Gebed en contact

1977-03-04
  • Jaargang 21
  • nummer 9
"Aan woorden voorbij"

Getweeën waren we op weg naar de classisvergadering in Utrecht.
Wel te verstaan: een classis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Via de autoradio vingen wij de stem op van een, zo te horen.
rooms-katholieke geestelijke: een stem alleen al kan meer-, kan veel-zeggend zijn. Hij maakte waar wat de betreffende radiorubriek beoogde: "Aan woorden voorbij". In verstilde, bijna vergeestelijkte woorden trachtte hij haast aarzelend en tastend het onzegbare, ongrijpbare grijpbaar te maken. Elk van de zorgvuldig gekozen woorden was als een deur naar een het meditatieve en bijna mystieke denken dat eeuwen en eeuwen lang een openbaringswijze van zijn kerk wilde zijn.
Zijn taal was als een trage vloeistofstroom waarvan elke droppel die neerviel onmiddellijk uitbloeide tot een lucide, doorzichtige veelzijdige kristal. De spreker, liever deze dichter, trachtte "aan woorden voorbij" het begrip eenzaamheid transparant te maken.
Zo transparant dat zijn hoorders hun eigen eenzaam-zijn als een kleinood zouden aanvaarden, verwerken en positief waarderen.
Mijn nogal nuchtere vraag aan m'n metgezel: maar wie hêéft hier nu wat aan? werd nog meer ontnuchterend beantwoord: de spreker zelf vermoedelijk ... Terecht, denk ik nu. Want eenzaamheid, hoe gesublimeerd ook, is veelal een trieste en tragische zaak. De moderne maatschappij mag veel afschuwelijke nieuwe woorden hebben gefabriceerd. Maar voor hel begrip eenzaamheid presenteerde zij een woord dat méérzeggend is: contact-armoede.
Daardoor blijft de aandacht niet eenzijdig gericht op die ene eenzame.
Nu komen ook de naam en kleurloze omstanders voor het voetlicht die die ene alleenstaande in onze samenleving (?) alleen láten, Het zijn veelal de anderen die die ene tot eenzaamheid doemen. En bijna aarzelend vraag ik: is God ook onder die anderen?

Een vraag van jonge mensen

Samen met wat jonge mensen, een jeugdvereniging, zouden we proberen een preek te maken.
Dat heeft zo zijn voordelen. De ene partij ervaart van wat dichter bij wat en hoeveel er te pas komt bij het maken van de wekelijkse preek. De andere partij krijgt dat wat hij zondags node mist: respons, antwoord -- antwoord waarin, in openhartig vertrouwen, een mensenkind iets van zichzelf, van zijn vragen en problemen laat zien Voorwaarde was, dat deze jonge mensen zelf een tekst zouden kiezen. Telefonisch kreeg ik te horen dat zij. na een avond praten, gekozen hadden voor: het gebed als persoonlijk contact met God.
Maar een tekst die precies weergaf wat zij bedoelden bleek voor hen moeilijk te vinden. zelfs na de hulp van een concordantie te hebben ingeroepen. Misschien meenden zij, kwam één citaat uit het Oude Testament er nog het dichtste bij. Daarin staat: dit volk eert Mij met de lippen. maar hun hart is verre van Mij (Mt. 15: 8). Maar geen enkele tekst onder het trefwoord "bidden" of "gebed" voldeed aan de gestelde verwachtingen! En dat is natuurlijk wel treffend: het kan zijn dat je ook nog ergens anders had moeten zoeken, het kan ook zijn dat je met een verkeerd verwachtingspatroon op de bijbel afgaat.
Bij een volgende bespreking werd wel duidelijk. dat het ook nu ging om een bepaalde vorm van contact-
armoede. Hoe is het mogelijk dat je soms tijden hebt dat je wel bidt en blijft bidden. maar dat je tegelijk het gevoel hebt dat er niemand naar je luistert, dat je geen contact met God hebt?
De vraag naar gebedenboeken in “De Wekker" schreef de Apeldoornse hoogleraar onlangs een artikel onder het kopje "Gebedenboeken gevraagd". Hij doelt op de merkwaardige omstandigheid dat er de laatste tijd bij de boekhandel nogal vraag is naar gebedenboeken. Niet ten onrechte signaleert hij een bepaalde samenhang: "We zien hoe de mens van vandaag openstaat voor beïnvloeding van allerlei vormen van oosterse mystiek. Maar het is duidelijk een symptoom. Zo zijn ook de hoeken van Hal Lindsey bestsellers en worden ze in onvoorstelbare hoeveelheden verkocht en gelezen ... De mens wil weten wat er in de toekomst gaat gebeuren, wat hem boven het hoofd hangt. Velen vandaag weten het niet meer en ze willen weten. En misschien moeten we in dat licht ook wel de vraag naar gebedenboeken zien. De moderne mens zoekt. Hij zoekt zekerheid. Hij zoekt steun... Maar misschien zijn het niet eens ellen buitenkerkelijken, die naar gebedenboeken vragen. Er zijn ook. zoveel kerkelijke mensen die het niet meer weten. Ze willen bidden Maar hoe moet je bidden? Wat moet je bidden? Veel mensen zijn door de drukte van het leven het bidden verleerd. Ze bidden nog voor het eten, misschien ook voor het slapen gaan. Maar het is zo formalistisch geworden. De mensen voelen dat hun bidden leeg is. Het bevredigt hen niet. Ze willen zo graag anders. Maar hoe moet dat? Ze willen een stilIe tijd in de jacht van het leven.
Maar ze kunnen zo moeilijk stil zijn. En hoe vul je de stilte op?
De mens staat leeg en verlegen.
Vandaar zijn vraag om gebedenboeken. Het is een symptoom. En wel een symptoom, waaraan we, dacht ik, niet onopgemerkt mogen voorbijgaan." Tot zover prof.
Oosterhoff. En opnieuw een verwijzing naar eenzaamheid, contactarmoede. Zelfs, of juist, als het gaat om het contact met God.

Een antwoord uit de thorah

Eenzaamheid en contactarmoede zijn zaken die zeker raakvlakken hebben met onzekerheid. Juist dat punt van onzekerheid interesseert ons. Temeer omdat het niet los te maken is van zinvol bidden. En dat is weer onlosmakelijk verbonden met geloof. Tot op de dag van vandaag geldt: het geloof is de zekerheid (de vaste grond onder de voeten) t.a.v. de dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen die men niet ziet (Hebr. 11 : 1). Stelt de H. Catechismus de vraag aan de orde: wat is een waar geloof? dan luidt het antwoord o.m.: een zeker weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd dat ons God in Zijn Woord heeft geopenbaard. Anders gezegd: de Catechismus stelt de hele bijbel aan de orde. En al bestaat er een concordantie. een trefwoordenboek op de bijbel, daarmee is niet gezegd dat de bijbel zelf een trefwoordenboek is. Wij zijn merendeels grootgebracht met de “losse" verhalen uit de kinderbijbel.
Wij horen meestal preken over "losse" teksten. Dat kon het vormen van een totaalbeeld wel eens wat in de weg staan. De “Nieuwe Commentaar Heidelberger Catechismus" (deel VI) neemt in het hoofdstuk "Gebeden in de bijbel" ook op "Het gebed van Abraham toen de HERE hem had laten weten wat er met Sodom en Gomorra ging gebeuren." Slaat U daarvoor Gen. 18 op, dan vindt U een ... gesprek.
Toch is die verwijzing volkomen terecht. God verschaft de mens de nodige informatie. Hij behandelt hem als zijn vriend. En vraagt op grond daarvan een onvoorwaardelijk vertrouwen. In grote lijnen kent de mens Gods plannen. Dat verschaft hem de nodige zekerheid. En dat bepaalt zijn houding. Ook al krijgen wij, in ons gebed sprekend met God, geen rechtstreeks antwoord terug, ons gebed is een respons op, een in geding brengen van de informatie die God ons verschaft.
Zelfs al hebben wij soms het gevoel dat het warme contact ontbreekt, de HERE God verwacht, dat wij op Hem blijven vertrouwen, in Hem blijven geloven.
Tenslotte is ons bidden geen opzichzelfstaande zaak, het is een onderdeel van héél onze levenshouding.
Wij weten van Gods plannen af en dat bepaalt onze levensrichting. Niet voor niets vertelt de bijbel ons, dat wij geschapen zijn als Gods beeld. Dat wil zeggen als zijn verteqenwoordigers en mede-arbeiders. Dáártoe verstrekke Hij ons de nodige informatie. Wij kunnen zeker zijn van Zijn zaak en de ónze. Hij heeft contact met ons!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief