Eén ding ontbreekt U

1977-02-11
  • Jaargang 21
  • nummer 6
En Jezus hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Eén ding ontbreekt u: ga henen, verkoop alles wat gij hebt en geef het den armen en gij zult een schat hebben In den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op en volg Mij.

Marcus 10: 21


Liefde zegt de waarheid. Zij het wel op de wijze der liefde.
Jezus is geen zachte Heelmeester, die stinkende wonden maakt. Hij stelt tegenover de rijke jongeling de juiste diagnose: "Eén ding ontbreekt u .. :" maar dan ook meteen de therapie er achteraan: "Verkoop al wat gij hebt en geef het de armen, dan hebt ge een schat in de hemel, kom daarna weer bij Mij terug en volg Mij".
Het is duidelijk: het gaat niet om jezelf arm te geven en de armen rijk geven op zichzelf. Het gaat om het bij Jezus terug komen en Hem gaan volgen.
Dat is nog wat anders dan socialistische idealen en kommunistische dromen.
Zo, als je dán bent, met aftrek van al je hebben en houden, bij Jezus terug komen en Hem gaan volgen.
Dat is toch duidelijk?

Maar het blijft wel wonderlijk klinken: "Eén ding ontbreekt u ... verkoop al wat ge hebt".
Wij zouden verwachten: slechts één ding kom je nog tekort, maar dat ga Ik je nu geven, dan is je leven kompleet.
Jezus kompleteert niet wat wij hebben, maar relativeert het. Want in plaats van hem dat ene ding te geven gaat Jezus hem alles afnemen!
Of ... komt dat eigenlijk op hetzelfde neer? Wordt het "alles afnemen" gelijk aan "het ene ding geven"?
Hoe zou je dat "ene ding" moeten omschrijven?
Misschien zou je het het beste zo kunnen zeggen: één ding ontbreekt hem, nl. het gebrek.
Jezus, liefde straalt naar hem uit, maar vindt geen opening, geen doorlaat in zijn leven. Zijn leven zit veel te vol, te vol met geld en goed, te vol met deugden en te vol met doe-het-zelf-qeloof, Nergens een opening. Nergens gebrek.
Het klinkt wonderlijk, maar 't is waar en komt bij meer mensen voor: één ding ontbreekt hen: het gebrek. Je zou ze zo graag willen helpen, maar ze zijn niet te helpen, want ze hebben geen gebrek. Dat is ook het ene, wat het humanisme ontbreekt. Maar dat éne bepaalt nu juist álles.

Vandaar Jezus' absolute eis: verkoop al wat ge hebt.
Het gaat om alles of niets. Wie aan God niet alles heeft gegeven, heeft nog nooit iets gegeven. Deze jongeman heeft zich nog nooit arm gegeven, heeft zich nog lang niet uitgekleed. Daar is hij nog veel te rijk voor.
Eén ding ontbreekt hem: het besef dat hij naakt in de wereld kwam en naakt er weer uit zal gaan; dat God van al was hij heeft de Eigenaar is en hij maar een leenmannetje en rentmeestertje. En nu stelt Jezus hem op de proef: kan hij op staande voet de hele "handel" weer bij God inleveren? Durft hij armer te worden dan de armen, aan wie hij zijn geld moet weggeven? Durft hij de risiko aan om gebrekkig te worden en bij God de hand te moeten ophouden?

De spanning stijgt, zowel in de hemel als op de aarde. De discipelen kijken hem vol verwachting aan, en Jezus kijkt hem vol verwachting aan, en hij voelt wel wat iedereen van hem verwacht.
Maar dan betrekt zijn gezicht ... en hij wendt zich af ... de kring opent zich voor hem en laat hem uit ... daar gaat hij ... zelf bedroefd ... en Jezus kijkt hem na ... bedroefd ... en de discipelen kijken hem na ... verslagen.
Hij kon niet ... hij kon 't niet opbrengen … hij bezat teveel goederen.
Neen, zijn vele goederen bezaten hem.
Zovele goederen, zovele banden en boeien. Een gevangen mens. Een verstrikt mens. Hij heeft alles, maar is niet vrij. En die vrijheid kan hij alleen maar winnen, als hij uitverkoop houdt van alles wat hem boeit en bindt.
Maar hij doet het niet. Hij gaat bedroefd heen.
De droefheid, het trieste van het humanisme, dat niet alles kan opgeven om Jezus te volgen.
Hoe moeilijk zullen zij die in hun rijkdommen en verworvenheden verstrikt zijn ingaan in het koninkrijk van God!
Een kameel gaat nog makkelijker door het oog van een naald!
Maar daarover verder de volgende keer, over dat ingaan in het koninkrijk van God.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief