Zo was het (3)
1977-01-28
Een kleine gemeente heeft iets voor boven een grote.- Jaargang 21
- nummer 4
Een herder en leraar moet wonen in het midden van zijn volk. Hij moet de schapen van de kudde kennen.
Dat is in een grote gemeente niet goed mogelijk. En het is toch nodig, voor de preken bijvoorbeeld. Een voorganger moet weet hebben van de zonden en noden en zorgen van de gemeenteleden. Hij kan het leren kennen op huisbezoek, doopbezoek, tuchtbezoek.
Ook door zogenaamde "bliksembezoekjes" . Dan kan hij z'n hoorders ook leren kennen in het dagelijkse leven.
In de kerk zitten we allen met gezichten, alsof we nooit een oortje versnoept hebben. En op huisbezoek worden ook geen onvertogen woorden gesproken. De Bijbel ligt klaar en de sfeer is op z'n zondags zal ik maar zeggen. Als ik onverwacht eens binnenkwam was ik ongemerkt wel eens getuige van een behoorlijke scheldpartij. En vloeken hoorde ik dan ook wel eens.
Dat komt bij een huisbezoek natuurlijk niet voor. Wel kan men dan soms vreemde zaken tegen komen. In een Bijbel wordt soms een bril gevonden, die al lang zoek was!
Het is goed als een dominee de gemeenteleden leert kennen in het gewone, dagelijkse leven. Niemand van ons is zo godvrezend als hij schijnt te zijn. We zijn niet zo vroom als wij ons bij officiële gelegenheden voordoen. We doen ons meestal beter voor dan we in ons werkpakje zijn. Dat is met mij zo en met ons allen waarschijnlijk.
Ik leerde de leden van de kleine gemeente beter kennen dan die van de gemeente van 1350 "zielen". Vóór de vrijmaking bezocht ik de kerkleden eens in de drie jaar op huisbezoek. De leden van de vrijgemaakte kerk bezocht ik zonder moeite elk jaar. En als het nodig was vaker.
Ik merkte beter dan tevoren, dat het met de kennis van de Schriften er niet best voorstond. Vermoedelijk is het in de loop der jaren niet beter geworden. Vooral nu er weinig gemeenteleden lid zijn van een mannen of vrouwenvereniging. Om van de jeugdverenigingen maar niet te spreken.
Ik wilde daar iets aan doen. En dat wilden velen met mij ook wel. We vormden een Bijbelkring voor de broeders en één voor de zusters. Die kwamen om de andere week samen. En ik besprak dan een gedeelte van de Schrift. Dat heb ik enkele jaren tot mijn genoegen gedaan.
We begonnen ook een kerkblaadje te stencilen. Daarmee had ik hetzelfde doel als met de Bijbelkringen.
Beter thuis raken in de Schrift, om daardoor ook de HERE beter te kennen in alle doen en laten. In het eerste blaadje schreef ik het volgende: "Het is ons doel niet de bestaande kerkbladen te vervangen.
Wie de Reformatie of de Vrije Kerk leest ga daarmee door, evenals met het provinciale blad. Maar niet allen kunnen de zware kost van de Reformatie verwerken. Voor sommigen zijn de bestaande kerkbladen ook te duur. Zodat velen vrijwel geen lectuur hebben om hun kennis van de Schrift te verrijken.
Met die kennis is het niet best gesteld. Men kent vaak beter overgeleverde begrippen dan de Schrift. En die begrippen belemmeren het verstaan van de Schrift soms meer dan dat ze die bevorderen. Ps. 19: 8 zegt: "De Wet des HEREN - we mogen wel zeggen de Schrift of de Onderwijzing van de HERE - is volmaakt, zij verandert het leven. de getuigenis van de HERE is gewis. geeft de eenvoudige wijsheid." In diezelfde Psalm lezen we ook: "De opening van uw woorden geeft licht en maakt de eenvoudigen verstandig". En de Here Jezus heeft gezegd: "Ik dank U. Vader. Here des hemels en der aarde. dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze aan kinderen geopenbaard."
We hoeven gelukkig niet geleerd te zijn om de Schrift te verstaan. We hoeven geen dikke boeken te bestuderen om wijs te worden tot redding van ons leven. Er zijn geleerden. die door hun zogenaamde geleerdheid de Schrift juist niet verstaan Hoofddoel van ons schrijven zal zijn: opening van de Schrift voor gewone mensen. met normaal verstand.
We hopen dat velen als de Bereërs het Woord ontvangen met alle toegenegenheid. onderzoekende dagelijks de Schrift of deze dingen zo waren. Schriftonderzoek is de taak van elk gemeentelid. De HERE verlichte ons verstand en opene onze harten. opdat wij de Schrift mogen verstaan. die ons wijs kunnen maken tot zaligheid.
Dit schreef ik op de voorkant van het blaadje. Het had geen 8, geen 6, geen 4 pagina's, het waren er maar 2. Eén blad papier, aan beide zijden beschreven of liever: getikt. Met voornamelijk verklaring van een Bijbelgedeelte.
Op de achterkant schreef ik: "Leest wat er staat en laat staan wat er staat", Misschien zegt iemand: dat spreekt nogal vanzelf of dat is nogal wiedes. Zo vanzelfsprekend is dat niet. Het is vaak voorgekomen en komt nog voor, dat wij de Bijbel lezen door een bepaalde bril. Met een Kuyperiaanse- of ook een Schilderlaanse-
bril op. Natuurlijk is dat geen opzet, maar in werkelijkheid gebeurt het wel. Dat speelde in de dagen van de vrijmaking ook een rol. Ik noem als voorbeeld Hebr. 10: 28: "Als iemand de wet van Mozes ter Zijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie getuigen.
Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft?
Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En weer: De Here zal zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God".
Daar staat dus: Een overtreder van de Wet, onder het Oude Verbond, werd met de dood gestraft. Zwaarder straf zal, onder het Nieuwe Verbond, iemand ontvangen, die het bloed van Christus, waardoor hij geheiligd was, onrein heeft geacht. Dat staat geschreven, opdat wij bang zouden zijn voor Gods toorn en zouden waken en bidden, opdat wij het bloed van Christus niet zouden verachten.
Wie door het bloed van Christus geheiligd was, kán dus verloren gaan. Wie gedoopt is en in het Nieuwe Verbond is opgenomen, kan verloren gaan. Bondsbreuk is ook onder het Nieuwe Verbond mogelijk. Het staat er duidelijk. Maar "geleerden" hebben er wat anders van gemaakt. Zij hebben geleerd: Wie door het bloed van Christus geheiligd is, wordt beslist behouden en kán niet verloren gaan. Het Verbond kan niet verbroken worden en een echte bondeling heeft geen .straf meer te vrezen.
Als ik er op wees, dat hier toch duidelijk staat: wie door het bloed geheiligd is kán dat bloed onrein achten en verloren gaan, dan was het antwoord: "Dát kán niet". Ik weer: Maar het staat er toch? Dan was het antwoord: "Hier is sprake van uitwendige heiliging en van een uitwendig verbond. Wie innerlijk geheiligd is, en innerlijk bij het Verbond behoort, heeft nooit meer straf te vrezen".
Bij bespreking van deze zaken met de synodale kerkeraad werd uitdrukkelijk gezegd: "Onder het Nieuwe Verbond is van de toorn Gods geen sprake meer, het Verbond kán niet verbroken worden, van echte- straf kunnen we daar niet spreken".
De Schrift werd gelezen door een Kuyperiaanse bril.
En de leer van de grote Kuyper had zo grote invloed, dat men "niet liet staan wat er staat"."
Zo schreef ik ongeveer in het eerste blaadje. We stencilden het met z'n drieën. We hebben er veel plezier mee gehad. Maar ook veel narigheid. We hadden weinig technische kennis en verknoeiden veel papier en inkt. Soms wou ik heel de zaak wel door het raam gooien. Dan weer een van de anderen, Maar we hebben volgehouden. AI doende leerden we wat. Maar volmaakte "stencilers" zijn we niet geworden. Tot dusverre, zoals onze voorlezer vroeger zei.