JEREMIA
1977-02-04
Eén land, één koning- Jaargang 21
- nummer 5
Josia breidde zijn reformatorische arbeid en de afbraak van de publieke afgodendienst ook uit tot het voormalige Tien-stammen-rijk.
De Assyriërs waren te zwak geworden om daartegen nog iets te kunnen doen.
Bij Josia was zijn reformatorische optreden in het gebied van het Tien-stammen-rijk gekoppeld aan de gedachte dat ook dat gebied tot het beloofde land behoorde. Nu de mogelijkheden er weer waren, probeerde hij het binnen zijn politieke invloedssfeer te trekken.
Daar zat bii hem het ideaal achter: één land, onder één koning.
Wij krijgen uit de maatregel die Josia neemt, die indruk dat deze visie heel sterk bij hem leefde en dat hij streefde naar een herenigd rijk onder het davidische koningshuis.
Dat was bij een man als Josia zeker ontsprongen aan Gods beloften en geïnspireerd door de verlossingsweg die God met zijn volk gegaan was.
Er was met dat visioen van het éne land onder de éne koning dan ook niets verkeerd, Ook al weer zo'n 150 jaar geleden had Hosea geprofeteerd over het Tien-stammen-rijk, dat ze vele jaren zouden blijven zitten zon der koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Maar daarna zou er bekering komen en zouden ze Jahweh hun God zoeken en Da vide hun koning (Hos. 3 : 4, 5).
Wat die terugkeer tot Jahweh betreft: die was door Joisa op gang gebracht doordat hij er de afgoderij en de kalverendienst uitroeide.
Lag het niet voor de hand, dat nu ook de tijd gekomen was voor dat andere deel van de profetie, dat sprak over de terugkeer onder het davidische koningschap?
Wat Josia deed, werd niet ingegeven door politieke machtshonger, maar was geïnspireerd door een bijbelse belofte. (Zie voor die belofte ook nog Ezech. 37: 15-28 en Joh. 10 : 16.)
Misrekening
Hoewel Josia zich liet inspireren door een bijbelse belofte moeten we toch constateren dat hij daarbij geen oog had voor de tekenen der tijden, althans niet in voldoende mate.
Wat hij wel zag was de afbrokkeling en aftakeling van het Assyrische Rijk. Ninevé viel. De profetieën van Nahum 2 en 3 en van Zefanja 2: 13-15 en van Jesaja 30: 31-33 werden vervuld.
Wat kon dat anders betekenen dan dat nu ook de belofte van Hos. 3 vervuld zou worden en dat het moment voor het herstel van het davidische rijk was aangebroken?
Maar Josia vergat op iets anders te letten. Wel lag Assur nu volgens Gods beloften op de knieën, maar er stond al weer een nieuwe wereldmacht klaar: Babel. Ook hield hij niet voldoende rekening met het feit dat de HERE de zonden van Manasse nog niet vergeten had (2 Kon. 23 : 26, 27). En verder vergat hij dat zowel Sefanja (hoofdst. 1) als Juda (2 Kon. 22: 15-20) en Jeremia gesproken hadden over Gods oordeel over Juda en Jeruzalem.
Voor dat alles had Josia geen oog.
Het drong niet scherp tot hem door dat het volk weliswaar de offerdienst in de tempel weer nauwgezet in acht nam, maar zich in het dagelijkse leven niet tot de HERE bekeerd had en dat hij daarom niet op een herstel van Israël kon rekenen maar alleen op Gods oordeel.
Josia droomde van het beloofde land in hersteld verband. Maar hij realiseerde zich niet dat hij met zijn droom de HERE voor de voeten liep.
Jahweh wilde een heel andere kant uit. En Josia kón dat weten.
De belofte van herstel was er wel en zou ook wel vervuld worden.
Maar eerst zou het oordeel over Juda en Jeruzalem losbarsten.
Josia liet zich door de tijdelijke windstilte in de wereldpolitiek ertoe verleiden te denken, dat de tijd voor het herstel was aangebroken, Maar in Feite was het de stilte voor de grote storm, Tekenen der tijden Josia deed wat wij allemaal op onze beurt wel eens doen: je zo vastbijten in een bepaald woord van God en daar zo door gegrepen worden, dat je je er gewoon blind op staart en andere woorden van God over het hoofd ziet.
Zo kunnen ook wij wel eens dwars tegen Christus inlopen, terwijl we denken met Hem in de pas te lopen.
Zo kunnen ook wij de handen in elkaar slaan en bouwen aan een hersteld verband en elkaar bemoedigen met de woorden: De God van de hemel zal het ons doen gelukken, terwijl God zegt: het is geen tijd om te bouwen, maar om te breken. Daarom zullen we ons - juist ook als we ons optreden baseren op het Woord van God - steeds weer moeten afvragen: Brengen we wel alle gegevens in rekening? Of laten we een belangrijk deel ervan liggen?
Zo lieten de Thessanonicenzen zich zo door de belofte van Christus' komst beheersen, dat ze allerlei andere gegevens - zoals de grote afval en de komst van de antichrist - niet meer in rekening brachten. Daardoor kwamen ze tot een volkomen verkeerd optreden, zodat Paulus haastig corrigerend moet optreden (2 Thess. 2). Bij ons ligt het vaak precies andersom. Wij worden vaak zo in beslag genomen door de vraag hoe we een duurzame, hechte kerkelijke samenleving die de storm der tijden kan doorstaan, kunnen opbouwen, dat we de tekenen der tijden nauwelijks tot ons laten doordringen en Christus' komst niet werkelijk in rekening brengen.
En dat voorbij leven aan de tekenen der tijden door het laten liggen van bijbelse gegevens, kan een erg riskante zaak zijn. Dat ondervond Josia.
Necho Voor de mensen in juda en Jeruzalem was de va!l van Ninevé en de afbraak van het Assyrische Rijk goed nieuws. Maar er was iemand anders die er niet zo mee ingenomen was.
Farao Neoho van Egypte voelde niets voor het verdwijnen van het Assyrische Rijk. Hij was bang voor de opkomende macht van Babel! en voor de aggressieve politiek van de babylonische koningen.
Hij vond het veel veiliger als het verzwakte Assur als een buffer tussen hem en Babel bleef bestaan.
En daarom ging hij met een leger op weg om het ineenstortende Assyrische Rijk te helpen en overeind te houden. Toen Josia daarvan hoorde, aarzelde hij geen moment.
Hij bracht onmiddellijk een leger in gereedheid en trok uit om N echo te onderscheppen en te dwingen naar zijn land terug te keren. Want de actie van Necho verstoorde zijn droom. Als Assyrië met behulp van Egypte op de been bleef, zou het wel eens kunnen zijn, dat er van een verenigd davidisch koninkrijk niets terecht kwam.
Dan zou Palestina namelijk onder assyrisch-egyptische invloed blijven. En dan bleef Josia's droom een droom.
Bij Megiddo ontmoeten de legers elkaar. Necho heeft haast. Elk oponthoud kan ten gevolge hebben, dat hij te laat komt om de assyrische bondgenoot nog daadwerkelijk te kunnen helpen. Daarom wil hij geen slag leveren met Josia, Hij is niet bang voor Josia's legertje.
Hij twijfelt ook niet aan een overwinning. Maar hij wil gewoon geen tijd verliezen en bovendien zijn expeditieleger dat toch al zo'n zware tocht voor de boeg heeft, niet blootstellen aan verlies van manschappen. Want elk gevecht - ook al ben je zeker van de overwinning - kost nu eenmaal mensenlevens en gewonden.