De Bijbel van kaft tot kaft in audiofilm

2012-05-12
  • Jaargang 56
  • nummer 10
Wie op het EO-magazine Visie geabonneerd is, kreeg ruim een week geleden gratis een cd met daarop in audio het Bijbelboek Esther. Samen met Hooglied en Marcus is dat deel 1 van de zogenaamde Bijbel Tapes – een zevenjarig project, waarbij de hele Bijbel in de NBV wordt uitgebracht als audiofilm. Of ‘hoorspel 2.0’, zoals initiatiefnemer en regisseur Peter te Nuyl het noemt.

Ik was anderhalve maand geleden bij de presentatie van dat eerste deel. Dat was in Amsterdam, in de Rode Hoed, waar van alles gebeurt dat te maken heeft met cultuur en soms ook met de kerk. Deze laatste woensdag in maart kende veel verrassende momenten.

Onder de hoogtezon
Het idee van de Bijbel Tapes komt van Peter te Nuyl, die ook de regie op zich heeft genomen. Opvallend is direct al dat de bedenker van dit project rond de Bijbel niet opgroeide in een kerkelijk klimaat. Tijdens de presentatie op 28 maart in de Rode Hoed, vertelde Te Nuyl dat hij op een of andere manier altijd wel geboeid was door de Bijbel. Als kind al door de verhalen uit de kinderbijbel van zijn grootouders, maar ook later. Zelfs in de tijd van zijn studie aan de toneelacademie in de jaren zeventig – ‘voor de mensen daar was God dood, echt hartstikke dood’ – spijbelde student Peter geregeld om de pastorale overdenkingen van ds. Hans Visser te beluisteren in het radioprogramma ‘Onder de hoogtezon’. Te Nuyl: ‘Daar genoot ik echt van, want dat was iemand die de Bijbelse verhalen zo geweldig dichtbij kon brengen. Maar je moet niet denken dat ik op school durfde te vertellen dat ik naar een dominee zat te
luisteren!’

Cultuurshock
Vele jaren werkte Peter te Nuyl als regisseur en tekstschrijver, waarbij hij onder andere twee grote audioprojecten voltooide (Bommel van Marten Toonder en Het Bureau van Voskuil). De schok van de aanval op de Twin Towers zette hem opnieuw aan het denken over de wortels van de West-Europese cultuur. ‘De Bijbel zie je overal terug, in de kunst, in ons rechtssysteem, maar ook in de ethiek.
Dat is echt onze bakermat’.
Te Nuyl realiseerde zich dat het op die 11e september ging om een botsing tussen twee culturen en dat bracht hem bij de vraag op welke manier we als West-Europese Nederlanders weer meer vertrouwd zouden kunnen raken met de joods-christelijke traditie, die onze cultuur zo heeft gevormd.
De weg naar 28 maart 2012 was vervolgens lang, maar uiteindelijk kreeg Peter te Nuyl het rond met de financiën en uitgeverij Chevigny.

Verwondering
Tijdens de presentatieavond werd wel duidelijk dat het project vanaf het begin indruk maakte op bijna iedereen die er mee van doen had. Ook meer en dieper dan menigeen van tevoren voor mogelijk had gehouden.
Zo liet uitgever-directeur Robert Coppenhagen weten dat één Bijbels zinnetje hem altijd al had gefascineerd: ‘In den beginne was het Woord’. En toen hij van de plannen hoorde, via de vrouw van Te Nuyl, vond hij dat zo bijzonder, dat hij vanaf dat moment het sterke gevoel had dat hij daar in moest stappen.
Dat gaf van meet af aan een meer dan gewone betrokkenheid, die ook hoorbaar was in zijn woorden.
Peter te Nuyl werd ook heel persoonlijk, toen hij vertelde van zijn ervaringen bij het lezen en uitwerken van de NBV-tekst met het oog op de opnames: ‘Toen ik begon met Marcus wist ik natuurlijk wel dat je in dat boek allerlei wonderen vindt, wel zeven en twintig, geloof ik. Met brood dat meer wordt en dat gebeurde met die vissen ook. Ik moet eerlijk zeggen dat ik met de nodige scepsis begon, maar dat sloeg al snel om in verwondering en uiteindelijk in iets als geloof. Met daar achteraan: kom mijn ongeloof te hulp! Dat zegt een vader van een zieke zoon ergens tegen Jezus, maar eigenlijk is dat volgens mij de kern waar het hele boek Marcus om draait.
Dat herken ik helemaal.’

Tieners
Boeiend was het om te zien hoeveel tieners meewerken aan de opnames.
Het boek Hooglied was zelfs helemaal het werk van een jongen en een meisje van zeventien jaar. Dat was ook iets wat Peter te Nuyl voor ogen stond. Van een diepere laag in het boek Hooglied (liefde van God voor zijn volk, de band tussen Christus en de gemeente) wilde Te Nuyl niet weten. Het was voor hem echt liefdestaal van twee jonge mensen. Daarom wilde hij ook dat dit Bijbelboekje door jongeren gelezen zou worden.
Van zijn keuze voor Abbey Hoes en Jochum van der Woude zal hij geen spijt gehad hebben!

Jezus
Nog even terug naar Marcus. Met een paar catechisanten beluisterde ik wat fragmenten uit de lijdensgeschiedenis.
Ze vond het ‘wel aardig’ en herkenden ogenblikkelijk ‘Sinterklaas’ – Bram van der Vlugt – die in Marcus de verbindende tekst voor zijn rekening neemt. Ze zaten daarmee meteen bij degene die je niet een tekst hoort voorlezen, maar die de tekst aan je vertelt. Uiterst boeiend! De Jezusstem van Matteo van der Grijn (die ook de goddelijke stem vertolkt!) heeft een duidelijk jongere klank. Dat geeft de Jezus-figuur iets heel gewoons, mij soms een beetje te. Vooral ook, omdat al in het eerste hoofdstuk wordt gezegd dat Jezus sprak als een gezaghebbende, anders dan de Schriftgeleerden. Hoe laat je zo’n fundamentele kanttekening doorklinken in de stem van Jezus, dat is dan de spannende vraag. Volgens mij had het nog meer van binnenuit gekund, met nog meer van het mysterie van deze Jezus Messias. Ik denk bijvoorbeeld aan het indringende Jesaja-citaat in hoofdstuk 4, waar Jezus aan zijn leerlingen duidelijk maakt waarom hij tot het volk in gelijkenissen spreekt. Dat is heel mooi opgenomen met een profetische stem, die door Jezus wordt herhaald. Maar de herhaling heeft minder de sfeer van het geheimenis dan de profetische stem zelf. Ook de avondmaalswoorden uit Marcus 15 hadden wat mij betreft geladener mogen klinken, maar daarbij luister ik misschien te veel met de klank van de Passies van Bach in mijn oren. Ook heel mooie audiofilms trouwens!

Klanken
Boeiend zijn de klanken, waarmee Te Nuyl werkt. Die voegen heel veel toe. Soms zijn het 21e-eeuwse stadse verkeersgeluiden die toevallig meekwamen in de opnamen, zoals bij Esther.
Maar ook de muzikale klanken die iets van het thema aangeven, zoals het geluid van spijkers in de lijdensgeschiedenis.
Of de sjofar, die geregeld opklinkt. Of het kabbelende water dat hoorbaar wordt als Jezus met zijn discipelen rondtrekt. Al groeien er soms wel erg veel percussiegeluiden door de tekst heen, zoals bij de geschiedenis van de dood van Johannes (Marcus 6).
Een effect dat ook veel toevoegt is het gebruik om soms meerdere stemmen aan het woord te laten komen, zoals bij de demonen, die Jezus vragen om in de varkens te varen. Of bij een weerwoord uit de kring van de Farizeeën, tijdens de vele discussies die Jezus met ze voert.

Vindingrijk
Het project heeft tot nu toe alleen nog maar positieve respons opgeleverd – van AD tot ND. En niet zomaar stuurt de EO het boekje Esther mee. Boeiend ook, zo’n initiatief in een tijd dat kerkgebouwen gesloten worden en de moraal van kerk en klooster onder kritiek ligt. Dat er dan iemand van buiten de kerkmuren op het idee komt om zeven jaar van zijn leven te wijden aan de opname van de Bijbel als audiofilm!
Volkomen onverwacht vind ik zoiets!
En dat met een enthousiasme, waarbij geen berg Peter te Nuyl te hoog lijkt.
Want lees je de Bijbel in een jaar van kaft tot kaft (zoals we met een aantal gemeenteleden doen in de NGK Amersfoort-Noord), dan denk je toch als eerste aan geslachtsregisters en de minutieuze opsomming van de materialen voor de bouw van de tabernakel.
Maar Te Nuyl heeft ook daar al zijn gedachten over. ‘Al die namen hebben wel iets meditatiefs, iets van minimal music of zoiets’, zo las ik ergens.
En de eerste van de 150 Psalmen was ook live te horen. Peter te Nuyl had de popzanger Huub van der Lubbe gevraagd om een psalm op muziek te zetten en wel Psalm 55. Uit zijn tenen kwam het, misschien nog wel meer dan in de opname op Youtube. Hoe zal de 119e worden, denk ik dan.
Verder ben ik ook benieuwd hoe Te Nuyl de andere drie evangeliën zal oppakken. Met een andere rolverdeling en andere stemmen? Of toch niet?
En hoe zal hij Johannes doen, waar je soms zit te aarzelen waar Jezus aan het woord is en waar de evangelist. Op zich al een verdienste dat zo’n eerste uitgave zo nieuwsgierig maakt.

In de file
Leuk is het ook om te zien dat het nauwelijks drie kwartier kost om het hele boekje Hooglied of Esther te beluisteren.
Echt iets voor in de file, dacht ik.
Nu is de keus nog beperkt, maar als er op een gegeven moment een stuk of tien Bijbelboeken beschikbaar zijn, dan is het heel opbouwend om van tijd tot tijd eens naar een heel Bijbelboek te luisteren. In de genoemde file of met een paar ‘oortjes’ in de trein. Niet lezen, maar luisteren, zoals in de voorbije eeuwen veelal gebeurde. Want de Bijbel is meer een luisterboek dan een leesboek, zo schreef Bob Wielenga onlangs (Opbouw 56-02, opbouwonlineartikel 014655).
En zo zijn er meer mogelijkheden om met dit audiowerk aan de slag te gaan.
Voor slechtzienden is het natuurlijk een prachtige mogelijkheid. Of weer heel anders: beluister eens dagelijks (een deel van) een hoofdstuk rond de maaltijd. Samen als gezin of als alleengaande.
En verder kan ook ieder die wel eens voorlezer is in een dienst, zijn inspiratie opdoen met deze tapes. En missionair zijn er vast ook wel kansen.
Kortom: mogelijkheden genoeg met deze Bijbel Tapes.

Zie verder: www.debijbeltapes.nl/ of beluister gedeelten van Marcus in het EO-programma ‘Dit is de zondag’ www.radio1.nl/items/49534-bijbeltapes-marcus-als-audiofilm; www.radio1.nl/items/49535-bijbeltapesjezus-is-de-mens.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief