Een beetje plagiaat (1)
1977-02-11
De bedoeling van dit en enkele volgende artikeltjes is om in zeer eenvoudige vorm enig inzicht te geven in de gedachten, die het moderne denken bepalen.- Jaargang 21
- nummer 6
In de bundel "Communication and Confrontation", die een paar jaar terug is gepubliceerd bij Van Gorcum en Kok, toen Prof. Zuidema zijn taak neerlegde, ligt nl. een schat van inzicht verborgen.
Artikelen zijn van her en der bijeengezocht en in het engels gepubliceerd. Want het Calvinistisch denken krijgt meer en meer invloed op de jongere generatie van Amerikaanse en Canadese Christenen; en dat kleine aantal toont een merkwaardige activiteit.
Het zijn dan ook allemaal zulke geestdriftige jonge mensen, die zich gegeven hebben voor de taak dit alles te vertalen.
Voor studenten ligt dat materiaal nu ter bestudering klaar. Maar dat is niet alleen van belang voor de "geleerde stand" om de geesten te onderkennen, maar evenzeer voor de gewone meelevende Christenen.
De stof is echter wèl moeilijk. Wil de lectuur toegankelijk worden voor een breder publiek, dan is het nodig om eerst de hoofdbestanddelen naar voren te halen en duidelijk te maken. Deze vereenvoudiging moet zelfs vér gaan, omdat "Opbouw" anders zou worden volgeschreven met deze onderwerpen; en dat moet niet.
Eerst een korte inleiding. Van Prof. Rookmaaker hebt U wel eens gehoord of gelezen de term: gesloten wereldbeeld. Wat bedoelt hij daarmee?
Voor Israël stond het vast, dat heel het wereldgebeuren door de HERE in handen gehouden werd.
Dat Hij daarin machtig kon ingrijpen op de gewone gang der dingen, dat sprak voor hen vanzelf.
Heel de Thora getuigt ervan; Israël was waarlijk het wondervolk. Natuurlijk heeft de oude kerk dit geloof overgenomen. En in zekere zin was dat ook niet zo moeilijk; want een godengeloof.
een geloof dat "machten" ons leven beïnvloeden, was algemeen.
Machten, die men te vriend moest houden! Maar die machten behoorden toch wèl tot de éne kosmische werkelijkheid! De HERE, die als Schepper daar niet in is besloten, die Zijn wetten stelde aan de kosmos, maar de leiding souverein in handen houdt, was buiten Israël en de kerk onbekende "God" of de goden, het goddelijke was slechts het hoogste "element" in de kosmos; was het hoogste "zijn".
Dat is zo'n woord, dat men telkens weer tegenkomt, en dat zoals U begrijpt, van te voren belast is met dit gebrek, dat het van Schepper en schepping één geheel maakt. Spitst U uw oren maar, als het wordt gebruikt!
Het systematisch nadenken over deze dingen kwam later op gang.
De wereldhorizon werd wijder, men ontmoette andere godsdiensten en culturen en ging zich de vraag van Pilatus stellen: wat is waarheid? Of anders: wat is de zin van de kosmos-wereld, waar komt het eigenlijk op áán?
U hebt wel eens gehoord, dat het de rede is, die de mens van de dieren onderscheidt. Daarin gaat het antwoord schuil, dat men gaf op de waarheidsvraag. Het allerbelangrijkste van alles, van "het zijn" was de rede. Niet de redelijkheid van een persoonlijke drager van die eigenschap, maar de rede zonder méér. De eigenschap van personen werd derhalve verzelfstandigd.
Omdat de rede in de plaats moest komen van "het"
goddelijke, dat men zó in zijn wezen meende te doorgronden.
De oude Stoïcijnen gingen zo ver, dat ze beweerden, dat in alles de rede aanwezig was. "Rede" was in velerlei type toch uiteindelijk de noemer, waaronder alles viel.
Voor ons is dat een moeilijke gedachte. Voor hen trouwens zelf ook! Want er gebeuren toch zoveel dingen, die we niet rijmen kunnen, waar we geen redelijkheid in ontwaren kunnen. De gelovige Stoïcijn nam daarom een hogere rede aan, die wèl alles omvatten kon en doorzien. Ik zei: de gelovige Stoïcijn. Ja, hij geloofde in de rede en dat gelóóf bepaalde zijn denken, deed hem toevlucht nemen tot een hogere rede, die het onredelijke toch wegnam, al begreep hijzelf, de Stoïcijn, dat niet. Zo blijkt heel zijn denksysteem achteraf een religieuze positie-keus vóór-af te hebben!
Dat redegeloof bracht van het begin af aan de mensen er toe om zich geestdriftig toe te leggen op de wetenschap. Wetenschap bedoelt alle dingen en gebeurtenissen in het grote geheel op hun plaats te zetten door wetmatigheden te ontdekken. Voor uitzonderingen is dan geen plaats. Daar weet de systematische wetenschap geen weg mee - of ze moeten toch weer verklaard worden, en dus in het systeem gegrepen.
De volgende stap in deze ontwikkeling is, dat dus alles wat er is, wetenschappelijk kan worden nagerekend - en voorspeld. Tot de mens en zijn gedrag toe! De menswetenschappen van nu leveren dan ook agogen op, die precies (menen te) weten, hoe een mens tot een bepaald doel is te brengen.
Een benauwende gedachte. Zetten we onze stekels niet op, wanneer we het idee krijgen, dat men bezig is ons te manipuleren? Want de mens is dan net zo'n object voor de wetenschap als elk ander ding, b.v. bij een natuurkundeproef.
Na te rekenen en zelfs volledig te voorspellen.
Uit deze ontnuchterende opvatting over de mens is in het Humanisme het verzet geboren tegen het Rationalisme. Men wilde de eigen vrijheid - en dat betekent voor hen: souvereiniteit! - voor geen enkele prijs opgeven.
Men wilde dat niet.
Zo is in een lange strijd de overmacht van het verstandelijke weggedrukt en heeft de vrijheid, de beslissingsvrijheid de rol overgenomen, die de rede tijden lang heeft gehad, nl. de zin, de eigenlijke kern van het mensenleven te wezen.