‘Oude liederen niet weggooien, nieuwe liederen niet afwijzen’
2012-05-12
In steeds meer traditionele kerken worden naast psalmen en gezangen ook opwekkingsliederen gezongen. Niet iedereen is daar blij mee: opwekkingsliederen zouden te eenzijdig zijn en een grote nadruk leggen op het gevoel. In deze artikelenserie maken we kennis met een aantal mensen die bewust opwekkingsliederen laten zingen in de dienst of schrijver zijn van deze liederen. In dit deel: Interview met Peter van Essen, van 1990 tot 2010 eindverantwoordelijk voor de muziek bij de stichting Opwekking en schrijver en vertaler van meer dan 80 opwekkingsliederen.- Jaargang 56
- nummer 10
Twee feiten die Peter van Essen tot op de dag van vandaag gevormd hebben: muziek – het is hem met de paplepel ingegoten – en zijn geloof. Hij kwam op z’n zevende tot geloof op een conferentie in Dalfsen waar veel gezongen werd. ‘Als kind ervoer ik al: zingen heeft iets moois, iets wat samenbindt met God en mensen.’
In die jaren is er veel veranderd, maar liedschrijver en violist Peter van Essen houdt zich nog steeds intensief met muziek en geloof bezig. Vrucht daarvan zijn bekende liederen als ‘Geprezen zij de Here’ en ‘Heerlijk is uw naam’ en recentere, zoals ‘Jezus, licht in de duisternis’ en ‘In het diepst van de nacht’.
Je liederen worden in veel kerken en gemeenten gezongen, ook in de traditionele kerken. Wat doet dat met je?
‘Het stemt mij dankbaar dat ik liederen mag schrijven die tot zegen van anderen mogen zijn. En dat ze steeds meer gezongen worden, ook in kerken.
Het bewijst dat de Opwekkingsbundel meer volwassen is geworden.
De teksten zijn meer uitgebalanceerd en theologisch ook dieper geworden.
Toen de bundel ontstond in de jaren ’70, was het niet zozeer de bedoeling om “een uitgebalanceerde bundel” te maken, het was meer een aanvulling op het bestaande. De liederen waren vaak vrolijk en getuigend. Toen stichting Opwekking zag dat de bundel steeds meer een vaste plek kreeg in veel gemeenten, heeft ze ook de verantwoordelijkheid op zich genomen om de bundel meer evenwichtig te maken. “Ik heb een loflied in mijn hart” is een typerend voorbeeld uit de begintijd: sterk vanuit het gevoel beleefd en vanuit de behoefte om de blijdschap van het geloof te uiten in liederen en muziek.’
Is dat erg dan?
‘Als het in balans is, denk ik van niet.
Je kunt zingen met je verstand, waarbij je bepaalde teksten uit de Bijbel overdenkt.
Maar je kunt ook zingen met je gevoel. Als je naar de psalmen in de Bijbel kijkt, zie je dat daar veel ruimte voor is. Ruimte om te juichen en te jubelen, maar ook voor verdriet, angst en spijt. De kracht van opwekkingsliederen is dat veel liederen mensen helpen hun gevoelens te uiten.’
Maar, zeggen sommigen, ik heb die emoties heus wel, ik kan het alleen niet zo goed uiten.
‘Het is heel goed dat we ons bewust zijn van het feit dat sommige mensen van binnen met veel intensiteit kunnen zingen, terwijl je dat aan de buitenkant niet zo ziet. Tegelijkertijd is het een stukje vrijheid dat mag groeien, om wel degelijk je lichaam te gebruiken en uiting te geven aan enthousiasme, of juist verstilde aanbidding.
De Bijbel moedigt ons hierin aan.’
Kun je daar een voorbeeld van geven?
‘Als je naar Gods volk kijkt, dan lees je in het Oude Testament dat ze soms vrolijk in het rond dansten, en op andere momenten eerbiedig neerknielden voor God. Ook in Psalm 95 zien we dat het lichaam gebruikt wordt om letterlijk een houding aan te nemen.
Dat zijn we soms een beetje kwijtgeraakt.
Maar het belangrijkste is: je mag jezelf zijn bij God. Je hoeft je niet afstandelijk op te stellen naar Hem, dat doet Hij ook niet naar ons toe.
Als we onszelf zijn, zie je dat we wel degelijk onze emoties kunnen laten zien: bij een doelpunt van een belangrijke wedstrijd juichen we! En als we een feestje vieren, zingen we ook luid en vrolijk. Het zit er dus wel in. Het heeft waarschijnlijk veel met ons beeld van God te maken.’
Hoe bedoel je dat?
‘Sommige christenen zien God alleen als een verre, afstandelijke God, die op ons neerziet. Toch klopt dat beeld niet.
Want Hij laat zich in de Bijbel ook zien als een Vader, een Papa. “Abba”, noemt de Bijbel Hem. We mogen Hem aanroepen en dicht bij Hem komen.’
Wat is, muziekliturgisch gezien, jouw ideale kerkdienst of samenkomst?
‘Dat is een dienst waarin mensen elkaar de ruimte geven. Ik vind het goed om oude en nieuwe liederen naast elkaar te zingen. We moeten oude psalmen en gezangen niet weggooien en nieuwe liederen niet afwijzen. De Bijbel zegt: ‘Zingt voor de Heer een nieuw lied.’ Het is belangrijk om open te staan voor het nieuwe. Aan de andere kant hebben oudere mensen vaak een heel diepe beleving bij bepaalde oude liederen.
Dat moet je ze ook niet ontnemen: je wilt kerk zijn voor zowel jongeren als ouderen. Bovendien kun je elkaars voorkeursliederen leren waarderen.
Dat geldt ook voor de begeleiding. We mogen zowel moderne instrumenten inzetten zoals piano, gitaar en drumstel, als meer klassieke instrumenten zoals orgel, viool en trompet. Met verschillende muziekinstrumenten kun je verschillende stijlen en sferen weergeven.’
Kun jij zowel een oud als een nieuw lied noemen dat je raakt, of waar je door onderwezen bent?
‘Het opwekkingslied “Geprezen zij de Here” (Opw. 411) is een van mijn levensliederen, ik heb dat naar aanleiding van Psalm 68:20 geschreven. Toen ik het schreef, ben ik met het refrein begonnen, pas later heb ik de coupletten toegevoegd. Het spreekt me aan omdat ik veel schrijf over het beschadigde dat hersteld wordt. Ik zie dat in mijn eigen leven, en in dat van mensen om me heen. Ik vind het ook goed dat de moeilijke kanten van het leven een plaats krijgen in de liederen die de kerk zingt: strijd, zwakte, maar wel met God erbij.
Als ik nadenk over een Psalm die mij raakt, wil ik er eigenlijk twee noemen.
Allereerst Psalm 27 (“U bent mijn licht”) van mijn cd In Uw Schaduw.
In die psalm zit strijd, waar ik me in herken: ook al is er een leger om je heen, je hoeft niet bang te zijn.
God bergt je in zijn hut, maar ook: Hij stelt je hoog op een rots, zodat je een helder uitzicht hebt op je leven.
Ik vind dat beeld erg mooi, omdat God me uittilt boven een gevoel van onmacht dat ik soms heb. Dat ik soms zwakte voel, maar ook merk dat ik daarin overwinnaar mag zijn en toch met optimisme verder mag gaan.’
Wat is de andere Psalm die je veel doet?
‘Dat is Psalm 23: “De Heer is mijn herder”. Ook van deze psalm heb ik een bewerking gemaakt op de cd In Uw schaduw. Ik vind dat een bijzondere psalm, omdat ik die bij het sterfbed van mijn moeder gezongen heb, op haar nadrukkelijke verzoek.
Het was het laatste moment van haar leven en ze vond het zo fijn. Ze kneep even in m’n hand. Daarom is die psalm extra bijzonder voor me geworden. Je ziet in deze psalm de zorg die van God uitgaat: Hij is een Herder die zijn schapen allemaal persoonlijk kent.’
Meer informatie: www.peterencarinvanessen.nl
Ronald Koops is journalist en uitvoerend musicus/pianist. Hij geeft onderwijs over muziek en aanbidding in kerken en gemeenten.