Niets aan gedaan?

1977-03-11
  • Jaargang 21
  • nummer 10
Een van onze bejaarde lezers (hij is bijna 80) schreef mij een brief als reaktie op mijn artikelen over Bijbel en gezin.
Hij hoorde iemand eens zeggen bij de openbare belijdenis van een van zijn kinderen: "Daar is niets van mij bij." En hij vraagt mij daarover mijn mening te geven.
Het is duidelijk wat de bedoeling van de vraag is. Je kunt wel alles doen voor je kinderen en je alle inspanning getroosten die maar mogelijk is - toch heb je het als ouders uiteindelijk niet in de hand wat er van hen wordt. Je hebt er, als zij goed terecht gekomen zijn, niets aan kunnen doen, en als het anders is ook niet.
We weten het immers: "Jacob heb lk liefgehad. Ezau heb Ik gehaat".
Het offer van Kaïn werd verworpen, dat van Abel aangenomen.
Zo ligt de toekomst van de kinderen in Gods plannen vast.
Je kunt er dus eigenlijk niets aan doen.
Ook opvoeders moeten het resultaat aan God overlaten.

En dus?
Er is van mij toch niets bij, dus doe ik er maar niets voor?
Ik kan er ten diepste niets aan doen. en dus doe ik maar niets voor?
Zo kan het, zo mag het in het christenleven nooit, zo kan het dus ook niet in de opvoeding van de kinderen.
Ouders kunnen, zoals de briefschrijver zegt. inderdaad niets AAN hun kinderen doen; desondanks zijn zij verplicht alles VOOR hen te doen. Wij leven immers vanuit het gebod van God en vanuit onze roeping en opdracht.
niet vanuit het Raadsplan van God. dat Hij ons niet bekend maakt.
Isaäk en Rebecca wisten dat hun zoons twee volken vertegenwoordigden, ze wisten zelfs dat het ene volk dienstbaar zou zijn aan het andere. Zij wisten dus bijzonder veel over de verre toekomst van hun kinderen, meer dan wij ooit over de onzen.
Maar heeft die wetenschap hun leven gelukkiger gemaakt? Helemaal niet. Dit gezin is diep ongelukkig geworden, omdat de ouders nalieten voor hun kinderen te doen, wat ze moesten doen.
Zij lieten jaloezie en voorkeur hun verwoestend werk doen, ze deden daaraan zelf mee. Het heeft geen enkele zin te speculeren op wat God met onze kinderen voor heeft en wat Hij van hen wil maken. Voor ons is belangrijk onze taak als opvoeders van Godswege te verstaan en na te komen.
Daarom is er alles aan gelegen, dat ouders zich tot het uiterste inspannen alles VOOR hun kinderen te doen.
Waarom ging het mis met de zonen van Eli?
Niet daarom, omdat de Here (later) heeft gezegd: "Maar zij luisterden niet naar hun vader, want de Here wilde hen doden" (1 Samuël 2 vers 25).
Als Eli dit geweten had, zon hij hebben kunnen zeggen: “Het is erg verdrietig, maar dan kan ik niets meer voor hen doen".
Neen, zijn gezin is verlopen, omdat hij zijn vaderplicht niet nakwam.
En hij is er zwaar voor gestraft.

Meer dan eens heb ik ouders ontmoet, die na veel zorgen en spanningen tenslotte verzuchtten: "Aan die jongen is niets meer te doen". Daarmee berusten zij in de situatie van het kind, ze hebben het gevoel dat ze er alles aan gedaan hebben, en verslagen trekken ze zich nu terug. Zij, die het ondervonden hebben, weten hoeveel pijn dit alles kan doen.
Toch moet deze vraag gesteld worden: allen die dat zeggen, die dus menen dat ze werkelijk uitgepraat zijn, hebben zij genoeg gebeden. niet alleen voor, maar ook met dit kind? Hebben zij het Woord van God intens beluisterd, ook samen met het meisje of de jongen? Hebben zij zich voldoende ingeleefd in de problemen van hun kind, hebben zij voldoende oor gehad voor wat het kind zei en dacht? Zijn zij bereid geweest, tegen eigen wens en voorkeur in, belangstelling te tonen en te hebben voor wat een opgroeiend kind in deze tijd doormaakt?
Dit zijn vragen die ons ernstig bezig moeten houden. Eigenlijk is het zo, dat maar heel weinig ouders met recht kunnen zeggen: ik ben uitgepraat, want aan dit alles heb ik voldaan.
Ik denk, dat er niemand is, die ooit kan zeggen: ik heb alles voor mijn kinderen gedaan. Want als dan echt alle middelen falen, blijft dit ene: het gebed van een rechtvaardige.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief