Scherp gezien
2012-05-26
De Stichting Christelijke Filosofie heeft in het kader van haar 75-jarig jubileum het boek Scherp gezien uitgebracht.- Jaargang 56
- nummer 11
Dit boek bevat besprekingen van een selectie van de films die in de gelijknamige dvd-verzamelbox van het Nederlands Dagblad en Blikopeinidig.
nl zijn opgenomen. Doordat de schrijvers zelf konden kiezen welke film ze wilden bespreken is er een prachtige selectie ontstaan van films die een hoge kwaliteit en een grote relevantie hebben.
Filosofische inslag
De diverse schrijvers hebben een gemeenschappelijke filosofische inslag, al verschillen ze in stijl. Ze slagen erin om de tijdgeest en het gedachtegoed van de besproken films goed te duiden.
Wel blijkt dat niet alle schrijvers even goed in het medium film ingevoerd zijn. Bijdragen die er hier in positieve zin uitspringen zijn die van Maarten Verkerk, Robb Ludwick, Bart Cusveller en een schitterend essay van Marc de Vries.
De Vries slaagt erin de animatiefilm WALL-E feilloos te plaatsen binnen de bredere geschiedenis en ontwikkeling van het sciencefictiongenre.
Tevens haalt hij filosofische vraagstukken boven water, daar waar je ze niet per se zou verwachten. Zijn kritische voetnoten bij het ‘cradle-tocradle’ duurzaamheidsdenken (afval is voedsel) zijn zeer op hun plaats.
Communicatie
Het besef dat een film niet zozeer uitgekleed wordt doordat deze besproken wordt, maar juist ingekleurd, groeit naarmate je het boek leest.
Dat het kijkplezier echt groter kan worden door het nadenken over wat een film allemaal communiceert, zie je bijvoorbeeld in een bijdrage als die van Jan van der Stoep. Hij bespreekt The Visitor, een film die oppervlakkig gezien niet zo heel erg filosofisch in elkaar steekt. Van der Stoep laat zien hoe drie filosofische thema’s oplichten in de film: communicatie en culturele diversiteit, de relatie tussen verstand en gevoel en de dynamiek van geven en ontvangen. ‘De film gaat in de eerste plaats over hoe mensen uit verschillende culturen elkaar in hun persoonlijke leefwereld ontmoeten, maar die ontmoeting vindt plaats binnen de context van een politiek systeem waarin wetten van in- en uitsluiting gelden. De film is niet bedoeld als een aanklacht tegen het immigratiebeleid van de Verenigde Staten, maar wel worden er in de film twee verschillende ‘logica’s’ en manieren van doen tegenover elkaar gezet. In de ene logica staat controle, rationeel denken en beheersing centraal, in de andere logica juist het gevoel en het persoonlijk contact tussen mensen.’ Van der Stoep weet deze botsende logica’s te duiden en te plaatsen in het licht van de huidige tijdsgeest, zodat je waardering krijgt voor de fijnzinnige manier waarop ze in beeld gebracht worden in de film. De film blijkt niet alleen een verhaal te zijn, maar levert ook een dialoog op met wat er nu in onze hoofden en harten leeft. Het thema van de botsende werelden, culturen en talen die in films als Code Inconnu, Crash, en Babel ook een centrale rol speelt, wordt hier uitgelicht en in zijn filosofische context geplaatst. Van der Stoep betrekt Babel in zijn bespreking om het contrast met de meer hoopvolle boodschap van The Visitor te laten zien. Toch zou ik Crash als een betere keus voor zo’n contrastfilm beschouwen.
Babel kleurt inderdaad de gebrokenheid heel zwart in (niet voor niets is de titel Babel), maar de film heeft ook een diep verlangen naar herstel en blijft het goede zien en op waarde schatten, daar waar het zich voordoet, over alle grenzen heen. Pas als je dat ziet, kun je snappen dat de maker van Babel (Innaritu) juist deze film opdraagt aan zijn kinderen, met de woorden ‘schitterende sterren in donkerste nacht’.
Thema’s
De films dienen bij menige bijdrage als katalysator voor inspirerende uitstapjes rond vraagstukken die voor de hand liggen. Zo brengt Kuiper het thema van moed als deugd tot leven in zijn bespreking van The Mission en biedt Hoogland een rake duiding van utopistisch denken. Jochemsen bespreekt vrijheid en verantwoordelijkheid terwijl Glas in The Eternal Sunshine of the Spotless Mind het verband tussen identiteit en geheugen aan de orde stelt. Geertsema roert de thema’s geloof, hoop en liefde aan met een duidelijke waardering voor de filmische inzet van Krystoff Kyslovski en Ouweneel neemt de relatie tussen het kwaad en tragedie in ogenschouw.
Van Seventer laat de worsteling zien met schuld en boete, zelfs in een film als Il y a longtemps que je t’aime, waarin de wereld geen opstanding uit de dood of troost van een hemelse Vader meer kent en de hunkering naar liefde en zingeving blijft.
Al met al een geweldige verzameling essays, die je ook nog eens kan helpen om films te kiezen die het kijken en bespreken waard zijn.
Verkerk, M. (red.) e.a. (2012), Scherp gezien. Christelijke film en filosofie.
Buijten&SchipperheijnMotief Amsterdam.
250p. € 19,50.
Henk Reitsema is verbonden aan l’Abri Nederland in Eck en Wiel en lid van de NGK Culemborg.