Jeremia

1978-06-16
  • Jaargang 22
  • nummer 24
Poedersuiker
Jeremia heeft dat scherp aangevoeld.
Ook vandaag worden Gods vrede en heil en bevrijding nog vaak toegezegd in omstandigheden waarin dat helemaal niet op zijn plaats is. Met . een grote strooibus wordt Gods heil kwistig rondgestrooid als poedersuiker, in situaties waarin alleen maar plaats zou moeten zijn voor vermaning en ontmaskering.
Daarbij denk ik niet alleen aan de oppervlakkige manier waarop allerlei politieke verzets- en bevrijdingsbewegingen met Gods heil en bevrijding geïdentificeerd worden, maar ook aan de manier waarop in de christelijke wereld Gods vrede als een goedkope genade over stinkende en smerige zonden en over zelfhandhaving heen gesmeerd wordt. Daardoor worden talloze mensen in slaap gesust en gestijfd in hun verzet tegen God en in de waan gebracht, dat Christus aan hun kant staat, terwijl Hij juist vierkant tegenover hen staat, Valse profetie is lang niet altijd een kwestie van een onorthodoxe leer, maar onnoemelijk Vlaak een optreden dat de zonde en het verzet tegen God en de zelfhandhaving onaangetast laat bestaan en er de vlag van Gods Woord bovenop zet. Dat is het bedriegelijke van profeten als Hananja, Hun optreden en profeteren lijkt liefdevol, maar is in werkelijkheid wreed en duivels. Want het blokkeert de bekering. Ware liefde ontmaskert de zonde. Dat lijkt hard. En het doet terdege pijn. Want ontmaskering is nooit strelend voor ons eigen vlees, maar breekt het juist af.
Maar juist daarom is zulke profetie genade van God. Want ze opent de weg naar de bekering en vergeving.
En dat was de manier waarop Jeremia profeteerde en waarop hij zich tegenover Hananja beriep.

Verharding
Jerernia's woorden maken geen indruk op Hananja. Hij loopt op Jeremia toe, rukt het houten juk van diens schouders en breekt het over zijn knieën in stukken.
Dat was een dramatisch moment. Terwijl het hout kraakt en de splinters rondvliegen, schalt Hananja's stem over het tempelplein: Zo zegt Jahweh, op deze wijze zal Ik het juk van Nebukadnezar verbreken binnen twee jaar.
Reken maar dat de omstanders toen gejuichd en geapplaudisseerd hebben.
Hansnja was nog eens een profeet! Schitterend zoals hij Jeremia van katoen geeft!
En Jeremia ging zijns weegt, staat er dan (28: 11). Ja, wat moest hij anders?
Er zijn situaties, waarin je voor zo'n muur komt te staan, dat je niet meer weet wat je zeggen moet, zelfs niet als profeet. Dan is het verzet en de afweer zo'n brok massief graniet, dat woorden en argumenten zinloos geworden zijn. Dan draai je je maar om zonder iets te zeggen.
Je omgeving denkt dan, dat je verslagen bent, dat je knock-out geslaslagen bent. En je tegenstanders hebben het triomfantelijke gevoel: zie je wel, wij hebben het bij het rechte eind. Hij staat met zijn mond vol tanden.
Maar God is niet verslagen. Jeremia moet een nieuw juk maken, maar nu van ijzer. Zo onverbrekelijk zal het juk van Babel zijn. Waar men zich niet gewonnen geeft aan God en zich tegen Hem blijft verzetten, wordt het houten juk verhevigd tot een ijzeren juk: hij afval van Jahweh heeft gepredikt En Hananja zelf zal sterven, omdat (28 : 16). Dat is de karakterisering van Hananja's optreden: afval van Jahweh. Dat is de typering die de HERE zelf geeft van Hananja's prediking, waarvan de mensen zeiden: geweldig! dat zijn nog eens preken waar je iets aan hebt! Die geven je moed om vol te houden in de verzetsstrijd tegen Babel. Maar Jahweh zegt: hij predikt afval van Mij. Binnen twee jaar is Babels juk verbroken, profeteerde Hananja, Binnen twee maanden (vgl. 28 : 1 en 17) voltrekt zich het oordeel van Jahweh over hem. Dat was een duidelijk bewijs van het feit dat Jeremia door Jahweh gezonden was. Dat kon nu voor iedereen duidelijk zijn.
Maar ook in dit geval gold, dat zo'n bewijs, zo'n teken, niets uithaalt als er geen bereidheid is zich aan Gods Woord te onderwerpen. Hananja sterft. Maar dat brengt geen ommekeer bij het volk.
Later zegt Jezus met betrekking tot mensen die niet meer te bereiken zijn voor Gods Woord, omdat ze zich daarvoor hebben afgesloten: zelfs al zou er iemand uit de doden opstaan, dan zouden ze zich nog niet bekeren (Luc. 16 : 30,31).

JEREMIA 29
Verzet In Babel
Onder de ballingen die nu al ongeveer vier jaar in Babel verbleven, bevonden zich ook enkele profeten. In 29 : 21 worden met name genoemd een zekere Achab en een zekere Zedekia.
En in 29: 24 v.v. ontmoeten we nog een zekere Semaja. Deze profeten hielden de geest van verzet onder de ballingen in Babel wakker. Ze profeteerden: het duurt niet lang meer voordat we allemaal teruggaan naar Jeruzalem. Begin hier in Babel niet met projecten op lange termijn. Houd je klaar voor de terugkeer.
Onze dagen hier zijn geteld. En probeer alle maatregelen van de Babyloniërs om ons hier vast te pinnen, te boycotten. Houd je geld vast. Investeer niet in Babel, Zet je geld ook niet op de imperialistische Nebobank, want die leeft van onderdrukte volkeren. Het uur van onze vrijheid slaat bijna.
Zo leefde er niet alleen een geest van verzet in Jeruzalem, maar ook in Babel.
Natuurlijk bleef dat bij Nebukadnezar niet onbekend. Zoals alle machthebbers beschikte hij over een uitstekende geheime dienst, die hem informeerde over de verzetshaard in Babel. En ook de conferentie in Jeruzalem, waarvan in hoofdstuk 27 sprake is, bleef niet onopgemerkt. Nebukadnezars geheime agenten rapporteerden ook daarover.

Delegatie
Nebukadnezar maakt er onmiddellijk werk van. Koning Zedekia wordt ter verantwoording naar Babel geroepen, nog in hetzelfde jaar waarin de conferentie gehouden was. Tot de delegatie die met Zedekia naar Babel ging, behoorde ook Sersja, de hofmaarschalk, die een broer van Baruch, Jeremia's secretaris en medewerker, was. In deze Seraja stelde Jeremia blijkbaar vertrouwen. Want hem gaf hij een op schrift gestelde oordeelsaankondiging over Babel mee. Seraja moest die profetiën na zijn aankomst in Babel luldop lezen. Daarna moest hij een steen aan het boek binden en het in de rivier de Eufraat gooien als een symbolische aanduiding van de ondergang van Babel (51 : 59-64). Misschien behoorden Elasa en Gemarja, die in 29 : 3 genoemd worden, tot dezelfde delegatieels Seraja. Het kan ook zijn, dat ze behoorden tot een eerdere delegatie, die Zedekis onmiddellijk na de afloop van de mislukte conferentie uit voorzorg naar Babel stuurde. In dat geval heeft deze delegatie Nebukadnezar niet afdoende kunnen overtuigen van Zedekia's loyaliteit en was Zedekia genoodzaakt zelf aan het hoofd van een tweede delegatie naar Babel te gaan om zich te zuiveren van de verdenking die Nebukadnezar tegen hem koesterde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief