij mogen blij tafelen in het koninkrijk der hemelen, dank zij de verschrikkelijke zoendood van Christus. Zowel het een als het ander zit in het avondmaal.
Bij het belijdenisgesprek onlangs, toen het avondmaal ter sprake kwam, typeerde één van de catechisanten, een buitenkerkelijk meisje, de gedachtenis van Christus' offer prachtig, toen ze zei: Het is verschrikkelijk dat 't gebeuren moest, maar het is heerlijk dat 't gebeurd is. Zoals dan ook het oude avondmaaIsformulier spreekt over "de heerlijke gedachtenis van de bittere dood van Gods lieve Zoon." Daarom zijn vergelijkingen van het avondmaal met een bos bloemen of een kus (afgezien van wat ik over deze laatste vergelijking eerder schreef) ook volstrekt ontoereikend.
Zulke beelden wijzen wel op het 'heerlijke', maar niet op het 'bittere' en werken daardoor vervlakkend, Maar m.i. heb je die vervlakking ook nodig, wil je het avondmaal voor kinderen toegankelijk maken. Bij bloemen en een kus behoeft immers "het lichaam niet onderscheiden te worden" (1 Cor. 11: 29). Maar God heeft ons zijn evangelie niet met bloemen kunnen zeggen. De taal van de tekens die Hij koos is veel voller.
Tot de genadeverkondiging in Woord en sacrament behoort ook heel nadrukkelijk de diepe weg waar langs het voor ons tot genade gekomen is: Golgotha. Blijft die weg achterwege dan wordt genade een ander woord voor falderalderiere.

Gezellig?
Deze twee kanten van 'heerlijk' en 'bitter' zitten onmiskenbaar aan het avondmaal en bepalen, als ik het goed zie, de sfeer ervan. De sfeer bij de maaltijd des Heren is derhalve die van ps. 2: 11: "Verheugt u met beving." Hier staan eigenlijk twee voor ons moeilijk te combineren woorden bij elkaar: blijdschap en grote eerbied.
'Verheugt u met beving' - daar moet de gangbare psychologie op afknappen.
Dit is dan ook boven-psychologisch gesproken. Daarom geloof ik ook niet dat de christelijke gemeente bij de gangbare psychologie in therapie moet gaan om ten aanzien van de avondmaalsviering losser en ongedwongener te worden. Dat gaat ten koste van de diepte van het avondmaal, vrees ik. Ik zeg dit evenwel niet om te berusten in de manier waarop wij traditiegetrouw het avondmaal vieren. Die is niet vanzelf zo maar goed. Er zijn vergroeiingen en eenzijdigheden ontstaan. Het avondmaal heeft een zeer rijke scala van betekenissen; het spant de geloofsaandacht: rugwaarts (Golgotha), voorwaarts (wederkomst), opwaarts (Christus aan de rechterhand van de Vader) en zijrwaarts (de broeders en zusters naast ons). Er mag en moet naar gestreefd worden dat aan al deze aspecten recht gedaan wordt in de viering. Daar hebben wij de handen vol aan. Het avondmaal vergt van ons een grote geestelijke inspanning. Het is echt een 'doen', zoals de Here Jezus zei: doet dit tot mijn gedachtenis.
Maar juist als we zo aan alles trachten recht te doen, zal nooit een sfeer kunnen ontstaan, die met het woord 'gezelligheid' getypeerd kan worden.
Toch schijnen sommige avondmaalsvernieuwers daarop uit te zijn: een volledige maaltijd tijdens een ongedwongen bijeen zijn. Ik zeg niet dat ds Cornelisse tot deze vernieuwers behoort maar ik meen wel bij hem een Zwinliaanse vervlakking op te merken, die voor een zodanige ontwikkeling de weg zou kunnen banen: het avondmaal als een gezellig samenzijn, waartoe ook de kinderen het hunne zouden kunnen bijdragen.
Maar raken wij zo het wezenlijke van het avondmaal niet kwijt? Sterker, ik zie zo het bewust-belijdend karakter van de gemeente bedreigd.
De volgende week hoop ik nog iets te zeggen over de stem van het verleden (N.T. en kerkgeschiedenis) op dit punt en over het avondmaal en de kerkelijke tucht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief