Een majesteuze Psalm

1978-06-16
  • Jaargang 22
  • nummer 24
Een van onze zeer onbekende psalmen is psalm 104.
En, zoals te verwachten is, door deze onbekendheid ontgaat ons een machtig mooie psalm; welke te zingen een feest betekent. Psalm 104 is een der zeer weinige, die over de zondvloed gaat; dr W. J.
Ouweneel heeft daar in zijn boek "De .ark in de branding" terecht op gewezen. Al zou. dat alleen maar duidelijk worden met vers 9: "Gij hebt een grens (aan de wateren) gesteld, die zij niet overschrijden: zij zullen de aarde niet weer bedekken".
Slaat dat niet duidelijk op de belofte, aan Noach gegeven en door het teken van de regenboog bezegeld?

Maar er zijn meer verzen, die op de zondvloed wijzen. Dat de wateren boven de bergen stonden (: 6), de aarde als een kleed bedekten. Dat zij zich op Gods bevel terugtrokken (: 8) tot zij op hun plaats terecht kwamen. En dr.t het water sedertdien zijn begrenzingen heeft gevonden: bronnen 'worden tot beken, vloeien ordelijk door valleien (10) drenken mens en dier zonder ze te verschrikken (11). Langs de rivieren groeien nu bomen, waarin vogels nestelen (12). De aarde wordt er vruchtbaar door (13) en levert gras aan het dier, brood aan de mens, wijn die het hart verheugt en olie die ons gezicht doet glanzen (14, 15).

Die bomen aan rivieren - u vindt ze ook in psalm 1 en in Openbaringen en elders. Wat is het verband?
Als u hier in de hengen rondloopt ziet u aan de bomen op grote afstand het verloop van een beek. De oorzaak is erg simpel. Vogels komen drinken en zich wassen in de beken. Na afloop deponeren ze hun visitekaartjes. Daarin zitten... de zaden van eetbare planten en boomvruchten.
Omgekeerd zijn de nieuw opschietende bomen later een attractie voor de vogels, die erin gaan nestelen (17), temidden van een overvloed aan gewassen en kruiden.


Psalm 104 heeft nog een vers, dat de aandacht vraagt; het is eveneens in ps. 146 te vinden. Daar immers zingen we: 'k Zal, zo lang ik :t licht geniet, Hem verhogen in mijn lied, Precies dezelfde tekst staat in ps. 104: ik zal de Heere zingen zo lang ik leef, ik zal mijn God psalmzingen zo lang ik ben (33). Maar heel zelden zingt de kerk: Ik zal, zo lang ik 't levenslicht geniet, Gods mogendheid verheffen in mijn lied; ik zal mijn God met lofgezangen eren Zo lang ik nog op aarde mag verkeren.

En toch. Deze psalm is zo ongewoon dichterlijk, heeft zulke machtige beelden, dat u bij serieus doorlezen alleen aan David kunt denken; hoewel diens naam er niet boven staat.' Maar er zijn aanwijzingen om aan David te blijven denken. Bijvoorbeeld vers 3: Hij wandelt op de vleugelen van de wind. Die prachtige uitdrukking komt ook in psalm 18 voor en die laatste is van David. Komt trouwens ook bij 2 Samuël 22 : 11 voor en is daar ook van David. (U vindt die regel ook in het oude kerstlied: Komt, verwondert u hier mensen.)
Een andere schone uitdrukking in vers 2: Hij spant de hemel uit als een tentkleed. U vindt die regel terug bij Jesaja (40: 22), die er blijkbaar door gegrepen is. Vers 3: Hij zoldert zijn opperzalen in de wateren. Amos citeerde later deze zin, maar zei "hemel" in plaats van "wateren". Had David hier gedacht aan de "wateren boven het uitspansel", welke Amos niet kende? Ook. zegt vers 3: Hij maakt de wolken tot zijn wagen. AI weer heeft Jesaja dit woord overgenomen (19 : 1).

Dat David ongetwijfeld iets met deze psalm te maken heeft gehad kan ook blijken uit : 27 "zij alle (levende wezens, groot en klein) wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd". Diezelfde belijdenis staat in ps. 145: 15, zijnde een psalm van David.

Er is in psalm 104 nog een plaats, die kennelijk op de zondvloed wijst. Dat is in de verzen 29 en 30. "Neemt Gij hun adem weg - zij sterven en keren weer tot stof. Zendt Gij uw Geest uit - zij worden geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem". Net zo, in deze volgorde. Dus niet: Gij kunt uw schepping maken en breken, of: Gij geeft uw schepselen het leven en ontneemt het weer. Maar in deze volgorde: Gij hebt ze de adem
afgenomen (toen ze in de zondvloed verdronken) en Gij hebt daarna nieuw leven geschonken, de aarde onieuw met leven vervuld. Zo vernieuwde God het gelaat van de aardbodem (30), deed de schepping over.
En dat deze psalm op het eerste grote gericht slaat kan ook uit het slot blijken, waar over het laatste gericht gesproken wordt. "De zondaren zullen van de aarde vergaan en de goddelozen zullen niet meer zijn (35)". Dat slaat niet op het verleden maar op de grote dag des Heeren, waarin Hij al zijne en mijne vijanden zal verdoemen, zoals Zondag 19 zegt. De tegenhanger van de zondvloed.

We gaan nu even voorbij aan de Leviathan, die buiten psalm 104 vermoedelijk hier in Loch Ness gevonden kan worden. En stappen over op de vraag: waarom is deze majestueuze psalm zo onbekend?
Want onbekend is hij - de statistieken van gezongen psalmen wijzen het uit.
Een organist zal u antwoorden: omdat de melodie moeilijkheden geeft. Een predikant zal zeggen: omdat de wijs onzingbaar is. Daarmee is een psalm, die over de zondvloed spreekt, uit het kerkelijk repertoire geveegd. U moet daar niet gering over denken. Een melodie kan oorzaak zijn van een blanco bladzijde in ons kerkboek. Of beter gezegd: onbekendheid met een melodie kan die oorzaak zijn.

Onbekend maakt onbemind. Veel psalmen zijn van huis uit "onzingbaar" geheten, omdat de tekst niet passend bij de melodie was gemaakt. U weet nu wel voor welke moeilijkheden onze psalmdichters stonden en staan, Nu, dan zijn er twee mogelijkheden, ofwel de psalm wordt van een andere melodie voorzien; begin er nooit aan, Ofwel (en dat is altijd beter) de gemeente schenkt eens even bijzondere aandacht aan zulk een zogenaamd onzingbare melodie.

Want geen enkele psalmmelodie is waarlijk onzingbaar. Ze komen uit dezelfde schat, uit dezelfde tijd, uit dezelfde bronnen; ze lopen weinig uiteen. We hebben een predikant gekend, die een "onzingbare", maar schone psalm als volgt aan het kerkelijk repertoire toevoegde. Hij gaf die psalm als voorzang. Hij gaf hem eveneens als collectezang. Dan preekte hij over die psalm en liet de hoogte en breedte en diepte van Gods Woord erin zien. In een tussenzang had de gemeente al veel meer aandacht.
En aan het slot van de dienst, als de gemeente de psalm goed doorhad, zong zij uit volle borst de slotcoupletten. Voortaan werd me psalm grif gezongen.

Wel, objectief gezien zijn er twee moeilijke plaatsen in de wijs van psalm 104. We zullen ze even voor u uitschrijven, bekijk ze maar: (zie afbeelding).

In de 2e regel heeft de melodie veel weg van een regel uit psalm 115. In de 5e regel vindt u een herinnering aan een regel uit psalm 2. Dat hoeft u niet te verontrusten, want er zijn tal van psa1mregels, die vrijwel aan elkaar gelijk zijn. De moeilijkheid ontstaat pas, wanneer de ene psalm bekend - de andere onbekend is. Want als een zingende gemeente in regel 2 teveel aan ps. 115 denkt...ontspoort ze. Gevolg is dat zij aarzelt en huiverig is om door te gaan. Heeft de organist de situatie in de hand en weet hij het vertrouwen te herwinnen, dan komt regel 5 - en weer derailleert de gemeente. Voor de rest heeft zij dan al geen belangstelling meer. De voorzichtigen zullen goed opletten, zacht zingen en het orgel volgen. De onnadenkenden, die zich nimmer matigen in hun stemvoering, zingen luidkeels verkeerd en slepen een goegemeente mede op hun heilloos pad. Het slot is een erbarmelijke teleurstelling. Licht dat een "dienstdoende ouderling" geneigd is te zeggen: zo'n psalm moest u toch maar niet meer opgeven, dominee. Waarmee een stukje van Gods Woord is verduisterd. Want de weg van de minste weerstand is een gebaande weg.

Verstandiger is het om zulk een heerlijke psalm, waarin we de Heere beloven zijn lof levenslang te zingen (en dat is wat) en waarin we Gods machtige daden bezingen, in te studeren en voortaan in het repertoire van de gemeente op te nemen. Hetwelk doende, zo doet gij wel en God zal u zegenen, zeiden de vaderen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief