Christen zijn - Rentmeester zijn 1)

1977-01-07
  • Jaargang 21
  • nummer 1
In deze tijd, waarin heel veel aan het veranderen is - het landschap om ons heen, maar ook de opvattingen en meningen - kan er gemakkelijk onzekerheid ontstaan over de vraag, hoe wij nu in deze tijd leesbare brieven van Christus kunnen zijn.
Dat geldt zeker ook voor ons staan in het economisch leven van deze tijd.
Economisch leven - het is een term, die voor velen van ons de gevoelswaarde heeft van iets, dat altijd met geld te maken heeft en dat zich bovendien grotendeels buiten ons eigen leventje afspeelt.
Maar economie, het economische leven, is natuurlijk méér dan omgaan met geld en ook méér dan wat met ingewikkelde termen in onze kranten te lezen valt. Economie, zo zou men kunnen zeggen, is alles wat met "zorgvuldig beheer" te maken heeft. Beheer van alles wat God ons als gebruiksmogelijkheden heeft toevertrouwd. Aan ons persoonlijk, maar ook aan de samenleving. Bij economie hoort natuurlijk de omgang met geld, want geld kan je gebruiken. Maar daar hoort ook de keuze van de arbeid bij, de gebruiksmogelijkheid van je lichaamskracht.
Als mensen niet kunnen werken is er sprake van economisch verlies. Maar ook al onze talenten en eigenschappen moeten we zorgvuldig beheren, gebruiken, ontwikkelen. Daar zit dus ook economie aan. En bij de ons toevertrouwde gebruiksmogelijkheden behoort ook de tijd. Tijd is één van de kostbaarste geschenken, die God aan mensen geeft.
Het milieu, waarin we leven, is tenslotte ook iets waarvoor we in ons beheer verantwoordelijk zijn. We mogen dat milieu niet verknoeien, maar moeten het op een zorgvuldige manier verzorgen. Economie heeft dus alles te maken met ons gewone leven van alle dag.
Het heeft te maken met ons kopen, met ons werken buitenshuis, maar ook in een huishouding. Het heeft te maken met onze tijdsindeling, maar ook met onze zorg voor de omgeving, waarin wij wonen. Maar omdat dit zo is, heeft economie ook direct te maken met ons Christen zijn. Hoe gaan wij als Christenen om met onze tijd, met ons geld, met onze arbeid? Hoe gaan wij in onze westerse samenleving om met ons milieu, met onze technische mogelijkheden, met de mensen die kunnen werken en met de mensen die niet kunnen werken? God vraagt van ons als afzonderlijke mensen, maar ook van ons als volkeren, dat wij al onze economische mogelijkheden zorgvuldig beheren.
Wanneer het over economie gaat is de enige maatstaf. die veel mensen aanspreekt: houden wat je hebt, en proberen te krijgen wat je kunt.
Dat is niet alleen de norm van individuele mensen, maar ook van organisaties geworden. Zo is de stijl van ons economie bedrijven geworden.
Een geheel ander licht werpt echter de Bijbel op de vraag wat economisch leven behoort te zijn.

Economie als altwoord geven

In het begin van het Johannes-evangelie wordt gesproken van de schepping van deze wereld door het Woord. God schept de wereld.
Hij is de Vader, Die Zijn woord uitspreekt, en Hij doet dat door de adem van de Geest. De schepping is het werk van de drieënige God.
Het woord van God veronderstelt een antwoord. Een woord, dat is als het ware het begin van een gesprek, dat op gang moet komen; een woord staat niet op zichzelf. Dat geldt nu met name ook voor de schepping. Deze wereld met alles wat er aan mogelijkheden in verscholen is, mogen wij zien als het woord van God aan ons. En op dat woord verwacht Hij van ons, mensen en volkeren, een antwoord.
De hele wereldgeschiedenis zou dan ook kunnen worden gezien als een gesprek tussen God en de mensheid, waarbij God in Zijn schepping het eerste woord gesproken heeft. Gods schepping draagt een antwoord-structuur: ze is aangelegd op ons antwoord-geven. De schepping heeft immers ontstellende mogelijkheden. Mogelijkheden op economisch en cultureel gebied mogelijkheden tot vormgeving en schepping. Mensen kunnen produkten maken; zij kunnen macht vormen; zij kunnen kunstwerken scheppen; zij kunnen onderlinge verhoudingen vorm geven; zij kunnen zelfs nieuw menselijk leven vormen door middel van de sexualiteit. Al deze mogelijkheden zijn in de schepping gelegd met de bedoeling om tot ons antwoord te leiden. Ze moeten gebruikt worden tot eer van God en in dienst van de naaste.
Velen denken bijvoorbeeld bij sexualiteit aan een terrein waar je jezelf oeverloos kunt laten gaan. Ze beschouwen het als iets dat op zichzelf staat, als een op zichzelf staan doel. Maar sexualiteit is bestemd om antwoord te worden. Dat wordt het alleen wanneer het een uitdrukking wordt van liefde, van persoonlijke genegenheid van man en vrouw. Daartoe is de sexualiteit in de schepping gelegd. Alleen daarin komt ze tot haar bestemming. Sexualiteit, die geen uitdrukking is van liefde tussen man en vrouw, tast het levensgeluk aan.
Ook machtsvorming is een mogelijkheid, die door God in de wereld is neergelegd. Velen denken dat je gelukkig wordt als je veel macht hebt. Maar deze schepping is niet op die vorm van machtsgebruik aangelegd. Macht moet leiden tot een antwoord, en dat is: recht doen.
Pas wanneer met macht recht wordt gedaan aan de medemens, komt deze tot haar bestemming. Als het opbouwen van macht een doel in zichzelf wordt, vernietigt het het menselijk leven; zowel van degenen die aan die macht worden onderworpen, als van degenen die die macht gebruiken.
Wat hiervoor over sexualiteit en macht gezegd is, geldt in zekere zin natuurlijk óók voor wat aan technische en economische mogelijkheden in de wereld aanwezig is. Dat geldt ook voor onze omgang met geld, met arbeid, met tijd en met goederen. Wanneer je deze dingen op zichzelf gaat stellen, d.w.z. alleen maar de vergroting van materiëel geluk als de horizon in je leven kiest, kan dat in deze goede schepping alleen maar op de vernietiging van mensen en samenlevingen uitlopen ..

Rentmeesterschap

Het antwoord dat past bij onze omgang met tijd, met goederen en met arbeid, is rentmeesterschap. Dat wil in de eerste plaats zeggen, dat we onze goederen en alles wat ons verder is toevertrouwd - en dat is heel veel - moeten beheren als het eigendom van een Ander. God heeft de mens alles wat op aarde is "in gebruik" gegeven, en de mens mag van de vruchten van het veld en van de bomen rijkelijk genieten.
Maar wat vrucht draagt, moet uiteraard in stand gehouden worden.
Een goede rentmeester exploiteert dus de wereld niet, put die niet restloos uit, maar zorgt voor de mogelijkheid van vrucht-dragen in de toekomst. Hij houdt datgene in stand, wat in de toekomst ook voor het nageslacht vrucht zal moeten dragen.
Het tweede element, dat in rentmeesterschap zit, is dat men dat wat men beheert ook dienstbaar maakt aan medemensen. Calvijns visie op het economisch leven was die, waarbij hij het zag als. een teken van Gods genade en uitdrukking van menselijke lotsverbondenheid (Biéler.
La Pensée économiue et sociale de Calvin, blz. 414). Economisch Ieven is dus het teken van Gods genade: zoveel vertrouwt Hij ons toe.
Maar Hij verwacht dat we met onze economische mogelijkheden elkaar dienen in lotsverbondenheid.
Als je het economische leven niet naar rentmeesterschap laat opengaan, zal dat leiden tot vernietiging van deze wereld, zoals ook een toegesloten, afgeplat machtsgebruik en sexualiteitsgebruik tot vernietiging leidt. In het economische leven kun je de gevolgen van een niet-ontsloten, afgeplatte Ievenshouding o.a. zien aan de manier waarop ons levensmilieu achteruitgaat. Je kunt het ook zien aan de manier waarop de mensen steeds minder hun werk met plezier verrichten.
Het antwoord geven op Gods scheppingswoord komt er vaak helemaal niet uit. Uit onze samenleving niet, maar ook niet uit ons eigen leven.
Onze hele omgang met goederen en arbeid en tijd voltrekt zich veelal in harde vanzelfsprekendheden en gaat soms maar heel weinig open aan de dienst van de Heer en de dienst aan de naaste.

( wordt vervolgd)

1) Causerie, gehouden op 18 september 1976 op de Vrouwencontactdag te Apeldoorn.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief