Kleine kerken hebben de toekomst: ja/nee
2012-05-12
Kleine kerken hebben iets aantrekkelijks, iets Bijbels en iets eigentijds. Toch sloten de afgelopen vijftien jaar tien kleine kerken binnen de NGK hun deuren. En die lijst zal de komende jaren nog wel langer worden. Inherent aan kleine kerken is namelijk dat ze ook kwetsbaar zijn. En ons kerkverband bestaat voor bijna de helft uit kleine kerken. Een blik op de cijfers. - Jaargang 56
- nummer 10
Ik ben opgegroeid in de gemeente van Almkerk-Werkendam (Sleeuwijk).
Ooit 134 leden. Ik heb mijn geloof niet behouden door een grote vriendenkring binnen de gemeente.
Er waren nauwelijks leeftijdsgenoten.
Jeugddiensten en jeugdwerk waren er niet. Maar in mijn herinnering dronken we bijna elke week na afloop van de dienst koffie met gemeenteleden – bij ons thuis of bij hen. Een streekgemeente, maar wel met veel onderlinge liefde en verbondenheid.
De gemeente heeft heel wat roerige jaren achter de rug. De leden weten zich nog steeds aan elkaar verbonden.
Maar veertig leden momenteel is best zorgelijk. En het doet me pijn, want ik ken de mensen.
Leugens en statistieken
Er zijn kleine gemeenten waar ik weinig van weet, maar ik kan zo nog een paar gemeenten oplepelen in een vergelijkbare situatie als Sleeuwijk.
Laten we daarom eens kijken naar de cijfermatige gegevens van onze kleine kerken. Maar, voordat we dat doen, eerst twee slagen om de arm.
Het is bijna een staande uitdrukking onder statistici: ‘Je hebt leugens, grote leugens en je hebt statistieken.’ Om maar eens aan te geven hoe makkelijk mensen getallen naar hun hand zetten.
Ik maak me al jaren zorgen over gemeenten met kleinere ledentallen en dus zal ik proberen die zorgen te staven aan de hand van de gegevens.
En er is dus een gerede kans dat ik mijn zorgen de getallen in lees.
Bovendien: wie getallen op een rijtje zet, houdt altijd ruis over. Mijn cijfers van de gemeenten in en om Amsterdam zijn, denk ik, niet helemaal goed. En de NGK Zaandam ging samen met de GKV Zaandam.
Samen hebben ze nu meer dan 200 leden. Ik heb die kerk daarom buiten mijn analyse gehouden. Eenzelfde verhaal geldt voor Hengelo. Maar op de beslissing om die gemeenten buiten mijn analyse te houden, valt natuurlijk best wat af te dingen. En zo zijn er vast wel meer haken en ogen.
Daarom: wie belangstelling heeft , kan van mij de gegevens krijgen en er zelf mee aan de slag gaan.
Cijfers op een rijtje
Wie alleen kijkt naar de ledentallen van het kerkverband als geheel, ziet wellicht een kleine groei. Maar tien kleine gemeenten die elk twintig leden verliezen hebben een grotere impact op het kerkverband dan 220 die er in Voorthuizen-Barneveld of Houten bij komen. Daarom zoomen we in dit artikel in op kerken met een ledental van 200 of minder. Dat getal 200 is enigszins arbitrair, maar niet geheel willekeurig: een gemeente van 200 zou wellicht een predikant kunnen onderhouden. De waarde 200 variëren in 250 of 300 verandert het beeld overigens nauwelijks.
In 1996 telden de NGK op een totaal van 93 gemeenten er 37 met minder dan 200 leden. Daarvan waren er in 2011 nog 27 over (28 volgens het jaarboekje van 2011, maar in dat jaar sloot de NGK Katwijk haar deuren).
In vijftien jaar verdwenen dus ongeveer tien kerken: Middelburg, Katwijk, Zwijndrecht, Bilthoven, om maar eens wat namen te noemen.
Het feit dat gemeenten zoals Breda en Baarn fuseerden verandert weinig aan de conclusie dat kleine kerken het niet makkelijk hebben: in vijftien jaar tijd zijn slechts 27 van die 37 nog zelfstandig.
Van die 37 die in 1996 minder dan 200 leden hadden, groeiden er 8.
Sommige zelfs flink. Zeewolde, Nijmegen en Wageningen hebben groeipercentages van boven de 100%. Maar krimp sloeg ook hard toe, percentages van boven de 20% zijn geen uitzondering.
Die behoorlijk grote fluctuaties in ledentallen zie je trouwens ook terug bij grotere kerken: Groningen groeide met bijna 40%, Voorthuizen-Barneveld met 90% en Houten zelfs met 350%. Maar grote krimppercentages zijn bij grotere gemeenten uitzonderlijk. En soms verklaarbaar: Rotterdam-Overschie kromp met 46%, maar die gemeente is gesplitst en daar staat dus Rotterdam-Alexanderpolder tegenover. Grote krimp bij kleine gemeenten is echter niet ongewoon. Het gemiddelde ledental van de kleine kerken nam overigens ook licht af, van 128 in 1996 tot 113 in 2011.
In 2011 hadden 26 kerken 200 of minder leden. 26 van de 89. Dat is bijna een derde van het totale aantal gemeenten. Kerken tot 280 leden kunnen steun krijgen vanuit het landelijk verband via de CSK (Commissie Steunbehoevende Kerken). In 2011 hadden 41 van de 89 minder dan die 280 leden. Gelukkig doen lang niet al die kerken een beroep op de CSK, maar ik vind het ontnuchterende getallen. En ik niet alleen. In de regio Zuid bevinden zich de NGK Eindhoven, Nijmegen, Rijsbergen, Maastricht en Sleeuwijk. Deze kerken vragen zich af: kunnen wij ooit zonder financiële hulp van buiten?
Moeten we misschien gaan werken naar een situatie waarin we zonder predikant gemeente kunnen zijn? Dat zijn relevante vragen.
Kwetsbaar kerkverband
Wie inzoomt op individuele gemeenten, ontdekt allerlei verschillende verklaringen waarom bepaalde gemeenten krimpen: een echtscheiding, overspel van de predikant, een conflict over de leer, vergrijzing enzovoorts. Daarnaast spelen nog allerlei factoren een rol. Het is niet eenvoudig om als streekgemeente te functioneren, zeker niet in een streek waar nog meer kerken zijn. Kerken in de stad hebben het in het algemeen moeilijk. En de ontkerkelijking gaat ook niet aan de deur van de NGK voorbij. Misschien moeten we de eenduidigheid daarom ergens anders zoeken: kleine kerken hebben minder veerkracht en kunnen een crisis daardoor minder goed opvangen. Kleine kerken hebben iets kwetsbaars. En ons kerkverband bestaat uit een groot aantal kleine kerken.
De kracht van klein
Is het verkeerd om een kleine gemeente te zijn? Nee, natuurlijk niet.
In de Bijbel zijn het vaak de Gideonsbendes die met hulp van God het verschil maken. Jezus koos de twaalf. Op Pinksteren waren er 120 bij elkaar.
Erastus verleende gastvrijheid aan de gemeente van Korinte en die bestond dus waarschijnlijk uit niet veel meer dan vijftig mensen.
Een kleine gemeente is ook bij uitstek een plaats waar mensen gezien kunnen worden en gekend. En in onze tijd zoeken mensen niet alleen grote anonieme evenementen, maar ook gemeenschappen waar ze geborgen zijn. Tegelijkertijd, de kwetsbaarheid blijft. En de vraag dient zich aan hoe we kleine gemeenschappen organiseren waar mensen zich geborgen weten.
En die vraag is volgens mij nog niet goed gesteld, laat staan beantwoord.
Hoe verder?
In 2009 heeft de conferentie ‘Sluiten of doorstarten’ de situatie van de kleine kerken stevig op de kaart gezet. Vanuit het Missionair Steunpunt hebben we vervolgens een kleine-kerkenconferentie georganiseerd. Op de ambtsdragersdag van 2 juni a.s. zijn behalve workshops die voor alle gemeenten belangwekkend zijn, ook speciaal twee sporen uitgezet voor kleine kerken.
Ik hoop dat daar net als in 2009 weer heel wat mensen op afkomen. Maar ik denk dat er meer nodig is: bezinning, experimenten, gebed en besef van afhankelijkheid.
Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Maassluis en Missionair Consulent van de NGK.
| Workshops voor kleine kerken op ambtsdragersdag Op de ambtsdragersdag op 2 juni is er aandacht vanuit en voor kleine kerken. Dit ook op verzoek van gemeenten uit het land. Juist in de onderlinge ontmoeting kunnen we van elkaar leren. Hieronder lichten we twee van de workshops eruit die zeker interessant zijn voor kleinere kerken. Op de website en in een volgende editie van Opbouw komt de volledige lijst te staan. Aanmelden kan via www.tussengisterenenmorgen.nl. |
| Een kleine kerk is nog geen Gideonsbende – Gerbram Heek Op de Conferentie Sluiten of Doorstarten was Gerbram Heek een van de mensen die zijn verhaal deed. Gerbram is predikant van de Veenhartkerk in de Ronde Venen (GKV). Een kleine gemeente in een dorp. Een gemeente die op een punt kwam waarop ze moesten beslissen: sluiten of doorstarten. De Veenhartkerk koos voor het laatste en is inmiddels een aantal jaren verder. Op de ambtsdragersdag zal Gebram kort de geschiedenis van de Veenhartkerk vertellen. Maar bovenal wil hij met zijn ervaring mensen helpen inventariseren waar ze zichzelf bevinden in een mogelijk veranderingstraject, wat hun uitdagingen, wat hun vragen zijn. Het gaat hier dus om een echte workshop, waarbij de deelnemers aan het werk gaan. En vandaar dat we ook twee uur lang samen aan de slag gaan. |
| Missionaire groepen in de NGK Doorn – Gijs Bronsveld De NGK Doorn is een middelgrote NGK met ongeveer 260 leden. Vanuit de gemeente zijn afgelopen twee jaar twee experimenten begonnen. Een missionaire groep is betrokken bij asielzoekers. Ook is er een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van vier of vijf kerken in Doorn, die op zaterdagavond een inloophuis voor hangjongeren gaan opzetten vanuit de kerken – op basis van het Mall-concept van YFC. YFC coacht het project. Hoe zijn deze twee projecten tot stand gekomen? Hoe reageert de gemeente erop? Hoe creëer je ruimte in je gemeente voor nieuwe initiatieven, zonder wat er is te verliezen? Ook in deze workshop, verdeeld over twee uur, gaan we vooral samen aan de slag. |