Simon de tovenaar

1983-08-26
  • Jaargang 27
  • nummer 31
De apostelen hebben de ene verrassing na de andere beleefd.
Op een goede dag hoorden de apostelen en de broeders in Judea dat ook de heidenen het Woord van God aangenomen 'hadden. Met deze mededeling begint Handelingen 11.
Maar in Handelingen 8 lezen we ook zo iets: De apostelen te Jeruzalem hoorden; dat Samaria het Woord van God had aanvaard.

Het waren bewogen dagen. Na de steniging van Stefanus brak een zware vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Juda en Samaria, met uitzondering van de apostelen. De apostelen nemen een eigen plaats in. Nu horen zij, dat Samaria het Woord van God heeft aanvaard. Mensen buiten Israël hebben het Woord van God aangenomen.
Dit bericht wordt voor de apostelen aanleiding zelf ook stappen te ondernemen in de richting van Samaria. Op dit ogenblik hebben ze zich ongetwijfeld de opdracht van de Here herinnerd: gij- zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt en gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde (1 : 8). Dat had hun Meester gezegd vóór Zijn hemelvaart. Tien dagen later heeft de Heiland Zijn Heilige Geest Uitgestort.
Toen kon Petrus verklaren: Nu Hij dan door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader omvangen heeft, heeft Hij uitgestort wat gij en riet en hoort. Voor de Raad heeft Petrus het zo gezegd: God heeft Jezus door Zijn rechterhand verhoogd tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken. (2 : 33 en 5 : 31).
Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden dat Samaria helt Woord van God bad aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes.
Ze stuurden niet zomaar de eersten de besten even de grens van het eigenlijke Joodse land over. Nee, ze zonden Petrus en Johannes, die daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen. In Samaria aangekomen spraken ze een gebed Uit. Ze baden voor de gelovigen in Samaria, dat deze de heilige Geest mochten ontvangen. Deze zin roept vragen op. Hadden ze dan in Samaria de heilige Geest nog niet? Kan een mens in de Here Jezus geloven zonder de heilige Geest te hebben gekregen? Is het niet juist de Heilige Geest, drie steeds weer het geloof in harten van mensen werkt?
Dat zijn de vragen, die bij ons opkomen.
Nu zegt Lukas niet, dat de apostelen baden of de gelovige Samaritanen de Heilige Geest mochten ontvangen. Hij schrijft: dat zij heilige Geest mochten ontvangen.
Niet: DE Heilige Geest, maar: heilige Geest. Het scheelt maar één woordje. Maar dit kleine verschil is niet zonder betekenis.
Onze Bijbelvertalers hebben dit wel aangevoeld. In sommige Bijbeluitgaven leest U soms: "Heilige Geest" met twee hoofdletters, maar ook wel, zoals hier: heilige Geest, met een kleine h en een grote G.
De Heilige Geest is een Persoon. Maar hier is sprake van "heilige Geest".
Wat bedoelt Luklas hiermee?
Dat wordt duidelijk als we doorlezen: Want deze was nog over niemand van hen gekomen. Op niemand van hen gevallen, staat er letterlijk vertaald. Heilige Geest was nog op niemand van hen gevallen.
Dat hebben de apostelen gemerkt. Maar waaraan hebben ze dit gemerkt?
Hoe wisten ze dit? Lukas zegt het niet. Maar als we letten op de gebeurtenissen in het huis van Kornelius komen we op het goede spoor. We lezen in Hand. 10: 44-46: Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken.
Hoe stond het met de tot geloof gekomen Samaritanen? Heilige Geest was nog 'Op niemand gevallen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus. Ze hadden al heel veel. De Here wilde hun zonden vergeven. Ze waren gedoopt in de naam van de Here Jezus. Echt gedoopt. Ze werden dan ook niet "overgedoopt” door Petrus .en Johannes. Maar Petrus en Johannes baden wel voor hen, dat zij heilige Geest mochten ontvangen.
Toen legden zij hun de banden op en zij ontvingen heilige Geest. Het ging net zo als enige tijd later in het buis van Kornelius: Terwijl Petrus sprak viel de heilige Geest op allen die het Woord hoorden.
En dan niet Simon de Tovenaar wat er gebeurt. Toen hij de verschijnselen zag, die optraden na de handoplegging door de apostelen ging er een vuur van jaloersheid in hem branden. Misschien dacht hij, dat de handoplegging door de apostelen magische krachten in werking zette. De tovenaars leerden van elkaar tegen betaling geheime kunsten.
Simon de Tovenaar werd door het bijgelovige volkje in Samaria de grote kracht van God genoemd.
Hij begreep niet, dat bepaalde gaven een teken waren van de komst van de heilige Geest. Hij leefde nog in het heidense bijgeloof, dat je de goden kunt dwingen tot bepaalde wonderen, als je maar wist welke toverpraktijken je daarvoor moest aanwenden. Simon was verliefd op gaven en tekenen. En als hij de apostelen geld aanbiedt, bewijst hij dat de gave, die hij hebben wil, hem wel wat waard is. Hij gooit een spierinkje uit om een kabeljauw te vangen.
We kunnen niet zeggen, dat Simon de zonde tegen de Heilige Geest heeft bedreven. Want de Here gaf aan Petrus de gave om Simon te doorzien en Petrus heeft hem opgeroepen tot bekering. Petrus zegt: Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here 'Of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden (vs. 22). Maar wat hij deed was toch wel slecht. "Deze boosheid van u", zegt Petrus.
De tovenaar vroeg: Geef ook mij deze macht.
Maar de man begreep niet dat de Here veel meer wil geven dan de macht om wonderen en tekenen te doen. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad (Openb. 22: 14). Dat recht, die bevoegdheid, die macht wil de Here geven aan allen, die in Hem geloven. God wil Zijn volk vergeving schenken en reinheid en leven tot in eeuwigheid.
Simon vroeg: Geef ook mij deze macht opdat, indien ik iemand de handen opleg, hij de heilige Geest ontvangen.
Hij dacht: voor geld kun je alles krijgen. Dat denken veel mensen vandaag nog.
Maar dat is één van de allergrootste vergissingen.
De tovenaar dacht: als ik nu de praktijken van die Petrus en Johannes maar ken, dan zal ik iedereen bij wie ik de handen opleg de heilige Geest geven. Dan kan ik die Geest dwingen. Dan beschik ik over die Geest. Dan heb ik heilige Geest in mijn macht.
Het geslacht van Simon de Tovenaar is nog niet uitgestorven. Als ik het goed zie, groeit dit geslacht in onze dagen. Allebei gebedsgenezingen en geestesdopen, waar je heel wat geld voor moet neerleggen, hebben meer met toverij dan met de heilige Geest te maken. Iets anders, maar even verwerpelijk is dit: op bijeenkomsten wordt gezegd: Wie de doop met de heilige Geest wil ontvangen, kan nablijven of naar voren komen. Alsof wij, met permissie gezegd, heilige Geest in onze broekzak hebben. Alsof wij zomaar over de heilige Geest kunnen beschikken en zijn gaven aan anderen kunnen meedelen.
De Heilige Geest heeft Zich wel eens in uiterlijke verschijnselen geopenbaard.
Op de Pinksterdag en nu en dan daarna.
Maar het dagelijkse, blijvende werk van de Heilige Geest is innerlijke verandering. Oprechte bekering.
Verlichting van het hart en ombuiging van de wil. Vernieuwing, eerst van ons hart en dan van ons leven.
Die vernieuwing is niet te koop.
Die vernieuwing wordt u gegeven als u het evangelie van de Here Jezus gelooft, van de Messias die stierf voor onze zonden en opstond tot onze vrijspraak. Hij Zelf wordt u geschonken in het Evangeliewoord. Gegeven. Niet verkocht, maar cadeau gegeven. En Zijn Geest wordt u ook gegeven, in de weg van het geloof. Toen Petrus Simon de Tovenaar de les had gelezen, hebben hij en Johannes het Woord van de Here gesproken. En op hun terugreis naar Jeruzalem verkondigden ze het Evangelie aan vele dorpen der Samaritanen. Zo sticht de Here vrede. Zo komt het tot echte vernieuwing.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief