In memoriam Prof. Dr. D.H. Th. Vollenhoven
1978-06-16
Op dinsdag 6 juni j.l. is Prof. Vollenhoven, 85 jaar oud, overleden, ruim een jaar na het verscheiden van zijn zwager Prof. Dooyeweerd, samen met wie hij zich gegeven heeft aan de opbouw van een schriftuurlijke, reformatorische wijsbegeerte, Hij studeerde eerst theologie, vervolgens filosofie, en werd na enkele jaren predikant geweest te zijn - te Oostkapelle op Walcheren, waar hij veel contact had met de bekende A. Janse, en te 's-Gravenhage - in 1926 hoogleraar in de systematiek en de geschiedenis der wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit, welke functie hij in 1963 neerlegde.- Jaargang 22
- nummer 24
Vollenhoven was gegrepen door wat Kuyper bezielde: gehoorzaamheid 'aan God de Schepper en onze Verlosser in Christus "op alle terreinen des levens", ook op het gebied van de wetenschap. De Vrije Universiteit probeerde daaraan gestalte te geven, maar wat de wijsbegeerte betreft - en daar niet alleen - bleef het toch leent je buur spelen bij wat filosofen van allerlei gading te berde brachten.
Vollenhoven en Dooyeweerd begonnen nu aan de moeizame taak vanuit het Woord van God het Evangelie, te denken over de werkelijkheid, haar oorsprong, haar verscheidenheid, haar wetten, .de samenhang tussen de vele facetten van die werkelijkheid, haar ontwikkeling, haar einddoel.
In 1931 werd ik als theologisch student aan de Vrije Universiteit ingeschreven, en van de aanvang af werd ik, hoewel ik geen filosofische aanleg heb, geboeid door wat Vollenhoven, wiens colleges we allemaal in ons eerste jaar moesten volgen, liet zien. Hij wees ons op de veelkleurige verscheidenheid die in de schepping te ontdekken valt en op de eigenwettelijkheid die voor de vele aspecten der werkelijkheid geldt. We hadden voorheen, vooral op de jeugdvereniging, wel 'gehoord van de verschillende "terreinen des levens", van kerk en staat en maatschappij, en we hadden al wel leren inzien dat de gezagsdragers van het ene terrein niet mogen ingrijpen op het andere terrein, maar nu werd de lijn doorgetrokken: aan álle dingen van de werkelijkheid zijn verschillende aspecten te onderscheiden, en voor elk van die aspecten geldt een eigen wet. De "Soevereiniteit in eigen (levens)kring" werd verfijnd en uitgebouwd tot "soevereiniteit in eigen wetskring" . Een tafel bijvoorbeeld kan vanuit verschillende gezichtsboeken beschouwd worden: men kan haar bezien uit het oogpunt van de ruimte die zij beslaat, uit het oogpunt van het materiaal waaruit deze is vervaardigd, uit het oogpunt van de waarde die zij in de handel vertegenwoordigt, uit het oogpunt van de schoonheid die de maker erin ten toon gespreid heeft, uit Let oogpunt van de stijl die uit haar spreekt zodat zij een plaats krijgt in de geschiedenis, uit het oogpunt van het recht zodat erover gepraat kan worden wie de eigenaar van de tafel is, uit het oogpunt van het gemeenschapsleven dat aan de orde komt wanneer een gezin, een vriendenkring zich om een tafel schaart, uit het oogpunt van het geloofsleven waardoor ik in dankbaarheid voor de Gever mijn benen onder mijn eigen tafel mag uitstrekken, en dan is er nog een aparte dimensie wanneer de gemeente van Christus zich schikt aan .de Avondmaalstafel.
Kortom, Vollenhoven leerde ons onderscheiden, ook in dit opzicht dat hij gewoon denken en weten scherp afgrensde (niet: afgrendelde) van wetenschappelijk denken en weten. Dat was voor ons, theologen, van grote betekenis. Wij leerden 2JÎen,niet alleen dat in de wetenschappelijke theologie vaak allerlei onschriftuurlijke filosofie de toon aangegeven bad, maar ook dat de wetenschappelijke theologie vaak was gaan heersen over het gelovig weten, een inzicht dat tot op de dag van vandaag van verstrekkend belang is. De theologie werd op haar bescheiden plaats gezet, kerkelijk dogma en wetenschappelijk dogmatiek werden tegen elkaar afgegrensd, de theologie werd niet meer geëerd als "koningin der wetenschappen" die voor álle vakwetenschap en ook de wijsbegeerte konden uit eigen hoofde schriftuurlijk bezig zijn. Schriftuurlijk!
Vollenhoven gebruikte graag de term "schriftmatig", omdat de term "schriftuurlijk" zo gemakkelijk aanleiding kan geiven tot de gedachte dat de wetenschap altijd met Schriftteksten zou moeten werken om haar bijbels karakter te tonen.
Naast de vele onderscheidingen liet Vollenhoven ons óók de vaak zeer ingewikkelde samenhangen zien: in elk stukje van de geschapen werkelijkheid lagen de aspecten met elkaar samen, de verschillende terreinen van de werkelijkheid staan niet los van elkaar, de verschillende wetenschappen hebben onderling allerlei verbanden. Er is misschien wel eens misbruik' gemaakt van de leer der soevereiniteit in eigen kring, maar de op die leer soms geleverde kritiek - dat op die manier de verschillende terreinen des levens onafhankelijk van elkaar gemaakt worden en dat zo bijvoorbeeld de kerk geen woord meer kan spreken voor gezin, staat, maatschappij, kunst, wetenschap enz. - is niet gerechtvaardigd. Op de achtergrond van zulke kritiek staat voor mijn gevoel nog altijd de idee dat de theologie het te zeggen heeft voor het christelijk leven en dat derhalve de beroepstheologen daarvoor een groot woord te spreken hebben. Dat laatste heeft, tot groot verdriet van Vollenhoven. ook een belangrijke rol gespeeld in het kerkelijk leven.
Groot verdriet heeft hij ook gehad van de tegenstand die hij in eigen kring ondervond. Maar hij is moedig voorwaarts gegaan en mocht later grote waardering oogsten.
Hoezeer Vollenhovens wijsbegeerte kritisch was ten opzichte van allerlei traditie, Vollenhoven bleef erkennen dat hij zonder zijn vele 'voorgangers, zowel uit christelijke als uit niet-christelijke kring, zijn filosofie niet had kunnen opbouwen. Hij hield zijn systeem dan ook altijd open. Hij pretendeerde niet een kant-en-klaar, afgerond stelsel te hebben. Altijd waren correcties, wijzigingen, aanvullingen mogelijk. Daarvoor stond hij open, zelfs tegenover ons, eerstejaarsstudenten.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er hier en daar verschil van inzicht en opvatting bestaat tussen de aanhangers van de reformatorische wijsbegeerte. Dat hoort er, om zo te zeggen, bij. Vollenhoven zwoer bij 'geen mens - en dat was voor hem geen theorie -, noch bij Calvijn, noch bij Kuyper, noch bij wie dan ook. Hij wilde ook niet dat men bij hem zou zweren en onkritisch zijn opvattingen zou overnemen. Ook in de beoefening van de wetenschap gold voor hem dat we de volkomenheid nog niet gegrepen hebben en haar in dit leven nooit zullen grijpen. Hij was op weg en, hoe moeilijk het gaan op die weg soms ook was en gemaakt werd, hij bleef volharden. Hij beeft ook vruchten op zijn arbeid mogen zien, o.a. in de stichting van leerstoelen voor reformatorische wijsbegeerte aan rijksuniversiteiten en hcgescholen. En onberekenbaar is de invloed die van Vollenhoven op veler denken is uitgegaan. Ja, velen zullen hem en zijn onderwijs in dankbare herinnering houden.
Deze man, klein van stuk, was een reus in het rijk der wetenschap; hij was ook een grote in het koninkrijk der hemelen, omdat hij mét al zijn wetenschap steeds kind bleef voor God.