MENS EN DIER
1977-02-04
In deze tijd, waarin de mensheid verder dan ooit van Gods wetten af staat, heeft de mens de grootste moeite met zijn verhouding tot God en de schepping. Het dier wordt vertroeteld en voorgetrokken boven de medemens; het dier wordt ook vernederd en vernield ten behoeve van de menselijke consumptie. Dezelfde mens, die God dood verklaart, vliegt de medemens aan, die het schepsel durft te doden. Want wie van God is vervreemd, is ook van de schepping vervreemd; kent zijn positie van rentmeester, onderkoning, ambtsdrager, niet meer.- Jaargang 21
- nummer 5
Zo staat de "cultuurmens" vreemd en wantrouwend tegenover de jager. Niet eens neutraal, laat staat welwillend; eerder agressief. Het is bon ton, om te keer te gaan tegen jagers, hierna moordenaars genoemd. Onze voorlichtende milieubeheerders (wie kucht daar?) hebben ons zo vaak en nadrukkelijk voorgekauwd: dat de mens niet "mag moorden" .....-dat zelfs een jager enigszins onzeker wordt. Ons lijfblad "Dierenbescherming", vroeger vakblad voor poesjes-vertroetelende oudere dames, vandaag op wetenschappelijke voet anti jacht gericht, schrijft zoveel onaangenaams over het "met genoegen doden" van weerloze beestjes, dat je geen hazebout meer door de keel kunt krijgen.
Een lid van de betreffende vereniging schreef onlangs in dàt blad een ingezonden stuk met: "ik ben nu 30 jaar lid van de dierenbescherming en ik jaag 40 jaar .....-ik wil liever niet langer in uw blad beledigd worden."
Zo, dat was duidelijk en het opnemen waard. Een ander schreef: "als u zo tegen het doden van dieren bent als u schrijft, dan moet u wel vegetariër zijn. Bent u dat niet, verwijt mij jager dan verder niets.
(A propos, ik ben wel vegetariër.)" Zo, dat was nog duidelijker. Er zijn ook andere kreten denkbaar. De jager komt in het defensief, wordt geïrriteerd, vervelend, gaat terugschieten. Tenslotte staat hij voor een goede zaak, die verdedigbaar is met vele waardevolle argumenten.
Al jaren bestaat de gewoonte bij De Nederlandse Jager, in het kerstnummer een hoofdartikel te plaatsen, dat de jagerij tegen de achtergrond van het christendom belicht. Vroeger schreef Anne de Vries meermalen dit artikel; ook de hoofdredacteur, de Wageningense ingenieur C. D. Grijns deed het graag, op zijn voortreffelijke manier; soms werden andere schrijvers hiervoor aangezocht .....-zo uw rubriekschrijver bijvoorbeeld, die zijn artikel dan tevens in Opbouw plaatste. In alle gevallen was het een krachtproef: de thema's van "vrede op aarde"
uit de Schrift en "het genot van de jacht" uit de Jachtwet- 1954 in één artikel onder te brengen.
Bizonder in het laatste kerstnummer slaagde redacteur Grijns er in, de twee thema's in een harmonische synthese te verenigen. Voordat u enkele citaten gaat lezen eerst dit. Het blad De Nederlandse Jager is uiteraard een "neutraal" vakblad voor jagers, waarvan een derde katholiek, een derde protestant en een derde niets heet te zijn. Het feit van een jaarlijks kerstnummer impliceert echter, dat het blad voor een kerstboodschap open staat; een kans, die door diverse schrijvers met graagte en overtuiging is gebruikt.
Zo. En laten we nu eens luisteren naar enkele citaten van "vader" Grijns.
"Jacht en wat in Bethlehem geschied is zijn twee zo ver uit elkaar gelegen zaken, dat zij, naar het schijnt, moeilijk met elkaar in verband te brengen zijn."
Na een bespiegeling over de heilige Hubertus, "de felle jager, van Hogerhand tot de orde geroepen", vervolgt hij: "Oneindig groter dan het Hubertusverhaal en daarmee geheel onvergelijkbaar is de kribbe van Bethlehem. Want dat is het begin van de heilsgeschiedenis, van het Woord dat vlees geworden is; het Licht dat is gaan schijnen in de duisternis, maar dat door de duisternis noch is begrepen noch overmocht. En 'Gode zij dank' zeggen wij, ook als jager en met volle overtuiging.
"Ook als jager, door sommigen reeds voor aanzienlijk minder dan huichelaars gedoodverfd, omdat wij namelijk ter verontschuldiging van ons afschuwelijk bedrijf argumenten als goed natuur- en faunabeheer en andere goede zaken aanvoeren. Wat er van te zeggen, wanneer wij dan bovendien nog met vrome praatjes aankomen?
Dan zijn we eerst recht hypocrieten!
"Voor een christen gaat het echter om de gewetensvraag: of hij het recht heeft de fauna niet alleen te bewonderen .....-maar er ook profijt van te trekken, als een herder van zijn kudde. En er op kundige wijze en volgens de regels van weidelijkheid van te oogsten en daarin zelfs behagen te scheppen; wat de wetgever noemt 'het genot van de jacht hebben'.
"Maar dan moeten wij wel de juiste instelling hebben, zoals wij alle goede gaven behoren aan te nemen uit de hand van God.
Die ons als mens tot beheerder over de levende have dezer wereld heeft aangesteld en ons daarmee een bijzonder grote verantwoordelijkheid op de schouders heeft gelegd".
Met instemming citeert de heer Grijns een zinsnede uit een gebed: "De mens hebt Gij over dit alles aangesteld. Daarom bidden wij U, Heer: leer ons die macht ook goed te gebruiken; leer ons niet roekeloos met de natuur om te gaan, maar het evenwicht in Uw schepping te bewaren. Dan zal de aarde steeds meer naar haar voltooiing groeien".
Na een volstrekte afwijzing van enerzijds een negatie van ons rentmeesterschap door velen .....-respectievelijk een verafgoding van de schepping anderzijds, gaat hij verder: "In een dergelijke gedachtengang past de kerstboodschap niet.
Want die is bestemd voor hen, die haar in ootmoed willen ontvangen.
Omdat zij gebukt gaan onder de enorme verantwoordelijkheden, die zij nauwelijks kunnen torsen in hun worsteling tussen goed en kwaad; die hen voor moeilijke en onoplosbare vragen stellen al was het alleen maar de vraag naar het waarom, het vanwaar en het waarheen? Vragen, die ieder doordenkend mens wel stellen moet."
Hij eindigde als volgt: "Tot wie is de kerstboodschap het eerst in volle helderheid en duidelijkheid gekomen? Tot de herders in het veld in de klare nacht; gereed waren zij om de aanvallen van wolven en ander roofgedierte op hun schapen hardhandig af te slaan. Zij waren, niet gestoord door aards gewoel en gekrakeel. ontvankelijk voor het bovenaardse".
"Lieve vrienden, dit is een vakblad en geen evangelisatiebode!
De inhoud en betekenis van Kerstmis is van zo algemene bekendheid dat gij die, zo ge haar niet kende of haar negeerde, gemakkelijk te weten kunt komen."
Toen de heer Grijns deze overdenking ter perse zond, had hij juist zijn 80ste verjaardag gevierd. Hem was een kostelijke receptie aangeboden; door de jagersvereniging, door redactie en medewerkers van De Ned. Jager. Daarbij was ook uw rubriekschrijver - met machtiging van zijn kerkeraad een kerkdienst verzuimende - genodigd. Er waren enkele goede speeches geleverd. En "vader" Grijns had ze alle met bescheidenheid, doch met vriendelijke gevatheid, beantwoord. Het woord "dankbaarheid" lag voor in zijn mond. Hij schaamde zich zijn geloof in Jezus Christus niet!
Maar toen zijn kerstartikel verscheen, lag de heer Grijns, in een ziekenhuis opgenomen, op een operatie te wachten. Zijn laatste artikel bleek zijn testament te zijn. In het begin van dit nieuwe jaar is hij ons ontvallen. De krasse "vader" Grijns is niet meer.
Op een mooie winterse dag in januari hebben wij hem in Bilthoven begraven. Het sneeuwde zacht. Het hele park, bomen en graven, planten en struiken, lagen onder een witte lijkwade. En beloofden nieuw leven te goeder uur.
We waren met enige honderden in de kapel. Meer mannen in het groen dan mannen in het zwart. Een gereformeerd predikant hield een uitstekende toespraak over ons rentmeesterschap, over het voorrecht van onderkoning der schepping te zijn, over het geluk van het jagen, inclusief bewaken, voederen, beschermen en selecteren; ook over onze dankbaarheid en onze verantwoordelijkheid; ook over Gods majesteit, die ons in zo'n schepping plaatst en laat leven.
We zongen samen een paar verzen van psalm 89 - jawel. de mannen in het groen zongen goed mee. En aan het graf baden we samen het volmaakte gebed; vlak naast ons hoorden we de mooie bariton van onze meest populaire jachttekenaar hardop meebidden. Zo iets doet toch goed? En op enige afstand van de groeve blies een kleine groep jachthoornblazers de signalen 'Jacht Voorbij' en 'Haláli'.
Zelden hebben wij de harmonie tussen de jacht (= sluitstuk van verantwoord faunabeheer) en het christendom (= rentmeester-zijn) beter beleefd. En om ook u hierover aan het denken te zetten meenden wij u dit te mogen doorgeven.